In de Melkerij in Brasschaat staat een glas Discours-whisky voor Björn Prasse. De burgemeester van Blankenberge is afgezakt naar het binnenland om een uur lang het bestuur van een kuststad te ontleden. Niet de pittoreske versie, met scherp gefilterde zonsondergangen op de zeedijk, maar de versie waarin zes-en-zestighonderd tweede verblijven, een dijkichaam dat opgehoogd moet worden en een politiezone van honderdzes mensen elkaar dagelijks raken. Vlaanderen is niet groot, zegt een van de hosts, maar weet die kleine afstand soms erg lang aan te voelen.

Prasse is geboren en getogen in Blankenberge, was schepen van 2011 tot 2018, en werd burgemeester in augustus 2021 via een constructieve motie van wantrouwen tegen de toenmalige meerderheid. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2024 herbevestigde zijn partij die positie, en op 16 december van datzelfde jaar werd hij in een geheime stemming voor een tweede ronde aangewezen. Hij draagt het mandaat met de gelatenheid van iemand die de mechanica van het lokaal bestuur al heel lang van binnenuit kent.

Hoe een constructieve motie van wantrouwen Prasse burgemeester maakte ▶ 2:19

In 2018 was Prasses partij de grootste in de gemeenteraad met een derde van de zetels, maar de coalitie die zich na de verkiezingen vormde, sloeg in 2021 stuk. Wat volgde was een lameduck-periode waarin de oppositie, met Prasse in het centrum, de gemeenteraad samenriep en de agenda bepaalde, terwijl de meerderheid in de media met scheldpartijen elkaar afstrafte.

“We hadden een vreemde verhouding waar wij als grootste partij eigenlijk de agenda konden bepalen, terwijl de meerderheid overhoop lag.“

Tussen mei en augustus 2021 werd de bocht voorbereid. Bart Tommelein, op wiens kabinet Prasse ooit gewerkt had, stelde op een bepaald moment zelfs vergaderzalen op het Oostendse stadhuis ter beschikking om links en rechts in het geheim afgetoetst te worden. In augustus volgde de constructieve motie van wantrouwen die meteen een nieuwe meerderheid in de steigers zette, met Prasse als burgemeester. Het lokale niveau, zou hij later zeggen, kent zijn eigen choreografie.

Waarom 'grootste partij levert burgemeester' weinig veranderde ▶ 4:36

Het Vlaamse decreet dat sinds 2024 de grootste partij standaard de burgemeester laat leveren, was bedoeld om voorakkoorden tussen partijen tegen te gaan. In Blankenberge bleef de uitkomst grotendeels gelijk aan wat het altijd al was. De tweede grootste partij klikte zich op de avond van de verkiezingen vrijwel meteen aan een blok, ongeacht het nieuwe decreet.

“Bij ons heeft dat in de feiten weinig verschil gemaakt. De cultuur was heel gelijkaardig gebleven.“

De principe-component van het decreet, dat de man of vrouw met de meeste stemmen in de grootste partij de coalitie mag beginnen, beoordeelt hij positief. De techniek niet. Het initiatiefrecht duurt twee weken, en wie er niet in slaagt een coalitie te smeden binnen die periode, geeft het door. Dat zorgt voor een wachtklimaat waarin tegenpartijen op de klok kijken.

“Ik kreeg op bepaalde momenten het gevoel dat de klok aan het tikken was en dat mensen zaten te wachten om na die twee weken de onderhandeling te kunnen overnemen.“

Tussen verkiezingsdag en zijn herbevestiging op 16 december zat dus opnieuw een geheime stemming in de gemeenteraad. Het idee om voorakkoorden te ontmoedigen werkt minder goed wanneer de coalitiecultuur al sterk verankerd is.

20.500 inwoners en 100.000 toeristen op piekdagen ▶ 8:23

Een gemiddelde Vlaamse stad van 20.500 inwoners is bestuurlijk vergelijkbaar met pakweg een Lokeren of een Tienen. Blankenberge is dat niet. Bovenop de inwoners komen zeven-en-zestighonderd tweede verblijven, die in vakanties en weekends bezet zijn met meerdere mensen per woning. En op piekdagen zwellen de getallen verder aan.

“We hebben op piekdagen tussen de 80 en de 100.000 mensen op ons grondgebied. Als je weet dat je eigenlijk maar 20.000 inwoners hebt, dat is keer vijf.“

De stad is daarop ingericht. Het politiekader telt 106 mensen, een veelvoud van wat een binnenlandse stad van eenzelfde inwonerstal aan agenten heeft. De sportinfrastructuur, het zwembad, het toerismeapparaat, de IT-dienst, de communicatiedienst, allemaal moeten ze meegroeien met het seizoenseffect. Wanneer een onderzoek van Westtoer aan kustinwoners vraagt hoe ze tegenover die instroom staan, antwoordt zeven op tien positief.

“Doordat die tweede verblijvers er zijn en men de economische realiteit onderkent, is er een grotere tolerantie ten aanzien van nieuwkomers en toeristen dan vroeger.“

In het verleden lag dat anders. Prasse herinnert zich het Blankenberge van zijn jeugd, hij is van '80, waar winkels en horecazaken na het seizoen letterlijk werden dichtgetimmerd. “Tot Pasen volgend jaar, dan komen wij terug.“ De tweede verblijven hebben dat patroon doorbroken: de kritische massa is jaarrond aanwezig, het handelsapparaat blijft draaien.

Strandrellen, een steekpartij en de plicht om proportie te bewaren ▶ 13:44

Het beeld van een onveilige kust strookt volgens Prasse niet met de cijfers. Het uitgaansleven is in heel Vlaanderen kleiner geworden, ook in Blankenberge zijn er minder nachtzaken dan tien of vijftien jaar geleden, en de politie heeft 's nachts merkbaar minder werk dan in de jaren 2000.

“In 2020 was er een piek toen de jongeren uit Brussel kwamen en op het strand begonnen vechten. Maar dat was een momentopname. De strandrellen, dat hadden we nog nooit gezien.“

De beelden van de strandrellen brachten een nationale mediastorm. Hosts en gast zijn het erover eens dat sociale media het emotionele effect uitvergroot. Een gevecht overdag op het strand wordt direct gedeeld, en het gevoel van toename is reëler dan de cijfers. “Het is eerder emotioneel,“ vertaalt een host het. “Dat is mensbol.“

Een tweede incident van een andere orde was een steekpartij aan de bibliotheek. Een host noemt het droog “een beperkte steekpartij“ en de tafel lacht, maar Prasse heeft aan dat dossier zijn eigen communicatiedoctrine geslepen.

“We hebben dat gekaderd zoals het was. Dat was een incident. Dat is niet iets dat wij gewoon zijn. Maar maak er ook niet meer van dan dat het is.“

De impliciete tegenstelling met de strandrellen is duidelijk. In 2020 werden alle nationale kanalen ingezet, het debat trok tot in het Vlaamse parlement, en het beeld van een onveilige kust kreeg een eigen leven op tv en sociale media. De steekpartij aan de bibliotheek werd lokaal en feitelijk gehouden, en passeerde. Communicatie van het bestuur is in een toeristenstad geen randvoorwaarde, het is een kerncompetentie.

Pickpockets uit Sint-Martens-Latem en het camera-debat ▶ 16:00

Een driehonderdzestig graden zicht over de havengeul werd recent toegevoegd aan het camera-arsenaal van Blankenberge. Vanuit de jachthaven kan zowel landinwaarts als zeewaarts gemonitord worden, omdat de haven uit het verleden ook een trafiekverleden heeft. De wachtofficier op het politie-onthaal kijkt mee.

Het verhaal dat Prasse vertelt om het nut van die infrastructuur te onderbouwen, is ironisch genoeg een verhaal van pickpockets. Niet uit een gestigmatiseerd kustprofiel, maar uit Sint-Martens-Latem.

“Hou je vast: jongeren uit Sint-Martens-Latem die op onze havenfeesten aan het bestelen waren. Ze zijn herkend door de camera's en aan het station tegengehouden voor ze op de trein zaten.“

Een host duwt terug op het camera-debat in algemene zin. Camera's hebben een nut, zegt hij, maar tegelijk creëren ze een sfeer waarin alles onder controle moet zijn, en dat raakt aan een gezonde ruimte voor menselijkheid. Prasse erkent het spanningsveld zonder erin te buigen.

Waarom de smartphone een groter probleem is dan de camera op de dijk ▶ 19:05

Hier draait Prasse de redenering om. Publieke camera's, zegt hij, beelden mensen waarvan we weten dat ze geregistreerd worden, waarvan de beelden na 36, 48 of 72 uur verdwijnen als er geen feiten gebeurd zijn, en waar verder niets mee gebeurt. Smartphones niet.

“Beelden van mensen worden gemaakt tegen hun wil zonder consent. Die worden dan verspreid. Ik vind dat een veel grotere inbreuk op de privacy.“

Het internet vergeet niet, zoals iedereen ondertussen weet. Het regulatieprobleem zit volgens hem niet bij het maken van beelden, want in de publieke ruimte mag dat al, maar bij het verspreiden, het bewaren, en wat ermee wordt gedaan. Het recht op afbeelding bestaat in het wetboek. “Alleen doet men daar niets mee.“

Een host plaatst de redenering tegen het corona-decor, waar repressief overheidsoptreden snel een hellend vlak werd.

“Corona is een goed voorbeeld. Hoe snel dat kan omslaan: 'die mensen lopen te dicht op elkaar, direct beboeten.' Gezichtsherkenning is dan maar een paar streepjes verder.“

Prasse beaamt dat het apparaat van de overheid een eigen schaal heeft en daarmee voorzichtig moet worden omgegaan. De ratio die hij voorstelt blijft gelijk: regulering moet inhaken op het gebruik van beelden, niet op het maken ervan, want dat laatste valt onder een vrijheid die ook de burger beschermt.

Blankenberge is niet marginaal, het is volks ▶ 25:59

Een host komt voorzichtig op een onderwerp dat gevoelig kan liggen. Aan Blankenberge kleeft, in de volksmond, het label marginaal. Hoewel de stad in dezelfde economische categorie zit als Oostende of zelfs Knokke, is de associatie er. Prasse weigert het label, maar weert de discussie niet af.

“Wij zijn niet marginaal, wij zijn volks. Bij ons kun je heel ongedwongen uw ding doen, en niemand kijkt scheef omdat je geen hemd van fason aandoet.“

Het imago komt voor Prasse uit een combinatie van factoren: het sociaal toerisme dat in de jaren tachtig vanuit Vlaanderen werd gepromoot, het tv-programma “10 om te zien“ dat lang in Blankenberge werd opgenomen, en het massatoerisme dat met de trein arriveerde. In de jaren zeventig en tachtig zat de stad volgens hem op een dieptepunt. Aan het einde van de negentiende eeuw, ten tijde van de Belle Epoque, kreeg ze de gekroonde hoofden van Europa over de vloer. Het pendelde.

Ironisch genoeg verzakt de connotatie nu uit zichzelf. Op de dag van de podcastopname kreeg Prasse een telefoon van een journalist van het VRT-nieuws die wou inzoomen op het feit dat Blankenberge zijn marginaal imago aan het afwerpen is. Een vijfde ster voor een hotel, de superlatieven van Peter Goossens voor restaurant Out of the Blue, een verschuiving in de tweede verblijfsmarkt waarbij de mensen die elders aan de kust uitgeprijsd worden, opschuiven naar Blankenberge. De stad is bezig op te schuiven.

“Maar wij willen ook geen Knokke-ersatz zijn. Bij ons drinken we een pint in plaats van een coupe champagne, en dat blijft zo.“

24% prijsstijging en de zorg voor lokaal wonen ▶ 31:19

Het notariaat heeft de vastgoedcijfers van Blankenberge in de afgelopen periode hard zien stijgen. Voor appartementen op de zeedijk noteert hij een prijsstijging van 24 procent op één jaar. Voor het hele patrimonium gemiddeld 8 procent. Het is een dynamiek die ergens kantelt tussen wenselijk en zorgwekkend.

“Het is een spanningsveld. Iets werkt te goed en trekt te goed aan, en dan maken we het onze eigen mensen moeilijk om hier nog gewoon te wonen.“

Prasse erkent het, maar plaatst Blankenberge wel in een luxepositie. De stad is na een andere kuststad de tweede betaalbaarste kustgemeente. De gemiddelde prijs voor een appartement of woning blijft onder de plafonds van Knokke of De Haan. Dat geeft beleidsmarge: er is nog ruimte om actief erover te waken dat lokale mensen in eigen streek kunnen blijven kopen, voordat de braindrain en de dubbele vergrijzing onomkeerbare patronen worden.

De dubbele vergrijzing is daarbij een fenomeen op zich. De bevolking wordt grijzer, dat is overal zo, maar daarnaast komen tweede verblijvers die jarenlang in Blankenberge logeerden zich na hun pensioen definitief vestigen. Een kuststad krijgt zo een dubbele zilvergolf die in de meerjarenplanning ingepast moet worden. Vanaf welk moment leg je dat lokale wonen vast met geboorte- of woonbinding, vroegen de hosts niet expliciet, maar de mechanica wijst daarop.

Een no regret plan voor 1, 2 en 3 meter zeespiegelstijging ▶ 38:15

De zeespiegel stijgt langzaam, maar wel zeker. Een host wijst op Miami, dat enorme bedragen pompt in stadszinkbestendig maken. In Vlaanderen heet het plan dat onder Alexander D'Hooghe, de intendant die ook Oosterweel vlot moest trekken, is uitgewerkt: kustvisie. Drie scenario's: één meter, twee meter, drie meter zeespiegelstijging. Voor elk scenario een set ingrepen, in samenhang met wat Nederland en Frankrijk doen.

“Er ligt zoiets als een no regret plan klaar dat zegt: maak nu geen keuzes die toekomstige beschermingsmaatregelen onmogelijk maken.“

De hoogteprofielen die uit het maximumscenario komen, zijn minder spectaculair dan ze klinken. Geen muur van drie meter, wel een dijkverhoging van 1,2 tot 1,4 meter, een ophoging van het strand zelf om plateaus te creëren, en op sommige plekken een duinprofiel voor de dijk. De kuststeden zaten meermaals samen met de gouverneur en de Vlaamse overheid. Het draagvlak werd in jaren opgebouwd.

De financiering die pas in 2035 vrijkomt voor werken die in 2030 moeten beginnen ▶ 41:21

Het probleem zit volgens Prasse niet in het plan, het zit in de financieringskalender. Vlaanderen heeft jarenlang de tijd, middelen en politieke energie genomen om kustvisie uit te werken, om vervolgens uitvoeringsmiddelen te voorzien vanaf 2035 of 2036. De urgentie loopt niet gelijk met de begroting.

“Voor de uitvoering voorziet men maar middelen vanaf 2035-2036. Maar wij weten dat als de duizendjarige storm zich voordoet, we in 2030 moeten starten met de werken aan onze jachthaven.“

Bij Blankenberge is het concrete dossier de ingang van de jachthaven, waar in een serieus stormscenario een sluis of stormkering nodig kan zijn. Een dergelijke ingreep vergt jaren van draagvlakopbouw, want gebruikers van de jachthaven en omwonenden worden er niet automatisch enthousiast van. Het bestuur van een kuststad moet die plannen al actief in de gemeenschap landen voor de werken überhaupt vergund kunnen worden.

“Als overheden tegen elkaar aan het studeren zijn, dan worden alleen de advocaten er beter van.“

Hij heeft de oefening over de jachthaven in 2014-2015 al meegemaakt, toen hij schepen was: in het kader van de Sinterklaasstorm van 2008 werd er rondom de jachthaven al kustverdediging aangelegd, samen met de Vlaamse overheid. Het verschil met toen en nu zit niet in de bereidheid van het lokaal bestuur, maar in de doorlooptijd van Vlaamse beslissingen.

Een opportuniteit ziet hij wel. Het casinogebouw, een Blankenbergs icoon, is aan vernieuwing toe en zal zich tijdens deze legislatuur opnieuw aandienen. Een renovatie van het casino kan een piloot zijn voor de dijkverhoging die kustvisie in de toekomst in heel Blankenberge wil. Een verbreed dijkichaam met ruimte voor recreatie, ondernemen, BMX-banen, rolschaatsbanen, geïnspireerd op LA. Een crisis die zich aandient, kan beter ingebouwd worden in een visie dan ondergaan worden als een ramp.

“Never waste a good crisis. Als een opportuniteit zich voordoet, kijk wat erin zit.“

39.000 ambtenaren erbij en het wantrouwen jegens een log apparaat ▶ 53:40

Een onderzoek van Het Laatste Nieuws was die week verschenen. Het Vlaamse ambtenarenapparaat groeide met 39.000 mensen in drie tot vier jaar tijd, en zit ondertussen boven het miljoen op een totaal van 1,6 miljoen ambtenaren in heel België. De vergelijking met buurlanden valt slecht uit, en de Europese Unie zelf is een bureaucratisch zwaargewicht.

“De private sector kreunt onder dat apparaat. En lokaal heb ik op dezelfde manier gekeken: kunnen we met dezelfde mensen, door af en toe te heroriënteren, meer output creëren in plaats van handen blijven bijvragen?“

Drie tot vier jaar geleden begon de stad met het reorganiseren van diensten met die insteek. Geen eenmalig saneringsplan, eerder een permanente herijking. Op de vraag of er vandaag posten in Blankenberge zijn waarvan de duizend bevraagde inwoners zouden zeggen “stop er eens mee“, antwoordt hij eerlijk. Sommige uitgaven blijven omwille van de publieke opinie. Een beleidsvoerder kan niet altijd de meest rationele keuze maken, omdat de politieke kosten van afschaffing groter zijn dan de besparing.

“Maar dat hoort er dan weer bij. Dat is deel van democratie.“

Wat hem wel echt stoort is iets anders: het log worden van het apparaat zelf. Niet de individuele ambtenaar, niet de specifieke dienst, maar de optelsom waarbij elke laag advies vraagt en niemand nog volledig de eindverantwoordelijkheid draagt. Voor een lokaal bestuur betekent dat heel concreet dat een dijkverhoging die door D'Hooghe is voorbereid, langs het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust, het Departement Omgeving, en een handvol Vlaamse agentschappen moet, voor er van een uitvoeringsbesluit sprake is.

Een eigen klimaatbedrijf en een Halloween-stoet die zelf groot werd ▶ 57:30

Welvaartcreatie is volgens Prasse iets wat overheden faciliteren, maar nooit zelf voortbrengen. Lokaal probeert hij een paar knoppen te draaien. Een vzw lokale economie zorgt ervoor dat opdrachten van de stad, bijvoorbeeld voor catering en logies tijdens de samenwerking met VRT-zomerhit en Radio 2 aan zee, via een lokale marktbevraging worden gegund. Een paar duizend maaltijden en een paar duizend overnachtingen blijven zo in het lokaal weefsel in plaats van naar een multinational te vloeien.

Met een eigen klimaatbedrijf werd ook een laadpalenmodel veranderd. Aanvankelijk zou Total Energies in heel Vlaanderen gratis laadpalen plaatsen, met een gewin dat naar de leverancier vloeide. Blankenberge stapte daaruit, ontwikkelde een eigen klimaatbedrijf dat met coöperanten kapitaal ophaalde, en plaatste laadpalen op het eigen grondgebied.

“Het zijn ons grondgebied en het zijn onze palen. Wie gebruikt zo'n laadpaal? Mensen die hun auto thuis niet kunnen laden. Je faciliteert het laden niet, je trekt gewoon meer.“

De laadpaalprijzen die elders 50 procent boven de elektriciteitsprijzen liggen, worden bij het Blankenbergse klimaatbedrijf onder eigen prijszetting bewaard. De winst blijft binnen de gemeente, en burgers kunnen via coöperatie meedoen.

“Als je een Vlaming warm wil maken voor klimaat, moet je zorgen dat het iets opbrengt in zijn portemonnee.“

Halloween illustreert dezelfde redenering bottom-up. Wat als klein stoetje begon binnen de Liberale Zelfstandige Vereniging Blankenberge, is uitgegroeid tot wat Prasse de grootste Halloween-stoet van Vlaanderen noemt. De stad faciliteert met budget, maar het initiatief blijft in de gemeenschap geworteld. Subsidie wordt zo een multiplicator: de hotels, restaurants en brasseries varen er allemaal bij, en de cultuur van de stad doet de rest.

In de balans van de avond eindigt Prasse op iets simpels. Tien competente ambtenaren, een coalitie van vier democratische partijen die het algemeen belang boven de partijpolitiek tilt, en een stad die het marginaal imago zelf aan het afwerpen is. Dat is voor een burgemeester die meermaals aan zijn fles whisky herinnerd wordt om geen metafysische brandjes te blussen, een werkbaar eindpunt.