In de Melkerij in Brasschaat staat een glas Discours-whisky voor Reinout Van Zandycke. De oprichter van Exposure heeft zich aangeschoven voor een ongebruikelijk lange uiteenzetting over hoe politieke communicatie in Vlaanderen wordt gemaakt. Het bureau van Van Zandycke specialiseert zich in publieke en maatschappelijke communicatie en in nudging, het sturen van gedrag via psychologische principes. Zijn klanten zijn politieke partijen, met uitzondering van extreemlinks en extreemrechts, plus middenveldorganisaties die draagvlak willen creëren voor ideeën die meestal te complex zijn voor een TikTok-template.

Voor het gesprek begint, geeft een van de hosts hem een waarschuwing. “Mij wel onze podcast gaat heel breed, dus we kunnen alle kanten op.“ Van Zandycke knikt. Hij geeft naar eigen zeggen niet graag zijn mening, hij geeft analyses. Tegen het eind van het gesprek zal blijken dat ook die afspraak niet helemaal gehouden wordt.

Drie parameters voor wat ethisch is bij nudging ▶ 3:03

Nudging is een methodiek die op basis van de werking van het menselijke keuzeproces het gedrag van mensen onbewust stuurt. De voetstapjes op de grond van een station, de vlieg in een pissoir, een standaardoptie die mensen ongezien aanvaarden. Banale voorbeelden, maar de discussie daarrond is zelden banaal.

“Wie ben ik om te bepalen wat ethisch is?“

Het kader van Exposure bestaat uit drie parameters. Eerst de informatie zelf: is wat we de gebruiker tonen feitelijk juist? Booking.com dat “nog één kamer beschikbaar“ toont terwijl er vijftig zijn, valt buiten dat criterium. Dan de doelstelling: willen we mensen aanzetten tot drugsgebruik of tot gezonder eten? De richting van de duw bepaalt of er medewerking volgt. En als laatste de relatie tussen zender en ontvanger. Een influencer die zich richt tot tieners is iets anders dan een verkoper bij Mediamarkt, een dokter bij een patiënt, een overheid bij haar burgers, of een verkoper aan de deur. Hoe groter het machtsverschil of hoe hoger het vertrouwen, hoe strenger de toets.

“Wij hebben zelf een ethisch kader, want ik vind: wie ben ik om te bepalen wat ethisch is. Maar ik raad het elke organisatie aan om daarover na te denken.“

Waarom Booking.com's 'nog 1 kamer' geen plaats heeft in de toolbox ▶ 9:58

Het is geen theoretische bezwaar. Schaarste-effecten zijn een van de krachtigste gedragstriggers in het kompendium van de gedragswetenschappen. Als een gebruiker denkt dat iets bijna op is, klikt hij sneller. De keuze van Exposure om dat instrument niet in te zetten als de schaarste niet feitelijk klopt, kost klanten en kost soms ook campagnes.

“Het is wel al gebeurd dat we neen hebben gezegd tegen projecten omwille van het ethisch kader.“

Het zijn meestal niet de schaarstegevallen die geweigerd worden. Die liggen volgens Van Zandycke vrij eenvoudig. Het zijn doelstelling-vragen die het bureau aan tafel doet stilstaan. Een merk dat een bepaald gedrag wil triggeren, een politieke partij die met een specifieke groep iets wil. Op het moment dat de doelstelling buiten het kader zou vallen, stopt het werk.

Het feedbacksysteem tussen politicus, media en kijker dat bij u begint ▶ 7:40

Een vraag van een host: doen we de politieke berichtgeving in Vlaanderen goed of slecht? Het antwoord van Van Zandycke is een omweg. Hij analyseert in plaats van te oordelen. Politici die populistische taal op sociale media uitstoten, doen dat omdat ze er stemmen en media-aandacht mee halen. Media volgen omdat de algoritmes en kijkcijfers daar dieper inkliken. En de algoritmes en kijkcijfers liggen bij ons.

“Waar zit de bron? De bron zit bij jou en mij. Wij zijn diegenen die op het sensatiekoppen klikken. Als wij meer naar De Zevende Dag of Terzake zouden kijken, dan veranderen politici en media mee.“

Hij vat het in een paar volzinnen. Politici willen aandacht, media willen kijkers, kijkers volgen impulsen. Wie de feedbacklus wil veranderen, kan inhaken op één van de drie. De makkelijkste hefboom voor wie het ervaart is de derde, want dat is de eigen kijkkeuze. Praktisch wordt dat moeilijker, want we zijn nu eenmaal mensen die niet op elke impuls willen of kunnen reageren.

De ivoren toren-mentaliteit van de centrumpartijen ▶ 13:00

Een terugkerende frustratie van Van Zandycke is wat hij de ivoren toren-mentaliteit noemt. Centrumpartijen en middenveldorganisaties redeneren te vaak vanuit het idee dat hun kiezer of hun publiek na een werkdag de tijd vindt om zich in te lezen over de fundamentele principes van de democratie.

“Mensen die 's ochtends moeten rushen om hun kinderen naar school te brengen, op tijd op werk te zijn, op tijd thuis, op tijd hun kinderen weer naar de hobby, op tijd nog te koken, op tijd nog hun kinderen in bed, en dan denken: nu ga ik me eens inlezen over democratie. Dat gebeurt niet.“

De vergelijking met populistische partijen die hun boodschap in één zin pakken, valt voor het centrum systematisch slecht uit. Niet omdat de populisten betere ideeën hebben, maar omdat ze hun ideeën beter inpakken. Het centrum brengt rationele, inhoudelijk volledige, kostenbatige analyses, terwijl de wereld waarin die boodschap landt, draait op systeem 1 in plaats van systeem 2. Daniel Kahneman in een tweet, zo simpel.

Wat willen we heel concreet? De eerste vraag van elk draagvlakproces ▶ 13:45

Wanneer een klant bij Van Zandycke aankomt met de wens om “draagvlak voor verkeersveiligheid“ te creëren, wijst hij dat in zijn eerste gesprek af. Niet omdat verkeersveiligheid hem koud laat, maar omdat het te abstract is. Verkeersveiligheid is een richting, geen verandering. Wie een gemeentelijke zone 30 wil verbreden, wie een snelheidsverlaging op de snelweg wil bepleiten, wie een parkeerontmoediging wil organiseren, die heeft een werkbaar doel.

“Wat willen we heel concreet? Want awareness-campagnes, dat is gemakkelijk. Maar ik push altijd om campagnes naar verandering te sturen, niet gewoon aandacht voor het thema.“

Daarna komt de tweede stap: wat is de kernboodschap? Niet een rationele opsomming, maar één frame, één beeld, één metafoor die in een seconde landt. Vanaf dan kan systeem 2 alsnog volgen, maar systeem 1 is dan al binnen. Het is, zegt hij, de manier waarop bijna alle succesvolle politieke communicatie werkt. Het centrum mist die discipline het vaakst.

Combative centrism: hoe Gavin Newsom het centrum heroverde ▶ 15:17

Een naam die Van Zandycke graag noemt is Gavin Newsom, de gouverneur van California. Newsom heeft volgens hem het concept van “combative centrism“ gepatenteerd: combatief vanuit het centrum. Geen rationele homo economicus-tonage, geen abstracte beleidsanalyses, maar een centrum dat zich met dezelfde scherpte en framing positioneert als de extremen het al jaren doen.

“Wat het centrum vaak verkeerd doet, is een zeer rationele, inhoudelijke, kostenbatige homo economicus-redenering geven. Wat wij proberen, is daar een logisch verhaal van maken dat in één frame, in één beeld, in één metafoor past.“

In Vlaanderen ziet hij dat principe zelden in de praktijk. Bart De Wever krijgt complimenten omdat hij intuïtief begrijpt waar het centrum vandaag staat, en weet dat hij niet zijn gehele achterban tevreden kan stellen, maar wel kan zorgen dat de partijmachine in één lijn communiceert. Vooruit onder Conner Rousseau is volgens Van Zandycke een ander voorbeeld van wat onbetwist leiderschap doet voor de operationele kant van een partij.

“Vooruit zei vroeger ook altijd iemand iets anders. Conner Rousseau heeft ervoor gezorgd dat iedereen nu hetzelfde zegt.“

De tanker van de publieke opinie keert je niet zomaar ▶ 16:03

Een opinie verschuiven, zelfs over één thema, is volgens Van Zandycke geen kwestie van een goed filmpje of een geslaagde reclamecampagne. Het is een tanker.

“Een tanker keer je niet zomaar. Dat doe je door eraan te sleuren, op verschillende manieren, in verschillende media, gedurende vele maanden, vele jaren.“

Voorbeelden te over in de Vlaamse politiek. Wie kernenergie van vuile bedreiging naar betrouwbare basisvoorziening wil herframe, kijkt aan tegen jaren van publieke opinie die in Tsjernobyl en Fukushima geworteld is. Wie in Vlaanderen de pensioenleeftijd wil verhogen, botst op een collectief geheugen dat al twintig jaar terugverwijst naar Generatiepact. De manier om zo'n tanker te keren is niet één campagne, maar een aanhoudende stroom van verhalen die op verschillende fronten op systeem 1 inhaakt.

Het is op die plaats dat Van Zandycke ook zijn voorbeeldenpalet diversifieert. Hij belt regelmatig met een groepje mensen dat hij “buikgevoel Vlaanderen“ noemt. Geen wetenschappelijk panel, wel mensen waarvan hij uit eerder data-onderzoek weet dat zij goede buikgevoel-vragen stellen. Een anekdote van een goede informant, vertaalt hij snel in een tweet of een metafoor. Een representatief panel doet de rest.

Bij Cambridge Analytica zat hij aan tafel toen ze nog twaalf volgers hadden ▶ 19:50

Een persoonlijk hoofdstuk. Van Zandycke had in 2017 zijn masterproef willen wijden aan het psychometrische model dat Cambridge Analytica wereldfaam zou geven. De universiteit gaf op dat moment groen licht, maar de scriptie liep niet uit. In dezelfde periode, eind 2015 of begin 2016, contacteerde hij de oprichters van Cambridge Analytica direct. Op het moment van zijn eerste gesprek had het bureau twaalf volgers op YouTube en een handvol op Twitter. Cambridge Analytica werkte toen nog niet voor Donald Trump, ook nog niet voor de Brexit-campagne.

“Ik heb gelukkig nog printscreens dat ik met hen connecteerde toen ze nog twaalf volgers hadden.“

De methodiek waarmee Cambridge Analytica werkte, was volgens Van Zandycke niet hun eigen vinding. Het psychometrische model komt van een andere academicus die het in een onderzoeksomgeving had ontwikkeld. Het schaal-effect kwam van de hoeveelheid data die het bureau in handen kreeg. Het ethische probleem zat in hoe ze die data verzamelden, niet in de analyse zelf. Diezelfde methodiek wordt vandaag in elk groot communicatiebureau toegepast, zegt hij, alleen onder andere namen en met andere datapraktijken.

“Wat Cambridge Analytica fout deed, is niet zozeer de methodiek. Het was het verzamelen van de data zelf. De methodiek wordt vandaag bij Google one-button gesproken.“

De campagne van Obama in 2012 wordt in vakkringen vaak de eerste echte AI-campagne genoemd, en met dezelfde reden: een combinatie van big data en machine learning die toen al bepaalde welke kiezer welk verhaal kreeg.

Een wapenwedloop, niet een geheime saus ▶ 23:41

De vraag dringt zich op: ben je vandaag manipuleerbaarder dan vroeger? Van Zandycke knikt en schudt tegelijk. Manipuleerbaar zijn we altijd geweest. Wat veranderd is, is dat de instrumenten gedemocratiseerd zijn.

“Het is een wapenwedloop. Iedereen heeft dezelfde krachten op een bepaald moment. De ene die er sneller bij is, scoort. Vlaams Belang in 2019 won, omdat ze het eerst massaal in social media-advertising waren gestapt.“

Bij de federale verkiezingen van 2024 was diezelfde voorsprong al verdampt. Iedere partij investeert nu in social ads, het verschil ligt in de kwaliteit en in het volume van de boodschap. Hetzelfde gebeurde met Trump na Obama. De technieken die in 2012 een revolutie waren, lagen in 2016 al op de plank, en in 2024 zijn ze de basisuitrusting.

Het wapenwedloopprincipe heeft één eerlijk neveneffect: het temt de illusie dat één partij of één campagnebureau over een geheime saus beschikt die de uitslag kan kantelen. De saus bestaat, ze is alleen breed verspreid.

Een Canva-template heeft geen ziel ▶ 49:49

Wanneer Van Zandycke een doorsnee politieke post in Vlaanderen analyseert, beschrijft hij iets wat alle gebruikers herkennen. Een Canva-template met een quote aan de linkerzijde, een politicus aan de rechterkant, en het partijlogootje rechtsonder. Visueel correct, communicatief leeg.

“Daar komt geen ziel meer in. Daar komt het op neer.“

Het contra-voorbeeld dat hij meteen noemt, is verrassend. Tom Van Grieken haalt op TikTok niet zijn beste posts uit dansbewegingen of karaoke, maar uit inhoudelijke videos. De prijs van een rijbewijs die in beeld optelt. Een interventie in het Vlaams Parlement met een concreet cijfer als haakje. Tot grote ergernis van Van Zandycke is dat een beter communicatief product dan wat de centrumpartijen in dezelfde kanalen produceren. De inhoud is plat, maar het frame werkt.

“De gemiddelde politicus kan dat niet.“

Investeren in echte content creatie, en niet in nog een mediatrainer, is voor Van Zandycke daarom de eerste hervorming die de Vlaamse partijen zouden moeten doorvoeren. Een mediatraining maakt geen renpaard van een muilezel, maar zonder content blijft de muilezel een Canva-template.

In de gedachtenwisseling komt ook Petra de Sutter ter sprake. Toen ze minister was, scoorde ze sterk op TikTok, niet omdat ze intrinsiek een TikTok-figuur is, maar omdat een goede beeldvoerder achter de schermen wist hoe haar interventies in een TikTok-frame te knippen.

“Dat is wat ik in 2017 al de beeldvoerder noemde, een term die uit Groen Links in Nederland komt. Niet de woordvoerder die spreekt, maar de beeldvoerder die er beelden van maakt.“

Hanlon's Razor: meer toeval dan grote strategie ▶ 57:30

Het tegengewicht voor het politieke cynisme is een denkprincipe dat Hanlon's Razor heet. Schrijf niet aan kwaadaardigheid toe wat ook door domheid of toeval verklaard kan worden. Van Zandycke past het toe op de Vlaamse en internationale politiek met enige nadruk.

“Ik heb gewerkt voor de toppers in de uitvoerende en wetgevende macht. En heel vaak achteraf, op café met iemand, hoor ik dat journalisten denken dat er een grote strategie is. Soms is het gewoon een toeval, een stomme samenloop van omstandigheden.“

Een viraal moment, een aansluitende post die ineens vleugels krijgt, een politicus die op de juiste tijdsgeest land. Wat in de media als een meesterzet of zelfs als een Russisch budget wordt geframe, is in zijn ervaring vaak de optelsom van timing en toeval. Charlie Kirk noemt hij in passant: niet als individueel fenomeen, maar als illustratie van mensen die op een gedeelde tijdsgeest synchroon hun haakjes uitwerpen, en de gelijktijdigheid wordt achteraf als coördinatie gelezen.

“We overschatten gigantisch de grote communicatieve, retorische strategieën in de politiek.“

10 procent strategie, 90 procent operations ▶ 1:06:41

Toch zit er volgens Van Zandycke wel degelijk structuur achter de winnaars. Hij vat de verhouding kort samen.

“Het succes van een partij is 10 procent strategie, 90 procent operations. Strategie is makkelijk, je kan zeggen waar je electoraat zit. De moeilijkheid is ervoor zorgen dat iedereen in de partij hetzelfde zegt.“

De strategie is vrij snel rationeel uit te tekenen. Welke kiezers twijfelen tussen mijn partij en welke andere, waar overlappen onze frames, waar moeten we ons profileren. Het echte werk is de operationele kant: een partijmachine waarin alle parlementsleden, alle ministers, alle woordvoerders, alle lokale afdelingen en alle social media-kanalen op één lijn zitten met dat strategisch frame. Pas dan kan een tanker keren.

Onbetwist leiderschap heeft hier een opmerkelijke functie. Niet om autoritair de boodschap op te leggen, maar om de partij te bevrijden van interne ruzies, zodat de leider zich op de kernframes en de grote lijnen kan concentreren in plaats van op interne ditjes en datjes. Conner Rousseau bij Vooruit, Bart De Wever bij N-VA, Tom Van Grieken bij Vlaams Belang. Wie geen onbetwist leiderschap heeft, ziet zijn 10 procent strategie verdampen in een chaos van operationele inconsistentie.

“Bij Open VLD splijten ze tussen liberalen, conservatieven en progressieven. In plaats van die te smelten, wordt het misschien interessant om ze in twee partijen te splitsen. Een 'donkerblauwe liberale' van 15 procent en een progressievere lijst van 15 procent zou samen sterker zijn dan één Open VLD die op alle drie de punten compromissen sluit.“

Het onbetwist leiderschap raakt aan iets fundamenteels. In een coalitie-democratie zoals België is geen partij in staat om al haar achterban tevreden te stellen. De keuze is dus niet of je teleurstelt, maar hoe je teleurstelling intern overleeft. Dat overleven gebeurt in de operationele 90 procent.

De cola-vergelijking: wat een kiezer eigenlijk koopt ▶ 1:03:37

Tegen het einde van het gesprek brengt Van Zandycke een metafoor uit zijn masterproef-onderzoek naar succesvolle lokale politieke campagnes. Bij Coca-Cola weet de consument wat hij krijgt: één euro vijftig en de cola smaakt naar cola, voorspelbaar, herhaalbaar. In de politiek is dat niet zo.

“Mensen moeten wel het gevoel hebben: kijk wat ik hier voor betaald heb, heb ik in een bepaalde mate gekregen. Dat is wat we de beleidsfase noemen.“

Een partij die belooft, moet leveren wat in de coalitie haalbaar is, en moet daarna communiceren dat ze dat geleverd heeft. Niet door rapporten te publiceren, want die leest niemand, ook politici niet. Wel door één concreet beeld neer te zetten van wat er bij de kiezer is aangeleverd. Wie daarin slaagt, scoort. Wie alleen klaagt over de coalitiepartner, verliest. Het verklaart een deel van waarom de partij die de premier levert, paradoxaal genoeg vaak ook de partij is die het langst regeert.

In de afronding herinnert Van Zandycke nog aan zijn eigen disclaimer. Hij geeft niet vaak zijn mening, hij geeft analyses. Een host wijst hem fijntjes op het feit dat de avond zojuist een aantal opvallende meningen heeft opgeleverd. Hij lacht.

“Op het einde van de rit zou ik wel zeggen dat degenen die af en toe meningen geven, het sterkst eruit komen.“

Dat is precies de paradox waarrond zijn boek, zijn bedrijf en zijn carrière draaien. Wie een tanker wil keren, moet ergens een mening durven nemen. En wie geen mening durft te nemen, kan het centrum niet combatief verdedigen. In een communicatiewereld die op systeem 1 draait, blijft de stille analyse het zoutgras van het centrumland.