De Melkerij, Brasschaat

In De Melkerij in Brasschaat staat een chingetje whisky honey klaar, een variant die nog op de schappen ligt tot het eigen Discours-glas zijn intrede doet. Philippe Vandekerckhove, gedelegeerd bestuurder van Rode Kruis-Vlaanderen, heft het glaasje en glimlacht. Het wordt een gesprek over bloed, over donoren, over de fragiele balans tussen wetenschap en politiek, en over de verleidelijke maar gevaarlijke aantrekkingskracht van de vrije markt. Vandekerckhove zit al meer dan twintig jaar aan het hoofd van Rode Kruis-Vlaanderen, een organisatie die hij zelf omschrijft als een ondernemende non-profit met een wetenschappelijke pijler, een opvangtak voor asielzoekers en een Bloedtransfusiedienst die heel Vlaanderen bedient.

Naamsbekendheid groter dan Coca-Cola ▶ 1:32

De hosts beginnen met een prozaische vraag. Wat is het Rode Kruis eigenlijk? Vandekerckhove glimlacht. “Iedereen kent het Rode Kruis, de naamsbekendheid is groter dan Coca-Cola.“ Maar wat mensen ervan kennen verschilt grondig. De ene heeft via het Rode Kruis een transfusie gekregen na een bevalling, de andere is herenigd met familie uit een ander land.

“In essentie is het Rode Kruis een noodhulporganisatie.“

Hij gaat terug naar Henry Dunant, de Zwitser uit Geneve die getuige was van een slagveld waarop gewonde soldaten gewoon werden achtergelaten. Dunant trok met vrijwilligers het slagveld op en bedacht een organisatie met goed opgeleide burgers. “De achterliggende gedachte is de bevolking meer zelfredzaam maken.“

Minder bekend is dat Rode Kruis-Vlaanderen ook eigen wetenschappelijk onderzoek doet. “Wereldwijd zijn er 191 rodekruisverenigingen, er zijn er maar een paar die wetenschappelijk onderzoek doen.“ Vandekerckhove komt uit de medische sector en vond het absurd dat humanitaire interventies, zoals waterpompen in Namibie, vaak niet evidence-based gebeurden. “Als ik u een nieuw medicament zou geven zonder dat ik eerst een studie heb gedaan, dan zou ik in de gevangenis vliegen.“ Het Vlaamse Rode Kruis stelt zijn onderzoeksresultaten gratis ter beschikking aan de zusterverenigingen wereldwijd.

De drie brokken van het businessmodel ▶ 6:05

Waar komt het geld vandaan? Vandekerckhove deelt de organisatie op in drie brokken. De Bloedtransfusiedienst wordt gefinancierd door de federale minister van Volksgezondheid, die ook de prijzen vastlegt. De opvangcentra voor asielzoekers worden gefinancierd via Fedasil. Alles wat daarbuiten valt, eerste hulp, lessen, internationale noodhulp, hangt af van schenkingen, legaten en de bekende stickers.

“52 procent van de inkomsten komt van de bevolking door schenkingen, legaten enzovoort.“

Dat is een opvallend cijfer. In Duitsland of Nederland krijgt het Rode Kruis fundamenteel meer overheidssteun. Hier dragen burgers meer dan de helft. “Een van onze frustraties is dat de overheid heel vaak op ons beroep doet, zeker als het misloopt, maar dat we te weinig worden betrokken bij de planning en bij de opmaak van de budgetten.“ Het is een zin die later in het gesprek nog vaak zal terugkomen.

Waarom Amerikaans plasma duurder is en gevaarlijker ▶ 10:49

Nu komt de bloedmarkt op tafel. Een van de hosts vraagt of er concurrentie is. Vandekerckhove legt eerst de wettelijke basis uit. In Belgie zijn er vier erkende bloedinstellingen, allemaal in de non-profitsfeer. Op producten van menselijke oorsprong mag geen winst gemaakt worden. In Vlaanderen is Rode Kruis-Vlaanderen de enige.

Maar wat als je het privatiseert? In Amerika werkt het anders. Daar concurreren commerciele bloedbanken. Het resultaat is contra-intuitief.

“De Vrije Markt leidt tot meer efficientie zegt men vaak. Als ik naar Amerika kijk, ze hebben veel meer tekorten dan wij en de prijs is nog hoger ook.“

De hosts duwen door. Hoe kan dat? Vandekerckhove legt het mechaniek uit. In Belgie eist de minister van Volksgezondheid dat een gestandaardiseerd testpakket op elke donatie wordt uitgevoerd. In Amerika onderhandelen ziekenhuizen en commerciele banken: “die test heb ik niet nodig, die wel“, om de prijs te drukken. Het gevolg is dat de productielijnen er finaal slechter uitkomen.

Voor het bewijs gaat hij naar Engeland. Een paar maanden geleden kwam daar het schandaal van besmet bloed naar buiten. Mensen waren in de jaren tachtig en negentig besmet geraakt met hepatitis B, hepatitis C en hiv via transfusies, na import van Amerikaans plasma van betaalde donoren. De Britse staat schat de schadevergoeding op 11 miljard pond.

“Die 11 miljard schade is er niet in Belgie. De reden is dat wij met eigen niet-betaalde donoren werken die dat gratis aan ons willen geven, precies omdat wij daar geen winst op maken.“

Wie betaalt om donoren te vinden, vindt vooral mensen die er ook geld voor nodig hebben, en die statistisch gezien hogere risicoprofielen hebben. Het Belgische systeem werkt op vertrouwen en op een stilzwijgende afspraak met de bevolking.

300.000 donaties per jaar en wat dat betekent ▶ 16:11

Om de schaal vast te krijgen vragen de hosts naar de cijfers. “In Vlaanderen hebben wij ongeveer 300.000, 350.000 donaties per jaar, bloed en plasma samen.“ Volbloed zit op zo'n 200.000 donaties van een halve liter, dus 150.000 liter alleen al voor het rode bloed.

De trends zijn niet wat je intuitief verwacht. De vraag naar rode bloedcellen daalt elk jaar lichtjes. Niet omdat er minder zieken zijn, wel omdat de geneeskunde verfijnder is geworden. “Er is betere chirurgie, meer endoscopische ingrepen, de chemo is moderner.“ Het verbruik van bloedplaatjes blijft stabiel. Maar de vraag naar plasma stijgt fors.

“Plasma stijgt enorm omdat we daar afhankelijk geworden waren van import uit het buitenland. We moeten 5 a 7 procent groeien per jaar.“

Voor rode bloedcellen en bloedplaatjes is Belgie volledig zelfvoorzienend. Voor plasma zit men ongeveer aan vijftig procent. Het ontbrekende deel komt voornamelijk uit de Verenigde Staten, waar betaalde donoren tot twee keer per week mogen geven, een ritme dat in Belgie ondenkbaar is. “Bij ons is dat onmogelijk, men melkt die donoren op een manier ook leeg.“

Plasma is een onderschat product. Voor pasgeborenen met een onvoldoende immuunsysteem zijn er tot 130 donaties per jaar nodig. Voor experimenten bij Parkinson en Alzheimer wordt plasma onderzocht als bron van immunoglobulines.

Het MSM-dossier, wetenschap tegenover ethiek ▶ 19:15

Een van de moeilijkste passages van het gesprek gaat over de uitsluitingsregels voor mannen die seks hebben gehad met andere mannen. Vandekerckhove begint heel precies. “We spreken bewust niet over homoseksuele donoren omdat het gaat niet over de geaardheid. Het gaat over het risicogedrag.“ Ook betaalde sekswerkers worden uitgesloten. De redenering is wetenschappelijk: in bepaalde groepen ligt het infectierisico statistisch veel hoger.

“Wij schreeuwen daar een beetje alleen in de woestijn over.“

De uitsluiting was lang levenslang. Daarna twaalf maanden. Onder de regering-De Croo werd dat unaniem in de Kamer van Volksvertegenwoordigers teruggebracht naar vier maanden seksuele abstinentie. Andere landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk onder Rishi Sunak, gingen verder en schroefden de uitsluiting volledig terug. Maar dan, zegt Vandekerckhove, kwam het Britse plasma-schandaal naar buiten. “Sunak zei: het recht van de patient op het veiligst mogelijke bloed is altijd primordiaal.“ Twee tegenstrijdige bewegingen op enkele jaren tijd, in hetzelfde land, door dezelfde regering.

De pushback van de hosts is voelbaar. Ze begrijpen de wetenschap, maar voelen ook de morele complexiteit. Mensen in stabiele relaties die zich gediscrimineerd voelen, dat is een legitieme klacht. Vandekerckhove erkent het, en wijst op de operationele realiteit. Een individueel risicoprofiel maken voor elke donor kost enorm veel geld. Bovendien blijven er virussen waarvoor nog geen test bestaat, denk aan de dolle koeienziekte, waardoor Engeland in de jaren negentig dertig jaar lang zijn eigen plasma moest vernietigen.

De scherpste passage komt wanneer Vandekerckhove vertelt over zijn gang naar het parlement.

“Stelt ge vast dat wij geven de wetenschappelijke uitleg, en dat men zegt: ja maar voor ons is dat geen medisch dossier, dat is een ethisch dossier, inclusiviteit, en dan zijt ge uitgepraat omdat je in verschillende dimensies spreekt.“

Wat de politici hem nooit expliciet hebben gezegd, voegt hij eraan toe, is dat het veiligst mogelijke bloed niet meer hun opdracht is. Want dan zou de aansprakelijkheidsdiscussie pas echt beginnen.

Waarom het Rode Kruis niet schreeuwt ▶ 28:31

De hosts proberen door te duwen. Stel dat de wetgever morgen beslist dat alle uitsluitingen verdwijnen. Wat doet het Rode Kruis dan? Vandekerckhove blijft kalm. “Wij kunnen niet tegen de wet ingaan.“ Het is geen onderdanigheid, het is institutionele logica.

Die logica strekt zich verder uit dan de bloedmarkt. Het Rode Kruis is geen ngo en geen overheidsorganisatie. Het heeft een sui-generis-statuut, vastgelegd in een wet uit 1891, dat de organisatie tot “helper van de overheid“ maakt. Vandekerckhove vindt dat overheden die specifieke status soms vergeten.

De neutraliteit gaat verder dan administratieve definities. “In de geschiedenis van het Rode Kruis hebben we altijd enorm veel kritiek gekregen voor zaken die we gedaan hebben.“ Hij vermeldt de Tweede Wereldoorlog, waarin het Internationale Comité bezoeken bracht aan de concentratiekampen onder de voorwaarde dat de vrijwilligers nooit meer naar buiten zouden komen. Hij vermeldt Guantanamo, waar het Rode Kruis briefwisseling overbrengt tussen gevangenen en hun familie maar daar niet over communiceert.

“Als wij dat aanklagen, dan kunnen we ene keer daar krijgen wij veel voldoening van, dan mogen we niet meer binnen. En die gevangenen zitten daar.“

De hosts dringen aan op de actuele dossiers. Gaza. Oekraine. Vandekerckhove erkent de druk, ook intern. “We hebben soms zelfs discussies met onze eigen personeelsleden, die heel emotioneel meeleven met een bepaald dossier, maar in het Rode Kruis tonen we geen voorkeuren.“ Wie dat niet kan, hoort thuis bij Amnesty International of een andere organisatie. “Onze rol is van er altijd te zijn.“

“Iedereen wil ons voor zijn kar spannen. Maar binnen 50 jaar zal men misschien hetzelfde over Gaza, over Oekraine zeggen.“

Het is geen opportunisme. De zwaarste keuzes worden niet door media-aandacht beslist.

Conventies van Geneve onder druk ▶ 32:19

Die neutraliteit krijgt een operationele rugwervel: de Conventies van Geneve, opgesteld en beheerd door het Internationale Rode Kruis. Maar Vandekerckhove ziet dat ze “hoe langer hoe meer met de voeten getreden worden.“ Conflicten worden emotioneler, niet-reguliere legers zijn talrijker, en officieren in reguliere legers krijgen training in internationaal humanitair recht, verzetstrijders niet.

En dan is er nog de technologie.

“Wat nu met drones die geprogrammeerd zijn om iets te doen? Als die de regels niet volgen, wie is verantwoordelijk? De eigenaar? De programmeur?“

Het humanitair recht heeft daar geen klaar antwoord op. Tussen oude regels en nieuwe wapens zit een leemte die volgens Vandekerckhove urgent gevuld moet worden.

Kunstmatig bloed, beloofd sinds 1965 ▶ 35:23

De hosts willen weten of de technologie bloed kan vervangen. Hier wordt Vandekerckhove ironisch.

“Ik ben nu 21 jaar in het Rode Kruis, en al 21 jaar word ik tenminste een keer per jaar door een journalist gecontacteerd die zegt: er is een publicatie en artificieel bloed is morgen daar.“

De realiteit is veel saaier. Vroeger probeerde men bloedvervangers chemisch te maken. Die bleken giftig. Vandaag bedoelt men met artificieel bloed meestal bloed gegroeid uit stamcellen. Dat werkt in principe, maar het is duur. “Een eenheid rode bloedcellen waarvoor wij normaal 110 euro krijgen, kost 1,5 miljoen euro“ in het labo. “De waarheid is dat de mens als producent veel goedkoper is.“

Voor uitzonderlijke gevallen, mensen met zeldzame combinaties van bloedgroepen, kan kweek-bloed een nicheoplossing worden. Voor de bulk lijkt de evolutie traag. Een bloedbank in Schotland moest tien jaar geleden volledig terugkeren omdat haar productieproces niet stabiel was. De varkensharten-piste, in theorie ook bruikbaar voor bloed, vraagt een gehumaniseerd varkensbestand met genetische aanpassingen voor elke bloedgroep. “Niet voor de eerste jaren.“

Bloedgroepen en sikkelcelanemie ▶ 40:47

Een van de hosts gooit een ogenschijnlijk naieve vraag op tafel. Waarom zijn er eigenlijk bloedgroepen? Vandekerckhove ontkracht eerst de bloedgroepdiet-theorie van die ene rijke Amerikaan. “Wij hebben dat onderzocht en kunnen aantonen dat daar geen enkel verband tussen is.“

Waarom de varianten dan ontstaan zijn, daar is geen sluitend antwoord op. Wel zijn er aanwijzingen dat bepaalde varianten beschermen tegen ziekten. Sikkelcelanemie, een afwijking aan de rode bloedcellen, komt vooral voor in Afrika in zones waar malaria endemisch is. “Dat beschermt u relatief, niet absoluut, tegen malaria.“ In gebieden boven een bepaalde hoogte, waar de mug niet kan overleven, vindt men de afwijking nauwelijks.

De technische uitleg is even kort als helder. Op rode bloedcellen zitten suikerketens. O-bloedgroep heeft de kortste keten en kan dus aan iedereen gegeven worden. A en B hebben elk een eigen toevoeging waar het immuunsysteem antilichamen tegen vormt als je ze niet zelf hebt. Vandekerckhove voegt nog een operationele observatie toe. Vroeger zag het Rode Kruis elk jaar op 1 augustus een piek in het verbruik van O-negatief bloed. Op die datum wisselden de assistenten in opleiding in de ziekenhuizen, en die grepen vaker naar O-negatief uit voorzichtigheid.

Niet alle solidariteit gaat verloren ▶ 46:07

Een van de hosts had verwacht dat de solidariteit zou afnemen. Vandekerckhove ontkent. “Wij hebben in Vlaanderen een zeer goede donortraditie. Ouders brengen hun kinderen van 18 jaar mee.“

Wel verandert de aard van het vrijwilligerschap.

“Vroeger werd iemand op zijn 18 jaar vrijwilliger en bleef dat tot zijn 70. Nu shoppen mensen meer.“

Mensen zitten enkele jaren bij een sportvereniging, dan een aantal jaar bij het Rode Kruis. Dat vraagt aanpassingsvermogen. Niet iedereen wil eerst alle opleidingen volgen. “De bereidheid bij mensen om zich om niet in te zetten voor iemand anders is er nog altijd.“

Rode Kruis-Vlaanderen telt 14.000 vrijwilligers en daarnaast 30.000 zogenaamde crisisvrijwilligers, een concept dat tijdens de coronacrisis ontstaan is. Burgers melden zich aan via een app, geven aan welke vaardigheden ze hebben en wanneer ze beschikbaar zijn. Tijdens de overstromingen in Wallonie drie jaar geleden werd dat systeem ingezet. De organisatie telt nog 250 lokale afdelingen.

Stickers vervangen door pleisters ▶ 48:23

De iconische stickers zijn recent vervangen door pleisters in een hoesje, na kritiek op de plastiek-component. De prijs werd verdubbeld, en de mensen blijven kopen.

“We waren wat beangstigd, maar dat valt eigenlijk goed mee. De mensen blijven dat kopen.“

De collectieve mindset wijzigen kan volgens Vandekerckhove gerust nog vijftien jaar duren.

Het Rode Kruis als ondernemende non-profit ▶ 33:53

Wat opvalt in het gesprek is hoe vaak Vandekerckhove cijfers en kosten ter sprake brengt. Hij neemt een merkbare trots in de zakelijkheid van zijn organisatie. “Wij zetten ook veel in op technologie, dat is dan in onze sector meer biotechnologie ook met ons onderzoek. Wij nemen patenten op evoluties die wij maken voor de aanmaak van bloedplaatjes.“

“Het is niet omdat de doelstelling soft is dat de interne werking soft moet zijn.“

Die zin is volgens Vandekerckhove de interne slogan. Een idealistische missie ontslaat niemand van efficient werken. Wie inefficient is, neemt middelen weg van de mensen in nood. Het Rode Kruis werkt datagedreven. Voor de werving van bloeddonoren weten ze inmiddels precies wat werkt. “Een brief sturen is het meest kosteneffectief, dus waarom zou je dat dan niet meer doen.“

Asielcentra en de illusie van comfort ▶ 57:34

Naast de Bloedtransfusiedienst beheert Rode Kruis-Vlaanderen ook opvangcentra voor asielzoekers in opdracht van Fedasil. Vandekerckhove benadert het met dezelfde nuchterheid.

“Het verhaal dat mensen in een zeer comfortabele positie in die asielcentra zitten: u zou daar met uw gezin niet willen verblijven.“

Mensen leven op elkaars lip, krijgen een kleine uitkering, betalen mee als ze werken. Het is allesbehalve een comfortabel bestaan. Wat hem het meeste frustreert is het gebrek aan langetermijnplanning. Wie streng wil zijn, zou moeten investeren in snelle behandeling van dossiers, want mensen die er vier jaar zitten en dan moeten vertrekken, kunnen meestal niet meer terug en verdwijnen in het zwart circuit. Wie soepel wil zijn, zou moeten investeren in opvang en integratie. Belgie doet geen van beide consistent.

Fedasil zelf, dat zowel financiert als uitvoert als regelgeeft, krijgt een diplomatische steek. “Fedasil is een beetje rechter en partij.“ Wanneer de instroom piekt, schakelt Fedasil het Rode Kruis in om snel extra opvang te organiseren. Wanneer het rustiger wordt, vraagt men om centra te sluiten. Vandekerckhove vindt dat “weinig respectvol“.

De diepere bezorgdheid is demografisch.

“Er is een bevolkingsexplosie in Afrika bezig. Het verhaal dat we de instroom volledig stoppen, is niet zo eenvoudig.“

In China en India daalt de bevolking, terwijl Europa vergrijst. Hij geeft een sprekend voorbeeld. In een bepaald West-Afrikaans land werkt naar verluidt meer dan 90 procent van de opgeleide verpleegkundigen in Engeland. “Hoe kan zo'n land zelf nooit van de grond komen?“ Het is geen pleidooi voor open grenzen, het is een reality check.

De Helper van de overheid die niet vroeg genoeg gehoord wordt ▶ 50:41

Doorheen het gesprek keert dezelfde frustratie terug. De overheid betrekt het Rode Kruis te laat, te ad hoc, en te crisis-gedreven.

“Het is frustrerend dat wij soms 's avonds om 10 uur telefoon krijgen van een minister om te zeggen: morgenochtend om 8 uur zou je daar met 100 man moeten zijn.“

“In gans het voorbereidingstraject heeft men alleen met de brandweer, de politie en het leger gesproken.“ Tijdens de coronacrisis kocht de overheid beschermingsmateriaal aan tegen woekerprijzen. “Dat op een rustig moment kopen en goed stockeren zou veel goedkoper zijn.“ De Duitse en Japanse zusterverenigingen werken consequenter op die termijn.

Vandekerckhove neemt ook de Copernicushervorming uit de tijd van minister Luc Van den Bossche op de korrel. Topambtenaren werden om de vier jaar evalueerbaar in plaats van levenslang benoemd. In de feiten staan zij vandaag meer onder politieke druk dan vroeger, en daarmee verzwakt de instantie die normaal de langetermijnstabiliteit zou moeten dragen.

Voor het wetenschappelijk onderzoek is de continuiteit even kwetsbaar. “Op het federaal niveau wisselt dat met elke nieuwe staatssecretaris. Dat is een recept voor amateurisme.“

De hosts duwen door, vragen of het Rode Kruis dan publiek scherper standpunten zou moeten innemen.

“Wij gaan niet snel in de pers een maatregel aanvallen. We proberen altijd in dialoog te gaan met de bevoegde minister.“

Het is dezelfde keuze als bij Gaza, bij de concentratiekampen, bij Guantanamo. Werken in plaats van schreeuwen.

Bloed dat maar zes dagen meegaat ▶ 1:04:29

Voordat het gesprek afsluit komt een laatste, schijnbaar simpele vraag. Hoe lang is bloed houdbaar? Vandekerckhove geeft drie verschillende antwoorden, want bloed bestaat niet als geheel meer in de moderne transfusieketen.

“Bloedplaatjes kunnen we maar zes dagen houden, rode bloedcellen 40 dagen, en plasma kunnen we ingevroren twee jaar bewaren.“

Een lang weekend met een brugdag wordt al snel een probleem voor bloedplaatjes, dat een extra collecte op vrijdag of zaterdag vergt. Bloedplaatjes moeten op kamertemperatuur bewaard worden, en bovendien constant geschud, anders plakken ze aan elkaar en werken ze niet meer. “In de mens is dat ook niet anders.“ Het is misschien de meest tastbare illustratie van het hele gesprek. Bloed is geen abstractie. Het is een biologisch product met onverbiddelijke houdbaarheidsdatums, en achter elke transfusie zit een logistieke keten die tot in detail moet kloppen.

De zeven principes van Henry Dunant ▶ 1:03:42

In een van de laatste vragen wil een host weten of er cultuurverschillen zijn tussen de 191 zusterverenigingen wereldwijd. Vandekerckhove bevestigt: in Afrika nemen veel zusterverenigingen nog gezondheidszorg op zich, omdat de overheid dat niet doet. “Wij deden dat vroeger ook, maar onze overheid, een rijk land met sociale welvaartstaat, heeft dat stilaan overgenomen.“

Maar de zeven principes die Henry Dunant heeft opgeschreven gelden overal.

“Je zal geen enkele rodekruisvereniging vinden die onderscheid maakt op basis van huidskleur of religie. Dat zit in de principes.“

Het is wat de organisatie wereldwijd bindt. Geen politieke voorkeuren, geen religieuze voorkeuren, geen onderscheid op huidskleur. “We zijn er om mensen te helpen.“

De transformator-gedachte

Wanneer de hosts vragen waarom mensen zouden moeten doneren, draait Vandekerckhove de vraag om. Donaties bij het Rode Kruis kennen drie vormen: bloed en plasma, geld, en tijd. Maar de essentie zit in een bredere visie.

“Wij zegden vroeger: we zijn een hulporganisatie. Maar eigenlijk zijn wij een transformator die toelaat dat mensen uit een bevolking andere mensen uit die bevolking helpen.“

Wie bloed geeft, redt iemand. Niet het Rode Kruis, maar de donor. Wie eerste hulp leert, reanimeert iemand. Niet het Rode Kruis, maar de hulpverlener. De organisatie is een infrastructuur die solidariteit operationeel maakt.

Wat Discours uit dit gesprek meeneemt is de zeldzame combinatie van wetenschappelijke autoriteit en politiek besef. Vandekerckhove kent zijn dossiers, zijn cijfers, zijn internationale vergelijkingen. Hij weet wanneer hij streng moet zijn over feiten en wanneer genuanceerd over emoties. Hij weet ook wanneer hij niet schreeuwt, ook al zou hij dat soms wel willen. In een tijd waarin overheden complexe dossiers vermarkten als simpele keuzes, is een gesprek met een leider die zijn eigen complexiteit niet wegmoffelt zeldzaam waardevol. Het is precies waarvoor Discours bestaat: degelijkheid en dialoog terugbrengen, ook over onderwerpen die niemand graag op een T-shirt drukt.