Luc Pauwels over de onderzoeksjournalistiek: "Wij zijn niet foutloos en dat moeten we ook durven zeggen"

Luc Pauwels schuift aan met een glas water want hij moet nog rijden. De VRT-journalist gespecialiseerd in onderzoek rond energie heeft anderhalf jaar geleden een boek geschreven met een ondertitel die typerend is voor hem: Een gewetensonderzoek van een insider. Aan tafel in De Melkerij ontrolt zich een gesprek over wat onderzoeksjournalistiek nog kan, hoe de waan van de dag het van diep graven dreigt te winnen, en hoe een man die zijn cameraman ooit met een verborgen camera onder een 70.000-ton tanker liet kruipen vandaag denkt over zijn vak.

“Wij zijn niet foutloos hè. Ook de openbare omroep niet. We zijn mensen. Het is een grote machine.“

Het is een opening die meteen het register zet. Pauwels is geen man van slogans, hij is een man van toegevingen die je zelden hoort uit de mond van een vakgenoot in functie.

Elke journalist moet een onderzoeksjournalist zijn ▶ 4:38

Op de vraag of er nog wel echte onderzoeksjournalistiek bestaat in een tijd waarin elk artikel binnen vijf minuten online moet, reageert Pauwels met een principiële tegengeluid.

“Ik vind eerst en vooral dat elke journalist een onderzoeksjournalist moet zijn. Ik begrijp eigenlijk het verschil niet.“

Voor hem is de scheiding tussen “snelle nieuwsbrenger“ en “trage onderzoeker“ een valse dichotomie. Zelfs voor het kleinste verhaal moet je je afvragen of het wel klopt. Maar hij erkent meteen het probleem: media beginnen wel in te zien dat enkel het diepe graven nog impact maakt, en niet meer het sneller publiceren. Wie er als eerste bij is met camera's, krijgt het beeld toch van een omwoner met smartphone. De meerwaarde van professionele media zit elders.

De treinramp van Wetteren en de blauwzuurpuzzel ▶ 7:43

Pauwels illustreert wat onderzoeksjournalistiek wel kan met een concreet voorbeeld uit het verleden. Bij de treinramp in Wetteren ontspoorde een trein met een giftig product, de brandweer goot er water op, dat liep via de riolering naar de Schelde, en kilometers verder viel iemand dood.

“Het product bleek blauwzuur te zijn. Blauwzuur dat een reactie was op het oorspronkelijke gif dat erin zat. Uiterst dodelijk.“

Wat Pauwels onderscheidt van zijn collega's: hij ging op zoek of dezelfde stof elders al rampen veroorzaakt had. In Luik, op een rangeerstation, een paar jaar eerder. Hetzelfde verhaal. Het bewees dat de brandweerkennis ontbrak die jaren geleden al had moeten geadviseerd zijn. Een onderzoek dat enkel kon zien wie de wil had om in een specialistische scheikundige kwestie door te bijten.

"Dat schip stond op zinken, 8 km voor onze kust" ▶ 16:11

Het meest cinematische verhaal van het gesprek gaat over een tanker die in 2018 voor de Belgische kust uitgevaren werd na een ramming. Met 70.000 ton diesel aan boord, vergelijkbaar in opzet met de Prestige-tanker die voor de Spaanse kust 1.000 kilometer kust had ondergedompeld.

“Acht kilometer voor onze kust, 70.000 ton diesel. Wij hebben maar 65 kilometer kust. Het seizoen was volledig weg geweest.“

De loodswezenmensen zeiden eerst dat het schip “op zinken stond“, werden daarna stilgemaakt door scheepvaartinspectie en rederij. Pauwels weigerde het verhaal los te laten. Met verborgen camera's en een ploeg van drie kroop hij in het Schiedam-droogdok onder het schip waar het na het slepen lag. Wat hij zag: een gat waarin een appartementsgebouw paste, dubbel geperforeerde rompen, brandstof- en ladingstanks die nog vol stonden te lekken.

“Ik kon gewoon door dat gat de blauwe hemel zien. Dat was dubbel geperforeerd. Brandstoftanks waren aan het leeglopen. De lading was ook aan het lekken.“

Het verhaal werd een week of drie nadat de mainstream-media het had laten vallen, opnieuw groot, omdat Pauwels niet wilde loslaten dat dit een wereldnieuwswaardige ramp was waaraan we ternauwernood ontsnapt waren.

Het Opel-marterspel en de twee testrondes ▶ 24:38

Het bekendste Pauwels-verhaal blijft de Opel-software die diesel-uitstoot bedrieglijk kon manipuleren. Toen Pauwels met testresultaten kwam die toonden dat de uitstoot na een softwareupdate met 80 procent omlaag was gegaan, kwam Opel met een hilarisch antwoord.

“Hun verdediging: ik had twee slechte auto's genomen. Een ene had een marter de kabel doorgebeten, in de andere zaten negen software-fouten. Dat moest zich drie ritten na elkaar voordoen voordat dat op het display kwam.“

Pauwels weigerde te capituleren. Hij zocht Nederlandse collega's op, nam opnieuw auto's, deed een tweede testronde met De Tijd en De Standaard erbij als getuige. De boodschap: als ik fout zit, jullie zien het ook en jullie brengen het mee. De auto's bleken nog steeds gemanipuleerde software te hebben, geen marters in zicht.

“De dag nadien komt de Duitse overheid met een groot onderzoek. En welke auto pikken ze eruit als één van de gemanipuleerde modellen? De auto waar wij mee bezig waren.“

Sindsdien heeft Opel niets meer durven zeggen.

Waarom je geen primeurs van ministers nodig hebt ▶ 35:29

In een verfrissende passage formuleert Pauwels hoe hij omgaat met de Belgische gewoonte om als energiejournalist nauw verbonden te zijn met de bevoegde minister of zijn kabinet.

“Ik heb tegen ministers gezegd: luister eens, ik heb uw primeurs niet nodig. Ge moet mij niet proberen iets te verkopen. Ik heb dat niet nodig. Ik heb er zelf genoeg. Ik maak ze zelf wel.“

Het is een onafhankelijkheid die hem niet altijd geliefd heeft gemaakt bij de Belgische politiek. Dan-Vlaams energie-minister Johan Vande Lanotte, voormalig staatssecretaris Christine Peeters, eerdere bewindslieden: telkens kreeg Pauwels te horen dat hij bruggen aan het opblazen was. Hij verdedigt zichzelf met een rake observatie: een collega in politieke verslaggeving heeft inderdaad een netwerk nodig, maar het is een rol die hij niet wil vervullen.

Hoe een Chinese omvormer onze stroomnetwerk kan plat leggen ▶ 37:01

Een van Pauwels' recentere onderzoeken ging over de Chinese controle over zonnepanelen-omvormers. Het probleem dat hij blootlegde: deze toestelletjes worden van op afstand gestuurd, krijgen updates uit China, en worden geleverd door bedrijven die volgens Chinese wetgeving samenwerken met de overheid om geopolitieke belangen te dienen.

“Eén Chinees merk, Huawei, heeft ongeveer een kwart van de wereldmarkt in handen. Australische veiligheidsdiensten zeggen: ze kunnen een blackout triggeren waarbij het een week kan duren voor we het net terug overeind krijgen.“

Voor Pauwels was de uitdaging niet om paranoia te kweken, maar om de bewijzen op te bouwen. Hij stelde de moeilijke vragen: kunnen ze het technisch? Het antwoord is ja. Gaan ze het ook doen? Op korte termijn niet, want het zou commerciële zelfmoord zijn. Maar de Australische precedent waarbij omvormers zonder waarschuwing werden uitgezet, en de Chinese acte met de overheid om geopolitieke belangen te dienen, maken het een reële risico in een geopolitieke crisis. De vergelijking met Russisch gas dat Europa “nooit zou afsnijden“ is voor hem het bewijs dat commerciële belangen niet altijd de doorslag geven.

"Wij zijn allemaal moeilijke koppigaards" ▶ 54:39

Een opvallende zelfomschrijving die kort en raak het Pauwels-DNA toont.

“Ik ben een moeilijke koppigaard, dat ga ik niet verstoppen. Dat weten ze ook in het huis.“

Hij vertelt over de keer dat hij in een autosalon met een ander verhaal kwam: dat auto's op aardgas eigenlijk slechter zijn voor het klimaat dan benzine of diesel, omdat methaan tijdens transport veel meer agressief is dan CO2. Drie universiteiten had hij ingehuurd om de cijfers te checken. Maar de SEAT-CEO ontving hem met een glimlach: “Proficiat, meneer Pauwels, met de reportage. Want we hebben de ene na de andere fleet manager hier gehad die bestellingen van honderden auto's heeft afgezegd.“

Pauwels' eerste reactie was niet voldoening, maar onrust. Wat als hij iets over het hoofd had gezien? Wat als de woedende vakgenoten een puntje hadden? Het is precies dat soort zelfkritiek dat hij wil zien terugkeren in de bredere journalistiek.

Tegen het tunnelzicht in eigen huis ▶ 53:18

Pauwels is openlijk kritisch over de Vlaamse journalistieke cultuur, ondanks dat hij er zelf onderdeel van is.

“We hebben de neiging om nogal snel naar een penseé unique te gaan. Iemand komt me iets en de anderen brengen het. Dan is het van ja, iedereen brengt het, wij dan toch ook.“

Voor hem is dat niet altijd ideologisch gedreven, maar gewoon een gebrek aan reflectie. Hij smeekt zijn redactie steeds opnieuw om hem tegenspraak te geven, een tweede paar ogen die advocaat van de duivel speelt. “Zit hier alleen op een domein. Zet er eens een tweede bij. Alstublieft, dat je een dubbel check hebt.“ Het is een verzoek dat niet altijd wordt gehonoreerd, omdat Vlaanderen simpelweg te klein is voor twee onderzoeksjournalisten op hetzelfde specialistische domein.

De Marian Dingenmans-bedreiging als spiegel ▶ 53:07

Pauwels haalt een buitenlandse voorbeeld op om zijn punt over journalistieke integriteit aan te scherpen.

“In Nederland is dan iemand gepakt die 200 à 300 artikels had geschreven voor Trouw. En een paar weken eerder legde Der Spiegel uit hoe ze hun research-afdeling angstaanjagend grondig was.“

Een maand na die zelfverklaring werd een topjournalist van Der Spiegel ontmaskerd voor jaarlange verzonnen reportages. Dat is voor Pauwels de waarschuwing: hoe luider je verkondigt dat je zorgvuldig bent, hoe groter het risico dat je ergens zelfgenoegzaam bent geworden. Voor hem is het continuële proces van zelfcontrole de enige uitweg.

Waarom een journalist niet de wetenschappers helemaal mag vertrouwen ▶ 47:45

Pauwels vertelt over een keer dat hij over scheurtjes in een Belgische kerncentrale een verhaal had voorbereid. Eén bron, twee bronnen, en daarna een topspecialist die hem vertelde: “Luc, ik weet wat hij gaat zeggen, maar het klopt niet.“

“Ik stond in de studio en ik zeg tegen mijn hoofdredacteur: misschien moeten we het inhouden. Maar hij had zich versproken, één ding fout gezegd. We gaan ervoor gaan.“

Het verhaal klopte uiteindelijk. Maar het illustreert hoe dun de lijn is tussen een goede verhaal en een gat in je researchwerk. Pauwels gelooft niet in journalisten die wetenschappers blindelings volgen. Een wetenschapper heeft een specialisme; een journalist moet het in zijn werk overstijgen door verschillende experts tegenover elkaar te zetten en zelf het kader te bouwen waarop hij oordeelt.

De grote angst voor AI-slordigheid ▶ 1:00:04

Het meest hedendaagse alarm dat Pauwels luidt, gaat over het gebruik van AI-tools in journalistieke productie.

“Ik denk dat we vroeg of laat bij ons op de website iets gaan hebben waar rap naar een AI-tool is gekeken en dat erop is gekwakt. Dat het snel moest gaan.“

Hij gebruikt zelf ChatGPT en Perplexity om snel basisbegrippen op te zoeken, zoals wat wisselstroom en gelijkstroom precies onderscheidt. Maar dat is voor zijn eigen begrip, niet om er ongecontroleerde content uit te halen. Wat hij vreest, is een glijdende schaal waarbij redacties onder snelheidsdruk steeds vaker een onbewerkt AI-antwoord publiceren. Het is voor hem niet een hypothetisch risico, het is een statistiek die er aan zit te komen.

De cycli van democratie volgens Alcibiades ▶ 1:17:49

Aan het einde van het gesprek bouwt Pauwels een breder filosofisch kader. Hij verwijst naar een oud Grieks denker over democratiecycli.

“Een democratie is geen eindpunt. Een democratie krijgt na een tijd populisme. Krijg je populisme, dan wordt de democratie niet zuiver meer. En dan krijg je opnieuw de roep naar een sterke man en zit je weer bij fase één.“

Voor Pauwels is dat geen pessimisme. Hij ziet een spiraal, niet een cirkel: na elke cyclus iets hoger dan voor. Maar het is wel een waarschuwing. De Verenigde Staten van Trump zit volgens hem in een fase waarin de checks en balances onderdruk komen te staan. Europa heeft nog veerkracht, maar moet leren zijn corrigerende factoren te beschermen.

Waarom een publieke omroep nog altijd nodig is ▶ 1:12:23

De finale vraag of een publieke omroep nog relevant is, beantwoordt Pauwels met een rake nuance.

“Je moet een instantie hebben die kan zeggen: dit kan ons misschien geld kosten, maar we gaan dit wel doen. Een corrigerende factor die marktonafhankelijker is.“

De voorwaarde is, voegt hij eraan toe: de openbare omroep mag niet zomaar de marktlogica volgen. Wie meegaat met de mainstream, verliest zijn bestaansreden. Wat de VRT moet doen, is precies durven anders zijn dan de commerciële zenders, durven onderwerpen oppakken die geen rendement opleveren. Pauwels schrijft daar zelf elke dag aan mee.

Constructieve journalistiek begint met destructie ▶ 1:21:40

Op de vraag naar constructieve journalistiek geeft Pauwels een definitie die zijn hele praktijk vat.

“Constructieve journalistiek is voor mij: eerst destructief zijn. Een probleem aansnijden. En dan, wanneer het ten goede is gekeerd, dat ook brengen. Kijk eens, het gaat vooruit.“

Het is een opvolgcultuur die volgens hem te zelden wordt toegepast. Een journalist scoort met het ontmaskeren van het probleem; bijna niemand komt achteraf terug om te tonen dat het probleem is opgelost. Voor Pauwels is dat een gat. Een vierde macht die enkel ageert tijdens crisis, en zwijgt tijdens reparatie, doet zijn rol slecht. Hij sluit het gesprek af met de vraag of we niet door dat eenzijdig negatieve nieuwsbombardement zelf ook bijdragen aan de polarisatie. Het is een vraag die hij open laat. Want, geeft hij toe, dat is precies het soort gewetensonderzoek waarvoor zijn boek bedoeld was.