Drie politici, één tafel, en de moed om elkaar tegen te spreken
In het Kasteel van Hamme, op een avond die een boekvoorstelling zou worden en uiteindelijk een mini-parlement bleek, schuiven drie politieke profielen aan die elkaar in de Wetstraat zelden in dezelfde fractie tegenkomen. Aan de linkerkant van de tafel Stephanie D'Hose, Open Vld-senator en gewezen voorzitter van het hogerhuis, vandaag opnieuw gemeenteraadslid in Gent. In het midden Björn Rzoska, jaren parlementslid voor Groen, schrijver van Gedeelde Grond, vers verkozen in de gemeenteraad van Lokeren. En aan de rechterkant Siegfried Bracke, voormalig VRT-coryfee en N-VA-Kamervoorzitter, vandaag opiniemaker bij Doorbraak. Tussen hen door een whisky die niemand echt durft, en Amory en Arno, de gastheren van Discours Met De Boys, die hun eigen boek De Dialoog-Paradox aan deze tafel willen toetsen.
De sfeer is feestelijk maar gespannen. Het is geen interview, het is een test. Werkt dialoog ook met drie politici aan tafel die elkaar minutenlang publiek tegenspreken zonder de zaal te verliezen? Het antwoord, zal blijken, is ja, op voorwaarde dat iedereen zijn eigen gelijk eens loslaat. “Het gesprek starten overtuigd van het eigen gelijk,“ verwoordt Amory de kern van het boek vooraf, “klinkt zo basaal, maar op de een of andere manier blijft dat toch relevant om aan te halen.“ Drie uur later zal het bewijs op tafel liggen.
"Wij zijn allemaal flat": waarom hypocrisie soms eerlijker is ▶ 52:00
Vlak voor de kasteelvragen begint Amory met een poging om het boek in één zin samen te vatten. De zin die hij kiest, is geen reclame.
“De essentie is eerlijker hypocriet leren zijn. Wij zijn allemaal mensen, wij zijn allemaal flat. En als we dat een beetje meer kunnen accepteren en appreciëren, en vanuit daar in gesprek gaan met elkaar, hebben we veel zinvollere dialoog.“
Het zinnetje vat het boek treffend samen, ook al klinkt het op het eerste gehoor cynisch. Eerlijker hypocriet, zegt Amory, is het tegenovergestelde van het pose-spelen waarin politici en commentatoren vandaag verstrengeld zitten. We doen alsof we boven ons eigen belang staan, alsof we boven ons eigen ego staan, alsof we boven onze eigen partijlijn staan. We staan dat niet. Het zou minder polariseren als we dat gewoon erkennen. Het is met die call-to-action dat de avond opent: nadenk over wat de woorden degelijkheid en redelijkheid betekenen.
De plicht tot dialoog volgens een ex-Kamervoorzitter ▶ 0:27
Bracke opent de discussie zonder omhaal van woorden. Hij verwijst naar het hoofdstuk over de bereidheid tot dialoog, en formuleert de stelling die het hele boek schraagt.
“Als je het boek leest, dan moet je de moed hebben om ook met die mensen te dialogeren, één omdat het mensen zijn, maar ten tweede ook omdat je eigenlijk de menselijke plicht hebt tot dialoog.“
In één zin krijg je de kern van zijn ethos. Bracke is geen dialoog-romanticus. Hij is een ex-journalist, een ex-Kamervoorzitter, iemand die kent welk gevecht het is om twee tegenstanders aan dezelfde tafel te krijgen. En toch verdedigt hij hier een notie die bijna 19e-eeuws aanvoelt: dialogue als plicht, niet als voorkeur. Een mens spreekt met een mens. Wie een tegenstander op voorhand schrapt, schrapt zichzelf uit de Republiek der Burgers.
Kies uw vijand: het succesrecept dat we eigenlijk haten ▶ 10:34
Veel later in het gesprek, wanneer Rzoska het belang van compromis heeft uiteengezet, neemt D'Hose de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen erbij. Haar diagnose van de hedendaagse politiek is bondig en brutaal.
“Politici verglijden daar steeds meer en meer toe omdat het werkt. Een, kies een vijand. En dus als je een vijand gaat hebben, dan heb je een groep rondom u die dezelfde vijand heeft.“
Voor het Vlaams Belang zijn dat de vreemdelingen, voor de N-VA is dat de PS, en wie tegen niemand is, scoort niet. “Iedereen Open Vld, niemand. Dat is een groot probleem, daarom verliezen we de verkiezingen.“ D'Hose lacht erbij, maar het lachje is van het type dat een zelfdiagnose maskeert. Een liberale partij die eigenlijk geen vijand wil hebben, vindt zichzelf in een electoraal systeem dat enkel met vijanden punten scoort. De vraag of dat model wel echt werkt, brengt Bracke meteen onder de meetlat.
“Wat je daarnet zei was: we doen het zo omdat het werkt. Wel, dat klopt niet. Het werkt niet of het werkt niet meer. De tegenstelling en de polarisatie is zo scherp.“
Bracke speelt hier de eigen ironie uit: ja, ze winnen verkiezingen, maar de winst kost de samenleving haar gespreksvermogen. Een Pyrrusoverwinning, zou een klassiek conservatief het noemen. En het is een diagnose van iemand die zelf bij de N-VA in dat schip zat.
"Ge moet niet meelopen met de wolven" ▶ 13:07
Van de partijpolitiek schuift het gesprek door naar de media. Bracke richt zich tot zijn ex-collega's bij de Openbare Omroep, een huis dat hij zelf jaren bewoonde. Het is een aanmaning, niet een verwijt.
“En die moeten natuurlijk, met name mijn ex-huis bij de Openbare Omroep, ge moet niet meelopen met de wolven. Ge moet zelf nadenken en zeggen: ja maar dit gaat niet over Jos D'Haese en Bart De Wever. We moeten ook die andere doen.“
In de Antwerpse campagne, vat hij samen, leek het alsof er geen andere kandidaten bestonden dan die twee. Katleen Van Brempt was zo goed als onzichtbaar, en Bracke voegt er aan toe dat hij zijn eigen voormalige partij ook nauwelijks zag. Een journalist hoort niet de pers van het lijsttrekkersduel mee te schrijven, hij hoort de Antwerpenaar van een vierkanter beeld te voorzien. Dat de redacties dat niet meer doen, vindt Bracke een kapitale fout. “Wij hadden tijd om na te denken, van gedachten te wisselen. Dat is nu veel minder zo.“ De clickbait-economie heeft de redactiekamers ingehaald.
Het cordon sanitair als anti-dialoog ▶ 21:30
Bracke keert dan terug naar zijn klassieke stokpaardje, maar dan met een nuance die voor wie hem alleen kent als oud-N-VA misschien verrassend uitvalt.
“Het cordon sanitair is natuurlijk een heel mooi voorbeeld van de niet-dialoog. Op voorhand uitsluiten is wat mij betreft echt verkeerd. Maar dat je uitsluit op basis van wat iemand zegt, daar kan ik absoluut mee leven.“
De redenering is consistent met zijn dialoogvisie. Een tegenstander a priori uit het debat duwen, betekent dat je nooit met hem in gesprek bent geweest. Een tegenstander uitsluiten omdat hij in de zevende dag tegen Bracke zelf letterlijk gezegd heeft dat de rechten van het eigen volk altijd primeren op de Mensenrechten, dat is een ander verhaal. “Dat antwoord heb ik geïnterpreteerd als: dat is tegen de democratie.“ Met andere woorden: praat eerst, oordeel daarna. Niet omgekeerd.
D'Hose nuanceert direct, en dat is precies waarom de dialoog werkt aan deze tafel. Het cordon was misschien wel ontstaan met goede redenen, maar haar Vlaamse Belang-aversie is praktisch, niet ritueel. Wat haar wel ergert, is wanneer collega's weigeren een Vlaams Belanger de hand te schudden. “Ik vind dat compleet ridicuul. Ik heb in het parlement goede vrienden die ook in het Vlaams Belang zitten.“
Wisdom of crowd vs. de obesitas-dialectiek ▶ 34:55
Wanneer het gesprek de invloed van AI en sociale media bereikt, ontspint zich het meest expliciete meningsverschil van de avond. In het boek staat de stelling dat mensen door AI en social media niet meer weten wat te denken. Bracke wil dat punt niet onbetwist laten.
“Ik geloof dat niet. Ik denk dat dat best meevalt. Ik ben een diepe believer in the wisdom of the crowd. De mensen zijn niet zo stom als men gereedelijk aanneemt.“
Amory drukt door. Hij denkt dat de wisdom of the crowd in de praktijk meer mythos dan logos is. “Ik denk dat we als mensen biologische wezens zijn en we zijn niet gemaakt om rationeel te zijn, wij zijn niet gemaakt om slim te zijn. Wij moeten oplossingen vinden, en efficiënt.“ Vandaar dat we, schikt hij erop, in een soort low-power-mode door de samenleving wandelen. Hij verwijst naar Daniel Kahneman: “Most people, thinking is difficult, that's why most people judge.“
Bracke knikt half maar verschuift de schuld. “Het is aan de andere kant zeker, als je op een bepaald punt in de samenleving enige verantwoordelijkheid draagt, is het niet verboden van uw verstand te gebruiken.“ Een nuance die meer is dan een nuance. De crowd mag low-power leven, de elite niet.
“Eigenlijk is dat gewoon, zoals we dat nu modieus noemen, data driven. Zeg dat aan de mensen, maar laat voor de rest de mensen wel gerust. Maar ik vind wel dat je de plicht hebt om dat te zeggen: pas op, dat is niet gezond.“
McDonald's mag, mits de cijfers erbij. Het is een liberalisme dat in deze tijd zelden zo expliciet wordt geformuleerd. De staat hoeft de mens niet op te voeden, maar wel te informeren. De rest is keuze.
"Wij zijn cynische mensen": de eerlijke startpositie van de podcast ▶ 38:20
De Discours-boys laten zich niet gauw in een hoek duwen. Wanneer Bracke vindt dat het boek te negatief de werkelijkheid benadert, antwoordt Amory met een ontwapenende biecht over de eigen aard.
“Wij zijn cynische mensen, hè. Het schrijven en het geloven dat het beter kan, dat is per definitie de level van de podcast. De startbasis is niet per se zo goed, maar ik geloof toch nog wel minstens in 20 procent maakbaarheid van de mens.“
De maakbaarheidsschets is bijna theologisch. Volstrekte naïviteit zou hen de start van Discours hebben gegund, ervaring na 175 afleveringen heeft die naïviteit teruggesnoeid tot een schamele 20 procent. Maar 20 procent van een goede samenleving is, becijfert Amory verder, exact het verschil tussen een kapot publiek discours en een leefbaar publiek discours. “Dialoog is eigenlijk niet meer dan: hoe ben ik een fatsoenlijk mens en hoe verhoud ik mij met anderen.“ Bracke kan dat moeilijk weerleggen, en weerlegt het ook niet.
Kwetsbaarheid versus weerbaarheid: het boze woord aan de tafel ▶ 43:40
Naarmate D'Hose Kwetsbaarheid binnenbrengt als bouwsteen van dialoog, knapt Bracke. Niet op haar, op het woord zelf. Het is hier dat hij scherper wordt dan op enig ander moment van de avond.
“Ik vind het woord kwetsbaarheid één van de meest misbruikte woorden. Ik hoor talloze politici die over kwetsbaar, en dat is altijd de belangrijkste zorg, maar de weerbaarheid, en je kunt ook mensen helpen om weerbaar te zijn, dat wordt geen woord over gezegd.“
Voor wie de dialoog op deze avond al een tijdje volgt, is dit het hoogtepunt van het gesprek. Een conservatief liberaal die de woordenschat van het sociale werk omkeert: niet kwetsbaarheid als beschermwaardigheid, maar weerbaarheid als opdracht. Hij illustreert het met een voorbeeld uit de Universiteit Gent, waar hij in het dagelijks bestuur zit. Bij de opening van het academiejaar lieten twee Vlaamse studentes zich horen. Onderwerp: onveiligheid.
“Je moet u dat eens voorstellen, ge zit aan de universiteit, ge staat voor een wereld die opengaat, en waarover praat je: over onveiligheid.“
Grensoverschrijdend gedrag, ja. Werken de rookmelders, ja. Vervolgens kwamen twee Koreaanse studentes uit de UGent-campus in Korea aan het woord. Onderwerp: ambition, competition, excellency, science.
“Dat is het verschil. Kwetsbaarheid, populisme, en zo, schrap dat ook.“
Bracke spreekt zonder rancune, maar de boodschap is hard. Een generatie die de eerste reflex op het podium uitsluitend naar haar eigen kwetsuren richt, mist een wereld die nog steeds gewonnen wil worden. Het is precies de soort uitspraak waarvoor men anno 2026 makkelijk wordt afgeschilderd als reactionair, en die net daardoor ook maar zelden vrijuit gezegd wordt aan een open tafel.
De praline-metafoor van de Open Vld-senator ▶ 47:00
Wanneer Amory de panelleden vraagt wat een individu kan doen om een beter collectief te scheppen, kiest D'Hose voor een metafoor die in het Kasteel van Hamme niet snel vergeten zal worden.
“Wat ik ook wel verwacht van een individu, is algemeen een vriendelijkheid en een zachtheid te hebben voor uzelf maar ook voor de ander. En dan kan je ook die dialoog aangaan.“
Amory kan het niet laten en plaatst er de praline-metafoor naast. Praline, zacht van binnen, hard van buiten. D'Hose lacht maar verzet zich. Niet hard van buiten, vindt zij, want zachtheid moet ook zichtbaar blijven. De metafoor mislukt, maar het idee blijft hangen. In een politiek bedrijf dat zachtheid bijna stelselmatig vermomt als zwakte, klinkt deze pleidooi van een liberale senator als een ongebruikelijke positie. Vriendelijkheid is geen sentimentaliteit, het is een dialoog-voorwaarde.
5000 huisbezoeken in Lokeren: politiek leren luisteren ▶ 47:40
Rzoska heeft op dat moment nog niet veel ruimte gekregen, maar wanneer hij begint, brengt hij de discussie ineens naar het asfalt van een stadje van 41.000 inwoners.
“Soms zijn wij het luisteren verleerd. We moeten terug meer leren luisteren. Ik heb in aanloop naar de lokale verkiezingen, hebben wij in Lokeren 5000 huisbezoeken gedaan. Politici leren daar opnieuw luisteren.“
De getuigenis is concreet. Aan elke voordeur startte hij niet met zijn eigen overtuiging maar met een vraag. “Meneer mevrouw, gaat u stemmen?“ Het antwoord was minder cynisch dan de Wetstraat-paradigma's je doen vermoeden, voegt hij toe. Slechts twee op de tien zei nee. De rest was bezig met dingen die niet altijd in het partijprogramma stonden.
“Het luisteren: waar zijn mensen mee bezig? Na een aantal duizend deuren weet je: wat leeft er in de stad, waar hebben ze kritiek op, wat vinden ze dat anders moet.“
D'Hose erkent het direct, en voegt er de voorspelbare kanttekening aan toe: “Dat dat dan net gebeurt vlak voor de verkiezingen. Eigenlijk zou een politicus dat gewoon zes jaar aan een stuk moeten doen.“ Bracke stemt in met een verwijzing naar Ninove, naar Charles Gan, naar Herman De Croo, naar de PS in Bergen, en eindigt op een zin die volgens Rzoska de essentie raakt: dertig jaar lang luisteren als methode. Hij voegt er een persoonlijke biecht aan toe waar de zaal op moet lachen. “Ik heb dat zelf nooit gedaan, om de simpele reden, niemand gelooft het, maar ik ben bedeesd.“ Een ex-Kamervoorzitter die aan zijn eigen stoeprand niet durfde aanbellen.
Iedereen heeft een beetje gelijk: de leerschool van Johnny van Sand ▶ 17:00
Het is opvallend hoe vaak Bracke deze avond andere boeken op tafel legt. Hij verwijst naar Wouter Verschelden, die in zijn jongste boek Open Vld de spiegel voorhoudt, hij verwijst naar Theodore Dalrymple op aansporen van Karl Drabbe, en hij verwijst naar de gewezen wetstraatjournalist Johnny van Sand. Een zinnetje uit dat laatste boek vat zijn eigen levensles samen.
“In die 35 jaar geleerd dat iedereen wel een beetje gelijk heeft, dat is natuurlijk de essentie.“
Amory pakt dat dadelijk op. “Iedereen heeft wel een klein beetje de waarheid in pacht, maar niemand heeft de volledige waarheid in pacht.“ Een kleine zin die het hele dialoog-stokje samenvat. Het is geen relativisme, het is empirie. Wie 35 jaar lang in zwart en wit heeft geleefd, vindt finaal grijs. Bracke stelt het abstracter, Amory concreter.
De echte inclusiviteit: links die rechts verdedigt, en omgekeerd ▶ 18:10
Voorbij de helft van het gesprek levert Amory een definitie van inclusiviteit die hij zelf provocatief noemt.
“De echte inclusiviteit is links die rechtse waarden verdedigt en rechts die linkse waarden verdedigt. Maar te vaak vandaag maken we er een soort van echokamer van waarin we moreel zeer hoog staand zijn en topmens, maar waarin we eigenlijk nog weinig bijdrage leveren aan de samenleving samenbrengen.“
De inclusiviteit van vandaag, vindt Amory, is gedenigreerd tot debatjes over geslacht en huidskleur, terwijl het echte verschil zit bij wie anders denkt. Twee weken voor deze opname waren er in Gent betogingen tegen een politieke partij. Een groep die zich inclusief noemt was, observeert hij, exact uitsluitend. Het is een kritiek die in een Gents salon meer wenkbrauwen optrekt dan in een Brasschaats kasteelhoeve, maar die hier zonder pushback de tafel rondgaat. Rzoska protesteert lichtjes, hij noemt het “te gemakkelijk“ om Gent direct met Groen te verbinden, maar bevestigt vervolgens dat hij zich ook ongemakkelijk voelt bij sommige uitspraken die in zijn Gentse partijafdeling werden gedaan over DNA en de ziel van een volk. “De grootste identiteitsdenkers bij ons in de partij zaten in Gent, daar heb ik mijn grote ogen naar staan kijken.“
Wat je in je eigen partij niet luidop mag zeggen ▶ 15:15
Wat dit panel uniek maakt, is dat alle drie de panelleden een innerlijk verzet tegen hun eigen partijapparaat erkennen. Bracke vat de mediaformule waarin hij jaren werkte samen.
“Op een bepaald moment was er bewust dat er van die debatten waren tussen allemaal heren trouwens, die elkaar in de grond gelijk gaven met een kleine nuance.“
De zachte schaduwboksers waarin de kijker in slaap viel. Zijn antwoord was scherpere standpunten, en daar heeft hij zijn aandeel in geleverd. Maar daar hoort een tweelinghelft bij, voegt hij toe: ook de bereidheid om met die andere standpunten in dialoog te blijven. Wie alleen polariseert, mist de weg terug. “Het zou eigenlijk verplichte lectuur moeten zijn voor wie verantwoordelijkheid draagt.“ Een aanbeveling die Karl Drabbe, uitgever van Ertsberg, op het einde van de avond met genoegen oppikt.
Trump en het effect van de gewenste werkelijkheid ▶ 26:20
Naast de Antwerpse verkiezingen van 2024 ligt natuurlijk Trump op tafel. Niet als ideologische test, wel als testcase voor het mediabeeld in Europa. Amory legt de paradox bloot: niemand in Europa snapt waarom Trump won, terwijl iedereen het had zien aankomen. Bracke vat de mediaformule scherp samen.
“Hoe media eerst de ene kaart trekken, dan blijkt hij niet te kloppen, dus zij informeren eigenlijk net zoals in Antwerpen bij de gemeenteraadsverkiezingen over de gewenste werkelijkheid en niet over de echte werkelijkheid.“
De wens van de redactie wordt het bericht aan de kijker. Niet uit kwade trouw, voegt hij toe, maar uit overlevingsdruk. De clickbait-economie verkoopt de gewenste werkelijkheid en bestraft de echte. Het maakt het luisteren naar wat er buiten de bubbel echt leeft, op CNN of bij een Lokerse voordeur, des te belangrijker.
"Soms moeten we gewoon zeggen: we weten het niet" ▶ 30:50
Wanneer de boys de informatie-overload thematiseren, treedt Rzoska even uit zijn gemeenteraadsmodus en geeft hij een opmerkelijk eerlijke samenvatting van zijn eigen positie.
“Soms is het heel moeilijk om dingen in te schatten, en soms weten we het niet ook. Dat staat ook in jullie boek: soms moeten we gewoon zeggen we weten het niet.“
Amory pakt die gedachte vast als een goud staafje. “Ik denk dat dat perfect is. Ik denk dat we daar ook eerlijk voor moeten uitkomen.“ Het is een uitspraak die in een Wetstraat-debat onmogelijk klinkt, omdat een politicus die zegt het niet te weten meteen verdacht wordt van besluiteloosheid. Maar in een Discours-aflevering, en dat is precies de waarde van het format, mag dat wel. Het tempo zit anders, de camera's hebben minder honger.
D'Hose mist de politiek elke dag, Bracke heeft genoeg gezien ▶ 55:00
In de Q&A stelt iemand uit het publiek de existentiële vraag: als je tabula rasa kreeg, zou je dezelfde weg opnieuw kiezen? D'Hose, die nog steeds in het parlement zit, antwoordt verrassend.
“Ik mis het. Ik mis het nog elke dag. En ik zal het blijven missen. Maar omstandigheden zijn er, en soms neem je een keuze.“
Het “missen“ gaat over de eerdere passie die haar al ergens een einde tegemoet voelt. Ze zou ooit graag minister geweest zijn, ze had haar examen diplomatie afgelegd, en haar leven kantelde toen Fientje Moerman haar op haar kabinet vroeg. Bracke, die de kamer al heeft verlaten, antwoordt droog en bijna provocatief.
“Ik moet zeggen dat ik de politiek niet mis, uitgerekend omdat ik de laatste tijd, door een beetje afstand ervan te nemen, nogal veel een gebrek aan dialoog zie.“
De ironie is op deze avond niet te vermijden. Een ex-Kamervoorzitter die zijn vroegere arena de rug toekeert omdat ze hem te weinig dialoog biedt. Hij zegt het zonder verbittering, maar de vaststelling is hard. De plek waar de dialoog zou moeten plaatsvinden, het parlement zelf, biedt die dialoog niet meer.
De afschaffing van de Senaat herzien? D'Hose zegt nee ▶ 1:02:40
Een tweede zaalvraag tilt het gesprek institutioneel: heeft België niet een echt tweekamerstelsel nodig om de waan van de dag van de wetgeving te scheiden? D'Hose, voormalig voorzitter van de Senaat, geeft het antwoord dat niemand verwacht van iemand met die functie op haar CV.
“Ik had natuurlijk nooit gedacht dat ik hier vanavond over de afschaffing van de Senaat zou spreken. Er is met een reden dat men de Senaat heeft afgeschaft. Dat zorgde tot een back and forth die heel veel tijd in beslag nam, en waarin er weinig vooruitgang was in de dossiers.“
De Scandinavische landen, voegt ze toe, gingen exact dezelfde evolutie door, van bicameraal naar monocameraal, en dialoog werd er daar niet minder om. Bovendien, herinnert ze zich: “De Senaat is in den tijd ontstaan omdat de koning en de adel een beetje bang waren van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Vandaar ook de rode kleur van de Senaat. Rood is de kleur van de macht.“ Een korte democratiegeschiedenis door iemand die het instrument van binnenuit kende. De afschaffing was geen ongelukje, het was een redelijke beslissing.
Wantrouwen ontstaat door gebrek aan dialoog ▶ 1:06:55
Bijna aan het einde van de avond formuleert Amory de slotzin die de hele avond samenvat. Bracke pikt hem op alsof het zijn eigen zin was.
“Het wantrouwen ontstaat door gebrek aan dialoog. Als je nu naar de huidige politieke toestand ziet, kun je dat toch moeilijk anders uitleggen dan dat die mensen niet meer in staat zijn om met elkaar te praten.“
Het is een diagnose en een oproep tegelijk. Wie wantrouwt, heeft te lang niet meer gepraat met wie hij wantrouwt. Wie meent dat hij meer voorzichtig moet zijn met dialoog, voedt het wantrouwen verder. Het is een eenvoudige kringloop, en ze is op deze avond perfect zichtbaar geworden in de manier waarop drie mensen die uit drie verschillende politieke families komen elkaar inhoudelijk hebben tegengesproken zonder dat de tafel ook maar één seconde gevaar liep.
Drie politici, één avond, en de Discours-test geslaagd
De boekvoorstelling sluit af met Karl Drabbe, uitgever bij Ertsberg, die de avond samenvat met een opmerking over Theodore Dalrymple. Twaalf jaar geleden schreef die een boek met de titel Lang leve het vooroordeel. Drabbe heeft dat boek nooit kunnen pruimen. “Dit is precies het tegengestelde van wat jullie hebben gemaakt.“
In een tijd waarin politieke discussies steeds vaker eindigen in verongelijkte tweets en uitsluitingsspelletjes, levert deze aflevering een bewijs dat het anders kan. Drie politici, drie partijen, drie generaties, en drie houdingen tegenover de eigen partij. En toch een avond zonder schreeuwerige openingszinnen, zonder dat iemand kwaad wegliep, zonder dat iemand aan de Discours-microfoon zijn eigen positie eerst absoluut moest maken alvorens te luisteren.
De Discours-missie, degelijkheid en dialoog terugbrengen, is in deze aflevering geen abstract concept. Het is een praktisch experiment dat in het Kasteel van Hamme is geslaagd, met een whisky aan de zijkant van de tafel die niemand heeft uitgedronken. Eerlijker hypocriet leren zijn, klinkt cynisch, maar misschien is het exact wat de Vlaamse politiek vandaag nodig heeft: drie volwassenen die durven zeggen dat ze niet alles weten, dat ze ook in eigen kring een keer dwarsliggen, en dat ze elkaar liever ontmoeten met een whisky in de hand dan met een tweet in de aanslag.