In de Melkerij in Brasschaat heft Bob Van den Broeck zijn glas Discours-whisky. De administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Justitie en Handhaving brengt een titel mee die zo lang is dat hij zichzelf om de tafel ermee plaagt. “Ik heb in elk geval mijn handen wel vol.“ Achter de hoffelijke understatement zit een organisatie die in drie jaar tijd is uitgegroeid tot de zesde grootste entiteit van de Vlaamse overheid: 1.230 medewerkers, justitiehuizen, monitoring van elektronisch toezicht, en de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in elke Vlaamse gevangenis.

Wat hij niet onder zijn bevoegdheid heeft, is de gevangenis zelf. Die blijft federale materie. Een Belgische curiositeit waarvan Van den Broeck onverbloemd zegt dat ze hem en het hele land in de problemen heeft gebracht. Een uur lang ontleedt hij een keten waarin elke schakel zijn verantwoordelijkheid liever wegduwt dan opneemt, en waarin de staat zichzelf ondertussen voor mensenrechten­schendingen laat veroordelen omdat ze haar eigen basiswet niet kan uitvoeren.

"Ik ben nog niemand tegengekomen die zegt dat de huidige opdeling goed is" ▶ 3:04

De Belgische strafuitvoering is opgesplitst tussen federaal niveau (gevangenissen zelf) en regionaal niveau (justitiehuizen, elektronisch toezicht, hulp- en dienstverlening). Die scheiding is bij de zesde staatshervorming pas voltooid, maar dateert in haar oorsprong uit 1980, toen Vlaanderen volgens Van den Broeck “zelf vergat“ dat het hulp en dienstverlening aan gedetineerden had gekregen. Pas in 1994 kwam dat aanbod er.

“Ik ben nog niemand tegengekomen die zegt dat de huidige opdeling goed is. De vraag is alleen aan wat het terug moet worden.“

Zijn eigen overtuiging is helder. Een wetenschappelijk onderzoek dat zijn agentschap liet uitvoeren, toont dat in de meeste federale landen de strafuitvoering grotendeels bij de deelstaten ligt, niet bij het federale niveau. Van den Broeck pleit voor een volledige overheveling naar één hand, en gezien de Vlaamse infrastructuur al opgebouwd is, ligt die hand voor hem in Vlaanderen.

“Het kan perfect georganiseerd worden bij de deelstaten. Maar het zal moeten gediscussieerd worden bij een nieuwe regeringsvorming. In 2029 is dat misschien een ontwerp van het debat.“

Een keten waarin niemand verantwoordelijkheid wil nemen ▶ 7:00

Het meest verrassende cijfer dat Van den Broeck op tafel legt, is dat het aantal personen onder elektronisch toezicht vandaag lager is dan een jaar eerder. Niet omdat er minder criminaliteit is, maar omdat rechters er minder voor kiezen.

“Wij zijn een uitvoeringsagentschap. Het is een rechter die moet beslissen om iemand onder elektronisch toezicht te plaatsen. Dus als dat niet gebeurt, kunnen wij er ook geen uitvoering aan geven.“

Achter dat gegeven zit een keten die hij stap voor stap ontleedt. Politici komen graag in de media met aankondigingen dat strafmaten zullen stijgen, omdat lezers van Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad daar gevoelig voor zijn. Het Openbaar Ministerie volgt en eist hogere straffen. Rechters spreken hogere straffen uit, ook omdat in een cultuur van naming-and-shaming elke milde uitspraak persoonlijk in de krant kan komen.

“Het is een heel systeem waarbij mensen steeds minder geneigd zijn om verantwoordelijkheid te nemen.“

De paradox die uit dat systeem voortkomt, is voor Van den Broeck illustratief. Een gevangenisstraf onder de drie jaar wordt vandaag de facto niet uitgevoerd in België. Wie wil dat een veroordeelde de cel ziet, moet de straf zo hoog mogelijk zetten, want de lagere straffen worden nooit fysiek uitgezeten.

“We hebben een vreemde incentive in de keten. Als je iemand werkelijk in de gevangenis wilt krijgen, moet je je straf al zo hoog mogelijk leggen.“

3.000 Belgen zitten op vrije voet te wachten op hun gevangenisstraf ▶ 8:32

Een cijfer dat in de krant van de dag voor de podcast verscheen, vat de absurditeit samen. 3.000 mensen in België wachten op hun gevangenisstraf, niet onder elektronisch toezicht, niet onder voorwaarden, gewoon op vrije voet.

“Tot wanneer dat ze moeten wachten, dat weet alleen de federale justitie. Vandaag zijn ze op vrije voet, niet onder elektronisch toezicht. De politie komt daar niet langs.“

Wie een gevangenisstraf onder de drie jaar krijgt, ontvangt een oproepingsbrief, meldt zich aan bij de gevangenis, en wordt vervolgens naar huis gestuurd “tot we u oproepen“. De wachttijden lopen volgens Van den Broeck zo hoog op dat sommige straffen worden afgeschreven voordat de oproep komt. Het systeem produceert daarmee een straffeloosheid waar geen enkel deel van de keten formeel verantwoordelijk voor is.

Wat de Nederlandse aanpak in twee weken oplost ▶ 32:22

Van den Broeck en zijn team waren onlangs op werkbezoek bij de Nederlandse Dienst Justitiële Inrichtingen en Reclassering Nederland. Wat opviel was de operationele kwaliteit van wat in Nederland routine is.

“Bij hen is het toch allemaal beter georganiseerd. De gevangenissen zijn van betere kwaliteit. Het Nederlandse parlement debatteert er ook over: kunnen we mensen vijf dagen vroeger vrijlaten, of stoppen we met gevangenissen vol te duwen?“

In Nederland heeft de Dienst Justitiële Inrichtingen een eigen drugshonden-afdeling. Elke twee weken worden gevangenissen gecontroleerd. In België moet beroep worden gedaan op de politie, en die heeft “ook andere dingen te doen“, waardoor systematische controle ontbreekt. In Noorwegen geven gedetineerden urinestalen af. In België niet.

“In Nederland zit het merendeel van de mensen in de gevangenis met een straf kleiner dan één jaar. Bij ons komen die mensen niet eens in de gevangenis.“

Het verschil zit voor Van den Broeck niet in de strengheid van het systeem, maar in de keuze om straffen ook werkelijk uit te voeren. Een korte straf die wordt uitgevoerd, heeft een sterker afschrikwekkend effect dan een lange straf die nooit gebeurt.

Dendermonde: 440 plaatsen, 510 maximaal, 521 vandaag ▶ 33:53

De ochtend van de podcastopname bezocht Van den Broeck de nieuwe gevangenis van Dendermonde, een publiek-private samenwerking waarin een bovengrens contractueel is vastgelegd. In principe verblijven daar 440 gedetineerden. De contractuele bovengrens, al ruim boven de officiële capaciteit, ligt op 510. Op de dag van het bezoek zaten er 521.

“Ik was nog enigszins in de naïeve veronderstelling dat boven die bovengrens er niemand meer zou komen, want dan moeten boetes worden betaald. Vandaag heb ik vernomen dat ook in die gevangenissen die bovengrens al wordt overschreden.“

De boetes worden betaald aan het private consortium dat het gebouw heeft opgericht. Wie ze betaalt, is de federale collega, niet het Vlaamse niveau. Van den Broeck noemt het zonder enthousiasme een Belgische operationele realiteit. Een PPS-formule die het probleem niet oplost maar verschuift naar contractuele compensaties.

In totaal zitten er volgens de meest recente cijfers ongeveer 13.000 gedetineerden in Belgische gevangenissen, op een capaciteit van ongeveer 11.000. “5.000 te weinig“, zegt hij. De helft van de capaciteit zou eigenlijk moeten worden bijgebouwd om de overbevolking weg te werken.

Mensenrechten­schendingen aan de lopende band, en wat ze waard zijn ▶ 52:22

In 2005 is in België de basiswet voor het gevangeniswezen ingevoerd. Twintig jaar later, op het ogenblik van de podcast, zijn we volgens Van den Broeck “geen stap verder“ met de uitvoering. Wie morgen met vier in een kleine cel zit, voelt zich geen burger zoals iedereen.

“Wij vieren vandaag 20 jaar basiswet en zijn nog geen stap verder. Er zijn vandaag aan de lopende band mensenrechten­schendingen in onze gevangenis.“

In de federale commissie Justitie heeft Van den Broeck recent de vergelijking met Keeping Up Appearances gemaakt. Wanneer België wetgeving schrijft, “spelen we Hyacinth Bouquet“. Maar bij de uitvoering “zijn we Mrs. Bucket“. De pretentie blijft, de praktijk niet.

Een aantal gedetineerden heeft de Belgische staat de afgelopen jaren aangeklaagd. Ze vroegen schadevergoeding voor het feit dat ze tijdens cipiersstakingen niet konden douchen, niet konden wandelen, en in oude gevangenissen in zomertemperaturen van 40 à 45 graden moesten blijven. De vraag was 500 euro per dag.

“De federale overheid heeft gezegd: je hebt gelijk. Maar je hebt geen recht op 500 euro per dag, wel op 50 euro.“

Het vonnis geldt alleen tussen partijen, niet voor andere gedetineerden in dezelfde situatie. De federale staat erkent dus de schending zonder een systemische oplossing voor die schending op te zetten. Wie geen advocaat heeft die de zaak aanspant, blijft in dezelfde omstandigheden zitten.

Overlast door illegale migratie en kleine criminaliteit ▶ 40:03

Een onderwerp waar Van den Broeck zelf aanvankelijk omheen wil draaien, komt toch ter sprake. Een aanzienlijk deel van de gedetineerden in Belgische gevangenissen heeft buitenlandse roots, en een deel daarvan verblijft hier illegaal.

“Mensen zonder wettig verblijf zitten heel vaak voor kleinere criminele feiten, bijvoorbeeld een winkeldiefstal. Maar zij nemen wel de plaats in van iemand die soms zwaarwichtigere feiten heeft gepleegd.“

De ironie van het systeem is daarmee dubbel. Wie illegaal in het land verblijft en een kleine diefstal pleegt, wordt gevangengezet. Wie legaal in het land verblijft en een ernstiger misdrijf pleegt, kan op vrije voet wachten op een straf die nooit gebeurt. Van den Broeck wijst erop dat dit een politieke keuze is. Wie illegaal verblijft moet teruggewezen kunnen worden, maar landen die hun eigen onderdanen niet terugnemen, blokkeren dat traject. Het probleem ligt niet bij justitie, het ligt bij het buitenlands beleid en bij de migratie­handhaving.

Een "kordaat lik op stuk"-beleid dat geen gevangenis vraagt ▶ 5:29

Wanneer Van den Broeck zijn eigen positie formuleert, klinkt het paradoxaal voor een ambtenaar van Justitie en Handhaving.

“Ik ben voorstander van een kordaat lik-op-stuk beleid. Maar ik heb liever dat iemand onder elektronisch toezicht wordt geplaatst, een werkstraf krijgt of een vrijheid onder voorwaarden krijgt, dan een gevangenisstraf die uiteindelijk niet wordt uitgevoerd.“

Het standpunt botst met de publieke retoriek dat hardere straffen automatisch tot meer veiligheid leiden. Voor Van den Broeck is veiligheid het resultaat van een straf die wordt uitgevoerd, niet van een straf die op papier staat. Een werkstraf met effectieve invulling, een elektronisch toezicht met monitoring, een vrijheid onder voorwaarden met begeleiding: alle drie hebben volgens hem een reëlere recidieve-werking dan een gevangenisstraf die nooit komt.

Van den Broeck wijst erop dat de strafmaat in België in vergelijking met andere landen lang is, maar de uitvoering kort. In Nederland is dat omgekeerd. Daar geldt het uitgesproken principe dat een korte straf die volledig wordt uitgezeten, een sterker signaal afgeeft dan een lange straf die op papier blijft.

Drugs, complexere problematieken en illegale migratie ▶ 36:12

Wat de mensen in zijn organisatie volgens Van den Broeck het meest opvalt, is dat de gedetineerde populatie in complexiteit toeneemt.

“Vroeger waren er ook mensen die misdrijven pleegden, maar waar je nog wel een gesprek mee kon. Nu zijn heel veel mensen psychotisch, drugverslaafd. Als ze al niet drugverslaafd zijn voordat ze de gevangenis binnenkomen, dan worden ze het wel eens binnen.“

Een terugkerend thema is dat de Belgische gevangenissen geen systematische drugscontrole kennen. Wat in Nederland en Noorwegen routine is, hoort in België tot de uitzondering. De drugshonden-afdeling die in Nederland operationeel is, ontbreekt structureel.

Wat Van den Broeck als organisatie­chef bezighoudt, is hoe je medewerkers gemotiveerd houdt in een keten waarvan ze de schakels niet kunnen herstellen. Hij bezoekt persoonlijk elke werklocatie minstens eenmaal per jaar, om hen mee te nemen in het bredere verhaal achter hun dagelijkse begeleiding van justitiabelen.

Onredelijkheid is geslopen waar redelijkheid begon ▶ 47:44

Een breder maatschappelijk fenomeen dat Van den Broeck in justitie ziet, is wat hij een verschuiving van redelijkheid naar onredelijkheid noemt. Privacyregels, zoals de GDPR, zijn met goede redenen ingevoerd. Maar elke lokale politiezone heeft een eigen Data Protection Officer, en wanneer hij voor zijn veilige huizen een informaticasysteem moest uitrollen, moest met 70 DPO's worden onderhandeld.

“Probeer maar eens met 70 DPO's tot een consensus te komen. Dat is schier onmogelijk. Privacy is bijzonder belangrijk, maar dat evolueert naar een onredelijk gevolg.“

Hij plaatst er een breder kader rond. België heeft op heel veel vlakken “fantastisch mooie wetgeving“, in natuur, omgeving, sociale rechten. Maar de handhaving ontbreekt systematisch. De “dubbelzinnigheid zit ingebakken“ in een stelsel dat tussen een Latijnse en een Scandinavische rechtscultuur balanceert. In de Latijnse visie is het werk klaar wanneer iets in de wet staat. In de Scandinavische visie begint het werk pas dan.

“Wij zitten op die grens. Op heel veel vlakken hebben we mooie wetgeving, alleen handhaven we die niet.“

Julie Van Espen, Steve Bakelmans en het dossier in de kast ▶ 45:24

Een dossier dat de Vlaamse justitie heeft wakker geschud, blijft de moord op Julie Van Espen door Steve Bakelmans. De dader had een dossier dat letterlijk in de kast was blijven liggen.

“Het is vreselijk wat met Julie is gebeurd. De ouders zetten zich in voor het algemeen belang en hebben regelmatig contact met elke minister, zowel de Vlaamse als de federale minister van Justitie.“

Excuses zijn aangeboden door de top van de federale justitie. Maar Van den Broeck wijst er op dat het signaal de ene kant uit kan gaan, terwijl het reële risico dezelfde kant blijft. Met 3.000 mensen die op vrije voet wachten op hun gevangenisstraf, is elk dossier potentieel een nieuwe Julie Van Espen-zaak.

Optimistisch ondanks alles ▶ 45:24

In de afronding zegt Van den Broeck iets dat in zijn rol opvallend is. Ondanks de overbevolking, de mensenrechten­schendingen, de keten waarin niemand verantwoordelijkheid neemt, blijft hij optimistisch. Het debat wordt gevoerd. De ouders van Julie Van Espen hebben een gesprek aangezwengeld dat tien jaar geleden niet gebeurde. De vergelijking met Nederland brengt een nieuw soort vraag op tafel: kan een korte uitgevoerde straf de plaats innemen van een lange onuitgevoerde straf?

“Ik ben zoals altijd optimistisch. Het debat wordt steeds meer gevoerd. Daar is moed voor nodig en die moed ontbreekt vandaag. Maar je merkt wel dat het in de mond genomen wordt.“

Voor een ambtenaar die in zijn dagelijkse werk de discrepantie tussen wetgeving en uitvoering ziet, is dat een volgehouden hoop. Een hoop die op feiten is gebaseerd, maar die in de Belgische bestuurlijke realiteit voorlopig nog vooral met geluid wordt gevoed, en zelden met daden.