De strijd om het gesprek: twee uitgevers over dialoog, polarisering en de macht van het gedrukte woord
In de stoffige charme van De Melkerij in Brasschaat, tussen de boekenkasten en onder het getemperde licht van een namiddag die overloopt in de avond, schuiven Karl Drabbe en Kris Hoflack aan voor een gesprek dat even goed een sparringpartij had kunnen zijn. Drabbe, CEO van Ertsberg Uitgeverij, en Hoflack, CEO van Standaard Uitgeverij, kennen elkaar al jaren. Ze hebben dezelfde leermeester gehad, Erik De Voort, een grote denker uit de voorbije decennia die hen leerde met een open blik naar de wereld te kijken en zo weinig mogelijk te veroordelen. Toch zijn ze het lang niet altijd eens. En dat mag, want dat is net waar het over gaat: dialoog, polarisering, en de vraag of we nog wel fatsoenlijk met elkaar kunnen praten in dit land.
Voor hen staat een glas whisky, niet commercieel verkrijgbaar, speciaal voor deze gelegenheid. Het chingetje dat volgt, klinkt als een verzoeningsritueel, passend bij twee mannen die recent hun uitgeverijen hebben samengevoegd. Ertsberg, het jonge fonds dat in drie jaar een merk werd met spraakmakende titels zoals Reset van Mark Elchardus, heeft onderdak gevonden bij de grotere Standaard Uitgeverij. “Ik dacht: interessante man,“ zegt Hoflack over Drabbe. “Een slimme, eigenzinnige, rebelse uitgever. Maar ik wist ook dat het niet altijd eenvoudig is om een kleine uitgeverij rond te houden.“
Het gesprek begint waar het in Vlaanderen altijd begint: bij de media, de verzuiling, en de vraag of de polarisering nu echt zo erg is als iedereen zegt.
Drie jaar, 43 boeken en één overtuiging: het debat voeden ▶ 3:00
Drabbe vertelt hoe hij in 2020, tijdens de coronapandemie, Ertsberg oprichtte. Het was Peter de Keizer, econoom en CEO van Growth Inc, die hem overschreed. De Keizer had een klein succesje gesmaakt met een boek dat Drabbe in eigen beheer had gerealiseerd. “Die had zoiets van: Karel, waarom zit je eigenlijk voor anderen te werken? Waarom doe je dat niet voor jezelf?“
Maar het was Mark Elchardus die Drabbe definitief over de streep trok. Elchardus had hem een paar hoofdstukken van een nieuw boek opgestuurd. Drabbe stuurde zijn commentaren en correcties terug. Twee dagen later zat hij bij Elchardus thuis.
“Toen ik daar buiten kwam en hij mij gezegd had van ja, als je dan inderdaad met een eigen uitgeverij wil beginnen, dan ga ik met jou mee, en toen ben ik de wagen ingestapt en heb ik drie van mijn vier companen gebeld en gezegd: we gaan het doen.“
In het tweede volledige jaar van Ertsberg verschenen 43 boeken, met een team van amper 3,5 mensen. Drabbe koos ervoor om niet voorzichtig te zijn, maar juist snel en zichtbaar.
“Dat heeft ervoor gezorgd dat we heel snel een merk zijn geworden. Dat is iets dat ik nooit had durven denken: dat je op twee, drie jaar tijd zoiets kan opbouwen.“
Maar of die boeken echt het debat voeden? Drabbe is eerlijk: hij weet het niet.
“Je kan dat niet meten. Maar ik wil geen grote pessimist zijn. Mark Elchardus' Reset betekent toch wel iets. Als journalisten spreken over de Elchardus-partijen, degene die dan de gemeenschap centraal stellen boven het individu, dan betekent dat toch wel iets.“
"Polarisering is van alle tijden, alleen de schaalgrootte is veranderd" ▶ 3:30
Hoflack, die als journalist bij Humo begon en later hoofdredacteur werd bij VTM, heeft de evolutie van het medialandschap van binnenuit meegemaakt. Hij stelt vast dat er een nieuwe vorm van polarisering is ontstaan, niet meer langs de oude breuklijnen van gelovigen tegen ongelovigen of rijk tegen arm, maar een polarisering die entertainment is geworden. “Momenteel zijn er twee paniek gekomen: de goede tegen de slechte, de rechtse tegen de linkse. De polarisering krijgt een soort dramatiek, wordt Entertainment bijna.“
Drabbe, de historicus, is het daar niet helemaal mee eens. Hij herinnert aan de verzuiling, aan de stakingen tegen de eenheidswet, aan de Koningskwestie.
“We hebben de verzuiling meegemaakt, er zijn doden gevallen om te vechten voor het algemeen enkelvoudig stemrecht. Polarisering is van alle tijden. Het debat is nooit weg geweest. Het zal altijd bestaan, het zal ook altijd blijven bestaan. Het is maar goed, want anders zijn we helemaal één pot nat.“
Maar Drabbe erkent wel dat er iets veranderd is: de schaalgrootte. Tot eind jaren 70 was De Morgen een socialistische gazette, De Standaard een Vlaams katholieke krant. Die verzuiling betekende dat mensen binnen hun eigen zuil bleven, in het Volkshuis of onder de kerktoren.
“Daarbinnen had je dezelfde discussies, dezelfde verwensingen zoals we die nu zien op de sociale media. Maar die kruisten elkaar amper of niet. Nu heb je die eigen bijdrage die je kan leveren in die sociale media. Dat zorgt voor een uitvergroting.“
Hoflack nuanceert zijn eigen stelling. Hij erkent dat er altijd polarisering is geweest, maar de manier waarop media zich nu gedragen is anders. “Tot eind jaren 70 was De Morgen een socialistische gazette en tot eind jaren 90 was De Standaard een Vlaams katholieke krant. Daar is nu zeker eenheidsworst.“
En dat is misschien nog gevaarlijker, suggereert Drabbe. Want ondanks die eenheidsworst, voelt de polarisering intenser dan ooit.
Media als sociale media: de jacht op bereik en conflict ▶ 6:20
Het gesprek verschuift naar de rol van de media zelf. Hoflack, die jarenlang aan het roer stond van nieuwsredacties, geeft eerlijk toe dat hij zelf deel uitmaakte van het probleem dat hij nu bekritiseert. Arno, een van de hosts, duwt door: is Hoflack zelf niet het probleem geweest, als voormalig hoofdredacteur?
Hoflack aarzelt niet.
“Natuurlijk. Je kunt gatekeepen, en ik vind dat je dat ook moet doen. Ik vind dat ook te weinig gebeurt tegenwoordig. Maar je zit in een commerciële omgeving. Je moet zorgen dat mensen jou nog altijd lezen, dat mensen jou nog altijd volgen. Het is een evenwicht, maar dat evenwicht is zoek.“
Hij legt uit dat het niet eenvoudig is om beide te combineren. “Ik heb ook nooit in mijn leven voor een klein publiek geschreven. Ik weet perfect dat je af en toe wel glijmiddel nodig hebt om ook moeilijke dingen aan een groot publiek te verkopen. Maar ik heb het gevoel dat het evenwicht op dit moment een klein beetje zoek is.“
Hij noemt het voorbeeld van opiniepeilingen, die volgens hem vooral dienen als glijmiddel om kranten te verkopen en een hele week lang content te genereren. “Organiseer een opiniepeiling en je hebt een hele week content. De concurrentie moet daar ook over schrijven en begint vier maanden later met een eigen opiniepeiling.“
Drabbe gaat nog een stap verder. Hij wijst op de commercialisering van het medialandschap sinds de komst van VTM in februari 1989.
“Niemand lag wakker van kijkcijfers voor 1989. De meest abstracte en hermetische programma's konden uitgezonden worden op de BRT waar geen kat naar keek. Dat gebeurt nu niet meer. Die vrijheid is verdwenen. Media moeten nu jagen op bereik, op clicks, op aandacht. En dat doen ze door conflicten aan te wakkeren en te voeden.“
Het is de commercialisering, de technologische mogelijkheden, het vrijmaken van de markt die daarvoor zorgt. Drabbe benadrukt dat opiniepeilingen “een fantastisch glijmiddel zijn om gazetten te verkopen en om duidingsprogramma's een hele week mee te vullen.“
"Het gaat niet meer om standpunten te verdedigen, maar om de ander aan te vallen" ▶ 13:00
De hosts van de podcast, Amari en Arno, auteurs van De Dialoog-Paradox, duwen door. Ze stellen de vraag die door hun boek loopt als een rode draad: zijn we nog wel in staat om met respect te discussiëren? Of is het gesprek verworden tot een wedstrijd in schofferen en aanvallen?
“Het gaat niet meer zozeer om hun eigen standpunten te verdedigen, maar het gaat meer om de ander zijn standpunten aan te vallen. Dat is eigenlijk het probleem: we hebben de redelijkheid en de degelijkheid verloren. Media vragen conflicten, politici spelen daarin mee, en dat veroorzaakt op de langere termijn alleen maar meer intolerantie.“
Hoflack beschrijft hoe politici en maatschappelijke actoren meegesleept worden in de hang naar sensatie. “Het wordt Entertainment. Het lijkt of iedereen daar met getrokken messen tegenover elkaar staat.“ Hij verwijst naar de recente coalitievorming in Gent, waar de sfeer zo verhit raakte dat zelfs Vera Dua, een eerbiedwaardige figuur uit de Vlaamse politiek, van stal moest worden gehaald om te ontmijnen. “Ik denk: mijn god, het gaat maar over coalitievorming in een middelgrote stad.“
Drabbe is voorzichtiger. Hij herinnert zich zijn eigen kindertijd.
“Ik kom uit een volksunie gezin. Ik was acht en ik werd uitgescholden voor fascist omdat ik een affiche van de Volksunie plakte. Ik wist niet wat het woord betekende. Mijn vader wist het ook amper. Dat is van alle tijden.“
Maar hij erkent wel dat de schaalgrootte is veranderd. “De schaalgrootte van alles is zo hard toegenomen dat eigenlijk het effect van hetzelfde gebrek aan nuance als vroeger grotere impact heeft.“
"We zijn nog nooit zo goed geïnformeerd geweest en toch weten we eigenlijk niks" ▶ 19:00
De ironie van de informatietijd: we hebben toegang tot meer kennis dan ooit, en toch voelen we ons dommer. Amari formuleert het scherp: “We zijn nog nooit zo goed geïnformeerd geweest en toch hebben we het gevoel dat we eigenlijk niks weten, omdat het ook heel vaak gepolariseerd wordt.“
Drabbe beaamt dat. Hij vertelt over een boekje dat Ertsberg recent uitgaf, 74 miljoen, over de Trump-stemmers in Amerika.
“We denken dat die Trump stemmers idioten zijn. Dat is natuurlijk niet waar. Er zijn 74 miljoen, waarschijnlijk volgende week nog meer, die voor Trump gaan stemmen. Wie zijn die mensen? Dat kan toch niet allemaal idioten zijn. Maar we kennen die mensen niet. We weten daar weinig van.“
Hoflack erkent het probleem van mediabias, en wijst op zijn eigen verleden als hoofdredacteur.
“We hebben als Europeanen een natuurlijke sympathie voor democraten, dus onze berichtgeving is ook tamelijk democratisch eenzijdig. Als je ons hier een verslag vraagt van de Amerikaanse verkiezingen, ja wij sowieso als Europeanen hebben een grote sympathie voor democraten. Maar kunnen 74 miljoen mensen allemaal idioten zijn? Er zullen ook wel zeer verstandige mensen bij zijn met een ideologie die misschien anders is dan de onze. Maar we kennen die niet.“
Op sociale media kan iedereen alles verkopen, en als naïeve zoeker naar informatie weet je niet meer wat waar is. “Ik ga daar stemmen lezen op Twitter die denk oh die zijn interessant en die hebben eens een totaal andere beeld dan wat ik 's avonds op VRT of VTM zie, maar weet ik veel wat voor trollenleger dat erachter zit.“
Amari stelt dat de verwachting is ontstaan dat je over alles een mening moet hebben.
“Je wordt gedwongen om kant te kiezen. Je moet voor of tegen iets zijn. Terwijl iedereen weet dat de wereld één grijze brei is. Maar je wordt gedwongen om kant te kiezen en dat komt een dialoog nooit ten goede.“
Onderwijs: basiskennis eerst, kritisch denken daarna ▶ 25:00
Hoflack en Drabbe zijn het erover eens dat onderwijs de sleutel is. Maar niet het onderwijs zoals het nu is. Hoflack stelt voor dat we jongeren moeten leren omgaan met informatie, niet ze volproppen met feiten.
“We gaan meer en meer skills moeten aanleren van hoe met informatie om te gaan, dus per definitie meer kritisch denken aanleren dan eerder informatie op zich. Laat ons vooral mensen, jongeren, leren om om te gaan met die vloed aan informatie. Wat is fake news, wat is geen fake news.“
Drabbe protesteert scherp. Hij is jarenlang actief geweest in het uitgeven van leerboeken voor secundair onderwijs en heeft een heldere mening.
“Die kinderen krijgen niks meer mee van verhalen van geschiedenis. Ze worden constant bevraagd over historische kritiek vanaf de eerste tot de zesde middelbaar. Steeds minder kennis en steeds minder bagage. Wat heeft het voor zin dat je historische kritiek aanleren als je niet weet waarover het gaat?“
Hij geeft een concreet voorbeeld uit zijn eigen gezin, dat zijn bezorgdheid illustreert.
“Als ik met mijn kinderen praat, slaan bij wijze van spreken de Eerste en Tweede Wereldoorlog door elkaar. Als ik vraag wie was er het eerst in de geschiedenis, Karel de Grote of Napoleon, dan kijken ze mij aan alsof ik een ongelooflijk moeilijke vraag stel. Die basiskennis is een stukje weg.“
Hij draait het om: “Je hebt eerst een basiskennis nodig om een aantal zaken te begrijpen. Laat ons eerst eens wat kennis terug meegeven. En we zien de slinger in het onderwijsdebat, die is ondertussen aan het terugslaan en misschien maar gelukkig.“
Hoflack houdt voet bij stuk: het moet allebei kunnen, kennis én kritisch denkvermogen simultaan aanleren. “Dat is wat leerplannen en leerboeken nu allemaal voorschrijven. Maar wat is het resultaat? Hetgeen waar we nu al een half uur over aan het praten zijn.“
Het is een discussie die de kern raakt: hoe zorg je dat jongeren zowel kennis hebben als kritisch kunnen nadenken? En hoe zorg je dat ze die kennis niet alleen uit tweets en memes halen?
De agressie die groeit: "Ik begin te twijfelen of de democratie het gaat uitzingen" ▶ 30:20
Het gesprek wordt donkerder. Hoflack spreekt uit wat veel mensen voelen maar niet durven zeggen.
“Je voelt die agressie in de maatschappij met een steeds toenemende kracht. Ik heb jarenlang gedacht van oké, de democratie zoals wij ze nu kennen, de open tolerante samenleving, die gaat het wel uitzingen tot ik 70, 80, 90 jaar ben. Ik begin daar nu steeds meer aan te twijfelen.“
Het is geen retoriek. Het is een oprechte zorg. Drabbe is iets voorzichtiger, maar ook hij erkent de spanning. Hij wijst erop dat we er ondanks alles in geslaagd zijn om bijna 80 jaar lang niet fysiek gewelddadig te zijn naar elkaar.
“We slagen er bij wijze van spreken bijna 80 jaar in om elkaar niet fysiek te molesteren, om elkaar niet dood te schieten als we van mening verschillen. Dat is ontegensprekelijk een vooruitgang. Hoelang het nog gaat blijven duren, dat weet ik niet.“
Drabbe wil geen cultuurpessimist zijn, maar hij erkent wel de rollercoaster. “Ik denk dat we toch wel ergens in een rollercoaster zitten waar dat op het einde van die rit een grote muur staat en dat we recht op die muur aan het afstevenen zijn. Maar hoe afremmen? Mocht ik daar het antwoord op hebben...“
Hij onderbreekt zichzelf. Beiden weten: er is geen simpel antwoord.
Strips, boeken en de strijd om de aandacht van jongeren ▶ 35:00
Het gesprek slaat een andere richting in, naar het hart van wat beide mannen doen: boeken uitgeven. Hoflack legt uit dat Standaard Uitgeverij, ondanks de naam, veel meer is dan alleen strips. “Standaard Uitgeverij is eigenlijk een naam voor een conglomeraat van kleinere uitgeverijen. Manteau is één van onze fondsen, Ertsberg is nu één van onze fondsen, Het Sarc is één van onze fondsen.“
Maar strips blijven belangrijk. Ze zijn voor veel jongeren de eerste toegang tot lezen. Hoflack en Drabbe zijn het erover eens dat de stripwereld het moeilijk heeft.
“20 tot 30 jaar geleden waren het vele honderduizenden exemplaren per strip. Dat is weg, heeft te maken met het feit dat de vormen van entertainment waar jongeren van kunnen gebruik maken veel diverser geworden zijn: games, filmpjes bekijken.“
Toch blijven strips verkopen. Suske en Wiske, Jommeke, Kiekeboe: ze halen nog steeds oplages van 50.000 tot 60.000 exemplaren. “Dat zijn nog altijd oplages waar gewone boeken alleen nog maar van kunnen dromen,“ zegt Hoflack.
Om jongeren te bereiken, lanceerde Standaard Uitgeverij vorig jaar strips.be, een app die Hoflack de “Netflix van de strips“ noemt. Voor 6,99 euro per maand kan je duizenden strips digitaal lezen. “Het voordeel is ook: de allereerste Suske en Wiske worden niet meer gedrukt. Die moet je in de tweede circuit proberen te vinden. Hier kan je van de eerste tot laatste gewoon helemaal lezen van bij het begin.“
Drabbe is sceptischer over digitalisering in het algemeen.
“Het genot van een gedrukt boek te lezen is nog altijd fantastisch. De ebooks marcheren op dit moment helemaal niet goed, het audiobook marcheert ook lang niet zo goed als uitgevers graag zouden willen.“
Hij meent dat mensen geen zin hebben om na een hele dag op hun scherm te kijken, ook nog eens een boek op dat scherm te lezen. “Het tijdloze concept van een boek is het meest krachtige. Als morgen alles uitvalt laat je niks achter. Dat is het mooie aan een boek: het heeft een materiële fysieke representatie van dat idee.“
Hoflack vult aan: “Kijk hier nu gewoon naar die boekenkast, kijk daar, kijk hier gewoon overal rond. Dat is een lust voor het oog om naar een boek te kijken, om dat vast te nemen, om dat op je salontafel te hebben liggen.“
Gent, inclusiviteit en de risico's van identiteitspolitiek ▶ 45:00
Het gesprek keert terug naar de actualiteit, naar Gent, waar de coalitievorming ontplofte. Drabbe is scherp in zijn analyse. Hij wijst op de ironie dat de partij die inclusiviteit predikt, nu de NVA uitsluit.
“Voor wie inclusiviteit zo extreem belangrijk is, sluit niet alleen het Vlaams belang uit, waar je dan nog kunt zeggen van ja maar daar is een soort legitimiteit en die dateert al van eind jaren 90, maar nu meteen ook heel de NVA. Als er één partij vooruit gegaan is in Gent dan is het NVA. Waarom? Niet omwille van de inhoud, maar het is wel met een NVA. De inclusieve worden plots exclusief.“
Maar Drabbe gaat verder. Hij merkt op dat die zelfde progressieve politici teruggrepen naar een gevaarlijke retoriek, al nuanceert hij meteen zijn eigen punt.
“Die zelfde mensen grijpen terug naar een bijna biologisch racistisch principe: 'het DNA van Gent is anders'. Sorry maar dat is eugenetica, dat is genetisch denken. Ik dacht dat we na de Tweede Wereldoorlog dat definitief achter ons hadden gelaten. Terwijl zij dat verwijten aan een bepaald segment van het Vlaams nationalisme, gaan zij zich nu dat vocabularium toe-eigenen. Ik vind dat heel straf.“
Drabbe benadrukt meteen: “Ik zeg niet dat er nu geweld gaat uitbarsten in Gent. Het zijn allemaal heel kleinschalige dingen, daar moeten we ook eerlijk in zijn. Maar ik zie wel een patroon. Je hebt momenteel twee polariseringen tegenover elkaar. En inclusiviteit kun je maar vorm geven in functie van een autoriteit. Ik ben maar wie ik ben omdat er iemand is die anders is dan ik.“
Hoflack vult aan met een concreet punt. In een stad van meer dan 150.000 inwoners waren er maar 100 tot 300 leden van Vooruit die een progressief bestuursakkoord afwezen.
“Er was een straf induidelijk akkoord dat zeer progressief is, daar is iedereen het over eens. En toch wordt het afgewezen. Als je dan dieper probeert te graven naar de grond, dan is dat puur emotie. En alleen maar emotie is altijd, waar je ook bent, altijd een slechte raadgever.“
Drabbe, die zelf ooit volksunie-affiches mee ging plakken als kind en toen uitgescholden werd voor fascist, herkent het patroon. Maar hij benadrukt ook dat het niet nieuw is. Het is de schaalgrootte die veranderd is, niet de emotie.
De woke-beweging: legitiem, maar zonder nuance ▶ 53:20
Hoflack en Drabbe zijn het erover eens dat veel van de zaken waar de woke-beweging voor opkomt, legitiem zijn. Maar het probleem is dat het te emotioneel wordt gevoerd en dat er geen ruimte is voor nuance.
“Activisme gaat altijd te ver. Het is een super emotioneel geladen onderwerp en dat mag, maar het belangrijkste is dat we het zo rationeel mogelijk kunnen voeren en vooral beseffen dat er emoties aan verbonden zijn en die emoties niet volledig de overhand laten nemen.“
Amari wijst erop dat in België juridisch gezien de strijd grotendeels gewonnen is.
“Juridisch genomen is België één van de meest egalitaire landen ter wereld. We hebben 100 op 100 volgens de huidige scores, samen met een aantal andere landen. De strijd is nu gevoerd. Nu is er nog een culturele overgang die moet plaatsvinden. Daar is zeker wat in te doen, maar de kunst is nu om dat te accepteren en er ook niet verder op door te duwen zodat het ook genormaliseert wordt en weer geen tegenreactie hoeft te krijgen.“
Maar dat doen we niet. We blijven alles uitpersen tot het keerpunt, tot de tegenreactie onvermijdelijk wordt. “Wij moeten precies altijd alles uitpersen tot op het einde zodat er per definitie een tegenreactie komt en je weer uiteindelijk belandt in een dichotoom denken waar iedereen altijd wel gelijk heeft. Dat is het probleem: iedereen vandaag heeft gelijk en per definitie heeft niemand gelijk.“
Drabbe wijst op een breder patroon in de geschiedenis. Hij verwijst naar een recent boek dat hij uitgaf, Geweld en Geschiedenis van het Modern Europa van Maarten Van Alstein.
“Dat gaat over het morele superioriteitsbesef dat binnen een context van rationaliteit, van 'we kunnen de samenleving in de plooi leggen', op verschillende momenten van de geschiedenis gepaard gaat met geweld. Moraliteit en rationaliteit zijn twee dingen die blijkbaar samenhoren in de geschiedenis en die niet altijd voor de mooiste momenten in het menselijke bestaan zorgen.“
Hij benadrukt: hij zegt niet dat het nu gewelddadig wordt. Maar die morele superioriteit, die zelfgenoegzaamheid, die is gevaarlijk.
Het boek als tegengif ▶ 1:00:00
Tegen het einde van het gesprek komt de vraag op tafel: wat kunnen boeken betekenen in deze tijd? Drabbe vertelt dat hij gestart is met Ertsberg om het debat te voeden. “Het debat voeden en voeren was zo één van de baselines waar we mee begonnen zijn.“
Maar kan je dat meten? Drabbe is voorzichtig.
“Je kan dat niet meten. Maar dat wilt niet zeggen dat omdat ik het niet kan meten dat ik ga stoppen om dat soort dingen te doen.“
Hij verwijst naar Reset van Mark Elchardus als voorbeeld. “Het is lang geleden dat er nog een inhoudelijk boek zo iets betekent. Als journalisten spreken over de Elchardus-partijen, degene die dan de gemeenschap centraal stellen boven het individu, dan betekent dat toch wel iets.“
Hoflack benadrukt dat jongeren nog altijd geïnteresseerd zijn in boeken, in lange podcasts, in verdieping.
“Er zijn nog altijd voldoende jongeren die interesse hebben, die naar deze podcast lang willen luisteren of die wel een boek willen lezen. Ik denk ook niet dat er minder wordt gelezen dan vroeger, de cijfers bevestigen dat alvast niet. Maar je moet wel zorgen dat je het op een interessante manier brengt.“
Beide mannen zijn het erover eens: het boek, het fysieke object, blijft het krachtigste medium. “Het heeft een materiële fysieke representatie van dat idee,“ zegt Drabbe. Hoflack vult aan: “Kijk hier nu gewoon naar die boekenkast, kijk daar, kijk hier gewoon overal rond. Dat is een lust voor het oog.“
De toekomst: minder sociale cohesie, en de zoektocht naar leiderschap ▶ 1:06:40
De laatste vraag is de moeilijkste: hoe zie je de toekomst? Over vijf jaar, zijn we dan meer of minder sociaal cohesief? Hoflack aarzelt niet.
“Ik denk dat we minder sociale cohesie gaan hebben. Ik heb wel het gevoel dat er nu een tendens is naar meer conflict, meer individualisme, meer agressie. Dus ik ben niet super optimistisch. Langs de andere kant zie ik ook wel bij de jongeren meer sociale bewogenheid. Dus het kan zijn dat zij het nog wel keren. Maar ik ben niet zo optimistisch.“
Drabbe is het grotendeels met hem eens. Hij wijst erop dat ledenverenigingen achteruitgaan, dat mensen steeds meer thuis op hun smartphone zitten. “Je hebt ook al die kleine cohesie niet om aan die grotere cohesie te werken.“
Hij ziet een structureel probleem.
“Geschiedenis wordt volgens mij voor een groot stuk bepaald door grote sterke figuren die bepaalde tijdsgewrichten in een bepaalde plooi leggen. Op dit moment zie ik hier, zeker als we dan maar tot Vlaanderen beperkt houden, zie ik niemand in staat om op dit moment iets binnen de maatschappij in een juiste plooi te leggen.“
Dat maakt hem voorzichtig pessimistisch. “Vroeg of laat gaat er iemand komen die een richting claimt, die het verschil gaat maken. Alleen is die er op dit moment niet. Dus laten ons hopen dat die snel opstaat.“
Amari, de jongste aan tafel, is iets hoopvoller. Hij gelooft dat de twee tegengestelde bewegingen die we nu zien, uiteindelijk elkaar kunnen vinden.
“Volgens mij zijn die twee bewegingen het 95 procent eens over hoe dat de wereld werkt, 5 procent niet. Het is puur de kunst