In de Melkerij in Brasschaat staat een glas whisky voor Quinten Jacobs. Hij is 26 jaar, advocaat grondwettelijk recht, en het is zijn vierde jaar aan de balie. Twee weken eerder verscheen Betonnen Beleid, zijn debuut. Een boek dat probeert uit te leggen waarom verkiezingsbeloftes systematisch op het systeem stuklopen, en wat er nodig is om de politiek opnieuw potent te maken. “Ik heb nu een uur waar ik door het ijs kan zakken,“ opent hij met een glimlach. Het ijs blijft heel.

Jacobs is niet de zoveelste politicoloog die de partycratie of de sociale media de schuld geeft van de politieke stilstand. Hij is jurist, en kijkt vanuit het systeem zelf. “Iedereen heeft het gevoel dat de politiek vastzit, dat er geen grote beslissingen meer worden genomen,“ vertelt hij. In de media verschijnt daar veel over: politici die elkaar niet meer vertrouwen, compromissen die geen compromissen meer zijn, polarisering. “Ik denk dat dat allemaal juiste verklaringen zijn, maar ik had het gevoel dat er ook nog een verklaring was die onvoldoende werd belicht. Namelijk dat het systeem zelf verandering heel moeilijk toelaat.“

Drie redenen waarom een verkiezingsuitslag zelden landt ▶ 3:47

In het boek beschrijft Jacobs drie grote factoren die volgens hem maken dat het systeem te weinig verandering toelaat. De eerste is de Belgische staatsstructuur. De tweede is de technocratische Europese Unie. De derde, en volgens Jacobs zelf de delicaatste, is de evolutie waarbij rechters steeds vaker op het terrein van de politiek worden geduwd.

Zijn frustratie is niet die van de politicus die niets kan veranderen. Het is die van de kiezer.

“Ik heb eigenlijk niet zozeer sympathie voor politici die niks kunnen veranderen, maar eerder voor de kiezer. Voor de kiezer is dat heel frustrerend.“

Hij beschrijft de dynamiek: je gaat stemmen, je denkt dit is het grote moment, de verkiezingen zijn daar, op tv komt de overwinning van uw partij, en in de maanden daarna zie je dat het programma van die partij eigenlijk niet kan worden verwezenlijkt omdat het stuit op het systeem. Daarna komt nog een regeringsvorming, een compromis voor zover dat nog een compromis is, en dat compromis blijft binnen de contouren van het systeem.

“De verkiezingsbeloftes worden gebroken en dan krijg je een dynamiek van overpromising, underdelivering. En kiezers hebben zoiets van: dat systeem laat geen verandering meer toe, ik ga volgende keer voor een radicale antisysteempartij stemmen.“

Het politieke bystander effect, noemen de hosts het. Iedereen wijst naar iemand anders, terwijl het systeem zelf de hoofdrol speelt.

Waarom Ursula von der Leyen niemand kan wegstemmen ▶ 5:18

Eerst Europa. De Europese Unie heeft volgens Jacobs een sterke meerwaarde, hij is allesbehalve eurosceptisch. Een klein land als België is in de wereld weinig waard zonder een groter geheel om op terug te vallen. “Wij waren totaal het slachtoffer van externe factoren, van grote rampen, van wat Donald Trump zegt,“ zegt hij. Maar de manier waarop Europa nu beslist, is volgens hem democratisch ondermaats.

“Ursula von der Leyen is op geen enkele lijst verkozen en is de machtigste vrouw op het continent. Dat vind ik echt een probleem.“

Wat hem stoort, is niet alleen de constructie zelf, maar het stilzwijgen errond. Tijdens de Gaza-discussie van afgelopen zomer ging het wekenlang over Bart De Wever en Maxime Prévot die te weinig of te traag standpunt innamen. “Ik ben het eens met die kritiek dat ze dat te weinig of te traag deden. Maar op Ursula von der Leyen van de Europese Commissie kwam er bijna geen kritiek. Terwijl zij wel degene was die kon voorstellen om bijvoorbeeld het associatieverdrag met Israël op te schorten.“

De New York Times moest naar de rechter stappen om de smsjes tussen Von der Leyen en de CEO van Pfizer afgedwongen te krijgen. Een Europese krant deed dat niet. “Onze Europese media vond dat blijkbaar niet nodig,“ zegt Jacobs.

Zijn voorstel is drieledig: echte Europese kieslijsten, parlementair initiatiefrecht voor het Europees Parlement, en op termijn een Europese regering die kritisch wordt bevraagd door een sterke Europese pers. Een vierde macht die in Brussel even hard duwt als die in Brussel-Capital. “Hier zou het kot te klein zijn als Bart De Wever sms'jes met een CEO niet zou willen vrijgeven.“

Wanneer een host vraagt of die ideeën al ergens kiemen, plaatst Jacobs zichzelf zonder veel illusies. “Het boek is maandag uitgekomen. Ik heb dinsdag gezien dat ze nog niet een Europese kieskring of een Europese regering hadden ingevoerd.“

Het probleem dat België creëerde om het probleem te vermijden ▶ 12:23

De tweede blokker zit dichter bij huis. De Belgische staatsstructuur is, in zijn eigen formulering, “hyper ingewikkeld“. Vlaanderen, Wallonië, Brussel, gemeenschappen, gewesten, federaal, allemaal regeringen die bevoegd zijn voor stukjes van problemen die zelden netjes binnen één stukje vallen.

“Voor elk probleem moeten die twee terug aan tafel omdat die bevoegdheden zo versnipperd en overlappend zijn. Dan herimporteer je eigenlijk het probleem dat je wilde vermijden.“

De hosts knikken instemmend en wijzen op de begrotingsonderhandelingen die maar niet van de grond geraken. Jacobs maakt dan een vergelijking die hij in het boek uitwerkt en die in de pers vaak wordt gemaakt: tussen Wilfried Martens in de jaren tachtig en Bart De Wever vandaag.

Waarom De Wever een kleiner schaakbord heeft dan Martens ▶ 13:55

De analogie loopt mank, vindt hij. Martens kon de frank devalueren. Hij hoefde zich niets aan te trekken van een Grondwettelijk Hof, dat bestond simpelweg nog niet. Er waren geen Europese begrotingsregels waar hij zich aan moest houden. En hij zat met veel meer federale bevoegdheden waar hij op kon besparen. De Wever heeft niets van dat alles. Hij moet, in Jacobs' beeld, “op een veel kleiner bord schaken“.

Concreet: sinds 2006 heeft de federale overheid geen begroting in evenwicht meer gezien, en de laatste keer dat het kon, gebeurde het met budgettaire doping. Sale-and-leasebacks van overheidsgebouwen waarmee een verkoop als grote inkomst kon worden geboekt, terwijl de jaarlijkse huurkosten op lange termijn veel hoger uitkomen. Twintig jaar oplopende schuld levert oplopende rentelasten op, vandaag al twaalf miljard euro per jaar.

“We geven vier keer meer aan de banken per jaar dan aan justitie. En het plafond valt in het justitiepaleis naar beneden.“

De cijfers maken duidelijk wat het systeem heeft gedaan: het heeft de federale beleidsruimte uitgehold tot een marge waarin “elke euro die naar justitie gaat eigenlijk twee keer wordt uitgegeven“. Eén keer voor de maatregel zelf, en één keer omdat die euro is geleend en met rente moet worden terugbetaald.

“Op financieel vlak is de federale overheid totaal uitgekleed.“

40 miljard die niemand naar de deelstaten durft te brengen ▶ 17:44

Wat zou Jacobs doen als hem tijdelijk de macht werd toegekend om die structuur op te lossen? “Ik denk dat ik mezelf zou afschaffen en democratie zou implementeren,“ lacht hij wanneer een host hem voor de grap dictator van België maakt. Achter de grap zit een serieus voorstel.

In zijn boek pleit hij voor het overhevelen van de gezondheidszorg naar de deelstaten. Het is een dossier van ongeveer veertig miljard euro, dat vandaag federaal zit. Volgens Jacobs is het de meest haalbare hervorming om de federale “molensteen“ wat te lichten. Pensioenen, defensie en de rentelasten blijven beter federaal omwille van schaalvoordelen, en zeker pensioenen omdat een sociologische factor meespeelt.

“Ik denk dat mensen in België nog niet bereid zijn om te betalen voor het pensioen van de Portugees.“

Bij Vlaams Belang speelt dat sociologische argument vandaag al openlijk: “Uw pensioen in de zak van Mohammed“, zoals de partij het formuleert. Solidariteit met een gevoel van inwoud, vertaalt Jacobs het droger. Voor de gezondheidszorg gelden volgens hem andere argumenten: schaalvoordelen wegen er minder, en Vlaanderen is al bevoegd voor preventieve gezondheidszorg. Door curatieve en preventieve zorg bij dezelfde overheid te leggen, kan een patiëntentraject coherent worden opgezet.

Een host duwt terug. In België belandt zo'n hervorming meestal in een extra institutie, een extra overlegplatform, een extra communicatielaag. Zit het gevaar van bureaucratie er niet ingebakken?

“Dat hangt ervan af wat die politici in Vlaanderen vervolgens doen met die bevoegdheid. Als ik politicus zou zijn, zou het antwoord nee zijn natuurlijk.“

Hij is voorstander van de tweede financieringsroute: niet een dotatie van federaal naar de deelstaten, maar deelstaten die zelf belastingen innen voor de gezondheidszorg die ze dan ook zelf uitgeven. Dat zet inkomsten en uitgaven op één lijn. “Dan kunnen mensen zien: ik betaal zoveel belastingen, ik krijg dat terug. Is dat goed of niet?“ Een soort Zwitsers kantonmodel waar Vlaanderen en Wallonië in plaats van een tegenpool een gezond competitief tweespan worden.

De helft van de regering die niemand kan afstraffen ▶ 23:08

De Belgische pariteitsregel ergert hem evenzeer. De grondwet verplicht dat de helft van de regering Nederlandstalig is en de andere helft Franstalig. Aritmetisch klopt dat al lang niet meer met de bevolkingsverhoudingen.

“Wij kunnen de helft van de regering dus nooit afstraffen of belonen.“

Een Vlaamse kiezer kan niet stemmen voor of tegen Paul Magnette of Georges-Louis Bouchez. Een Franstalige kiezer heeft hetzelfde probleem omgekeerd met Bart De Wever. Een dag na de verkiezingen moeten de Vlaamse partijvoorzitters dan met de Franstalige onderhandelen, en als kiezer heeft je daar niets in te zeggen. De partijen die er enigszins in slagen die kloof te overbruggen, zoals PVDA, doen dat door in beide landsdelen op te komen, maar het kiesstelsel is op de verzuiling van Vlaamse en Franstalige partijen ingericht. “Het is niet dat we morgen daar al iets tegen zouden kunnen doen los van wetten. Het is ook van mentaliteit.“

Hoe een grondwetsartikel uit 1994 vandaag bouwprojecten blokkeert ▶ 35:18

De derde blokker is voor Jacobs de meest delicate. Het gaat om de manier waarop rechters, en in het bijzonder het Grondwettelijk Hof en de Raad van State, de afgelopen decennia in toenemende mate op politiek terrein zijn beland. De spil van zijn analyse heet artikel 23 van de grondwet, het standstillbeginsel.

Dat artikel zegt dat sociale, culturele en economische rechten niet mogen worden teruggeschroefd, tenzij er redenen van algemeen belang zijn. Aanvankelijk werd “algemeen belang“ mild getoetst, en de lat lag laag. De afgelopen jaren hebben rechters dat steeds strenger geïnterpreteerd, en bovendien werd standstill uitgebreid van de letterlijke rechten in het artikel naar het abstracte begrip “menswaardig leven“, waar veel onder valt.

Twee voorbeelden plaatst hij naast elkaar. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest probeerde drie weken voor het gesprek de verstrenging van de lage emissiezone uit te stellen. Het Grondwettelijk Hof verwierp dat: een eenmaal ingevoerde milieuverbetering mag niet zomaar worden teruggeschroefd. Tegelijk werd de vergunning voor de INEOS-ethyleenkraker in Antwerpen vernietigd op basis van de Europese habitatrichtlijn over stikstofdepositie.

“Ik ben niet tegen de standstill op zich, maar de manier waarop dat afloopt.“

Een opvallende passage gaat over de Vlaamse poging tot een attentieplicht. De vorige Vlaamse regering wilde dat wie naar de rechter wou tegen een vergunning, dat al moest signaleren tijdens het openbaar onderzoek. Een efficiëntiemaatregel. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat dat een te grote inperking was van de mogelijkheid om de natuur te beschermen. Een wet die de politiek met meerderheid besliste, sneuvelde door interpretatie van een abstract grondrecht.

De vraag dringt zich op: schrap dan artikel 23, want dat zit in de weg. Daar verzet Jacobs zich tegen.

“Een mensenrecht is altijd abstract en het is een beetje absurd om die tekst hele tijd te bevuilen met super specifieke dingen die een welbepaalde interpretatie willen tegenhouden.“

Een 'grondwettelijk moment' om rechters bij te sturen ▶ 41:26

Zijn alternatief noemt hij in het boek het grondwettelijk moment. Het idee: het parlement geeft om de zoveel tijd een verklaring uit waarin het interpretatie geeft aan de vage grondwettelijke principes. Geen wet, geen amendement, maar een politieke verklaring die rechters extra handvatten geeft.

Een voorbeeld voor de standstill: het parlement zou kunnen verklaren dat een rechter bij toetsing rekening moet houden met de Europese begrotingsregels en de geopolitieke context. Niet bindend, want rechters mogen ervan afwijken, maar als zwaarwegend element in de proportionaliteitstoets. Net zoals VN-rapporten of wetenschappelijke studies vandaag al worden meegewogen, zou een parlementaire verklaring een feit op tafel leggen waar de toets niet omheen kan.

Jacobs schetst hoe de proportionaliteitstoets vandaag werkt: vier stappen die uitmonden in een afweging tussen algemeen en individueel belang waarover redelijke mensen van mening kunnen verschillen. “Als ik u vraag of de coronamaatregelen niet in strijd waren met het recht op privéleven, dan zullen elf miljoen Belgen dat verschillend beantwoorden.“ Een rechter moet die afweging nu maken met twaalf juristen.

“Mijn punt is: ik ben voor dat de politiek opnieuw potent wordt.“

Waarom ook progressieven nood hebben aan een grondwettelijk moment ▶ 46:47

Hij benadrukt dat zijn pleidooi geen rechts cadeau is. Ook in progressieve kringen leeft het ongemak dat het eigendomsrecht klimaatambities afremt. Wie windmolens bouwt botst op grondeigenaars die moeten worden onteigend of gecompenseerd, en rechters die onteigeningen toetsen op proportionaliteit kunnen die plannen vertragen. Negentig procent van de bevolking is huiseigenaar in dit land, en de proportionaliteitstoets weegt dan zwaar.

“Tijdens dat grondwettelijk moment zoek je een meerderheid en zeg je: het eigendomsrecht kan worden beperkt omwille van klimaatdoelstellingen.“

De redenering is symmetrisch. Wie vandaag rechts is, ergert zich aan rechters die milieuregels strenger interpreteren dan de wetgever. Wie morgen progressief is, zal zich ergeren aan rechters die ecologische ambitie afremmen door eigendomsrechten te beschermen. Een potente politiek, betoogt hij, dient beide kanten van de barricade.

“Mijn punt is niet ik ben voor rechts of ik ben voor links. Mijn punt is ik ben voor dat de politiek opnieuw potent wordt.“

De ingenieurs in Peking, de juristen in Brussel ▶ 52:54

Een host citeert de Chinaspecialist Dan Wang, die in De Standaard had gezegd dat in China alle leiders ingenieurs zijn en in Amerika en Europa juristen. Bouwers tegenover beoordelaars. “Wij hebben geen last van democratie, wij bouwen, bouwen, bouwen,“ vertaalde Wang het standpunt vanuit Peking. Loopt het Westen achter pasta?

Jacobs herkent zich daar niet in. Democratie is voor hem niet onderhandelbaar. Maar dat ontslaat niemand van de plicht na te denken hoe een democratie potent kan blijven.

“Zonder beton zou niemand hier willen wonen. Zonder federalisme en onze staatsstructuur zou België niet meer bestaan. En zonder de Europese Unie waren we totaal irrelevant.“

Die drie betonpalen, mensenrechten, federalisme, Europa, hebben volgens hem op zichzelf waarde. Het probleem is niet hun bestaan, maar de evolutie waarin ze steeds verder uitdijen tot ze de politiek verlammen.

“Ik ben akkoord. Het systeem laat onvoldoende toe. Daarom dat we het moeten hervormen.“

De spectrumvergelijking blijft hem bezighouden. Singapore is succesvol en autocratisch. China bouwt sneller. Maar het probleem met autocratie, zegt hij, is dat je die leider achteraf niet meer wegkrijgt. “In Singapore zitten mensen met een andere geaardheid die buiten de lijntjes kleuren in grote problemen. Die kunnen zonder proces in een bak vliegen.“

220 pagina's regeerakkoord en het verlies van vertrouwen ▶ 54:26

Een van de hosts brengt een eigen ergernis op tafel. Vlaamse en federale regeringen kloppen zich op de borst wanneer zij regeerakkoorden van 220 pagina's afleveren, alsof het volume de waarde van het werk weerspiegelt. Volgens hem is het omgekeerde waar. Een akkoord van tien tot vijftien pagina's met een gedeeld normen- en waardekader laat ruimte voor parlementsleden om buiten dat kader nog politiek te bedrijven.

Jacobs bevestigt het. Lange regeerakkoorden zijn een symptoom van wantrouwen. Coalitiepartners die elkaar niet voldoende vertrouwen, schrijven elke detail neer om de andere later te kunnen vastpinnen. Een korter akkoord vergt vertrouwen, en vertrouwen vergt een gemeenschappelijke grond. Die grond ontbreekt vandaag in België, en daarom blijft elk regeerakkoord een ringband van afspraken die geen ruimte laten voor wat in een parlement hoort.

“Het is een evenwicht tussen vertrouwen en detail. Maar je moet wel een grond voor uw vertrouwen hebben. Het is blijkbaar zo dat we zo weinig vertrouwen hebben dat we 220 pagina's nodig hebben.“

Hij koppelt de detailstapeling expliciet aan de juridisering. Wie van een politicus eerst een rapport van zestig grondwetspecialisten verlangt voor hij iets durft te beslissen, krijgt een politiek die niet meer beleid voert maar advies aanvraagt.

Politiek is geen rapport in een machine ▶ 56:44

De kritiek van Jacobs op technocratie is niet die van de populist. Hij is geen tegenstander van expertise, hij is jurist en columnist en hij gelooft in degelijk dossierwerk. Wat hem stoort is het idee dat politiek “rapporten in een machine doen en beleid komt eruit“ zou zijn. Een soort wetenschappelijke autoriteit die boven de mensen hangt en iedereen die haar niet begrijpt afdoet als slecht geïnformeerd.

“Sorry, maar je kunt en er iets van kennen en het op een manier brengen waarop mensen het begrijpen. Dat is wat de politicus moet doen.“

Een host duwt terug en wijst op het stemgedrag van kiezers, dat aantoonbaar emotioneler verloopt dan de rationele politicus zou willen. Jacobs erkent dat. “Niet rationele argumenten moet je op een overtuigende manier kunnen brengen om mensen te overtuigen voor the good cause. De fout die liberalen en progressieven vaak maken, is denken dat mensen met genoeg informatie wel hetzelfde zullen denken. Dat is totaal niet waar.“

De welvaartsexplosie van de afgelopen zeventig jaar bevestigt voor Jacobs dat het democratische compromis werkt. Maar hij voegt een waarschuwing toe.

“Ja, een welvaartsexplosie. Maar geleende welvaart, daar lijken we de laatste jaren wel achter te komen.“

Een 26-jarige in De Tijd en De Morgen ▶ 1:05:06

Aan het einde van het gesprek vragen de hosts hoe het boek werd ontvangen. Jacobs is columnist bij De Tijd, dus daar verscheen vrijwel automatisch een interview. Joël De Ceulaer interviewde hem voor De Morgen. De Standaard zweeg, vermoedelijk omdat twee grote kranten hem al hadden behandeld. Dat hij op zijn 26ste een boek over staatsstructuur publiceert, is opvallend genoeg op zich. Wat hij vooral hoopte te vermijden was het cliché van het ene foute citaat dat een debuut definieert.

“Eén foute zin of slechte uitspraak en je bent gebrandmerkt. Dat valt beter mee dan ik gedacht had.“

In De Tijd verscheen al een opiniestuk van Bart Maddens dat kritisch was op enkele van zijn punten. In De Morgen volgde een tegenstuk. Jacobs is daar zonder zichtbare gêne blij om. “Ik vind dat ook maar normaal. Wie iets in het publieke debat zegt, krijgt wind.“

Een host plaatst zijn werk aan het einde in een breder kader: er is geen mandaat, er is geen direct dreigement, dit is voorlopig een analyse vanuit een juridisch perspectief, gebracht voor meer dan alleen juristen. De volgende stap zou zijn om er iets mee te doen. Daar trekt Jacobs de lijn naar zijn eigen redenering: een boek dat alleen problemen benoemt, lost niets op. Een boek dat oplossingen voorstelt, plaatst zichzelf op glad ijs. Hij verkiest het ijs.

“Iedereen kan klagen. Maar je kunt geen boek schrijven met vijf hoofdstukken vol problemen en dan zeggen: voilà.“

Het is een redenering die het hele gesprek samenvat, en die naadloos aansluit bij wat Discours zelf met deze gesprekken probeert. Door het kletsen van ideeën, om met Jacobs te eindigen, komen we vooruit.