Het is laat in september 2024 als Paul De Grauwe en Frank Judo aanschuiven aan de tafel van De Melkerij in Brasschaat. Geen whisky vanavond, beide gasten rijden naar huis, dus het wordt Spa Blauw. “Het is van het jaar 2024“, grapt de gastheer terwijl hij inschenkt. Achter de twee gasten zit een halve eeuw aan publieke rol verzameld. De Grauwe is emeritus aan de KU Leuven en hoogleraar aan de London School of Economics, een van de meest geciteerde Belgische economen. Judo, advocaat aan de Brusselse Balie, schrijft de laatste tijd vooral over historische onderwerpen, zegt hij zelf, maar publiceert evengoed over recht. Het is voor het eerst dat Discours geen interview voert maar twee gasten naast elkaar zet, om te zien wat er gebeurt als hun gevoeligheden over dezelfde vraag botsen. De vraag van vanavond is bedrieglijk simpel: wat is vrijheid?

Twee benaderingen, een gemeenschappelijke kern ▶ 3:06

Frank Judo begint voorzichtig. Hij houdt liever niet van een definitie maar van een benadering. “Voor mij is vrijheid de afwezigheid van middelen om iets te beletten. Het is daarom geen inhoudelijke beoordeling. Men gaat iets niet bestrijden, men gaat iets laten gebeuren zonder het daarom te beoordelen.“ Een minimalistisch beeld dus, vrijheid als negatief begrip, vrijheid als afwezigheid. De Grauwe vult die negatieve definitie aan met een positieve. “Het gaat toch om de mogelijkheid van het individu om zijn leven zelf in handen te nemen. Beslissingen nemen, keuzes maken zoals ze dat best zelf doen.“ Capaciteit creëert dynamiek en creativiteit, voegt hij toe.

De verschillen tekenen zich meteen af, niet als breuk maar als toon. Judo bakent de vrijheid af met een ironische verwijzing naar de Sovjet-Unie, waar alles verboden is wat niet uitdrukkelijk is toegestaan, terwijl bij ons alles is toegestaan wat niet uitdrukkelijk verboden is. De Grauwe schuift het probleem ernaast.

“Het probleem is dat er meer en meer verboden wordt.“

Maar is dat ook zo, vraagt De Grauwe zelf. Historisch gezien zijn we wellicht nog nooit zo vrij geweest. Hij verwijst naar de negentiende-eeuwse arbeider zonder keuzemogelijkheden, en stelt vast dat materiele welvaart een voorwaarde voor vrijheid is.

“Waar is uw vrijheid als je elke dag moet vechten om te overleven en uw kinderen?“

Judo nuanceert. Onze samenleving is zo gesteld op vrijheid dat elke inperking sterk wordt ervaren en uitvergroot. Dat klinkt negatief, maar volgens de jurist toont het juist dat we bewust met die vrijheid bezig zijn. Hij maakt vervolgens een onderscheid dat het hele gesprek zal kleuren. Wat men niet mag is iets anders dan wat men niet kan. Determinatie door omstandigheden beperkt mogelijkheden, maar beperkt het ook de vrijheid? De welvaartsstaat heeft die mogelijkheden vergroot, juist door interdependentie. “Wij hangen allemaal af van Europa“, zegt Judo. “Dat beperkt de vrijheid van een individueel land, maar zorgt tegelijk voor veel mogelijkheden.“

Mill aan de tafel ▶ 8:32

De Grauwe pikt het op. Wat Judo aanwijst, zegt hij, is de kern van het hele probleem. John Stuart Mill schreef het al in zijn essay On Liberty in de negentiende eeuw, maar filosofen wisten het al veel vroeger.

“Mijn vrijheid wordt beperkt door de vrijheid van de ander, en daar botsen we nu voortdurend mee. Er bestaat niet zoiets als absolute vrijheid.“

Het voorbeeld dat hij geeft, is roken. Voor wie naast hem zit creeert dat een externe kost. Een woord dat de econoom hier graag ziet liggen: rook is een externaliteit. En externaliteiten, zegt De Grauwe, zijn de grenzen van vrijheid. Vervuiling, schadelijke uitstoot, en, het meest extreme voorbeeld, lichamelijk letsel. “Ik kan u niet doodslaan, om een extreem voorbeeld te geven.“ Het maatschappelijk probleem vandaag, zegt hij, is waar de grenzen liggen.

Het verkeer als denkmodel ▶ 10:49

Een tweede voorbeeld dat de econoom aandraagt: het verkeer. Iedereen vrij laten kiezen of hij rechts of links rijdt zou de samenleving in chaos storten. Coordinatie vereist beperking, en beperking kan alleen maar door externe dwang. Maar Judo onderbreekt. Hij maakt zich zorgen over de verarming van de taal.

“Ik maak mij soms een beetje zorgen over de verarming van ons eigen aanvoelen, van ons instrumentarium, van onze taal, dat we eigenlijk enkel nog de mogelijkheid zien ofwel mag het altijd, ofwel is het verboden.“

Neem hetzelfde rookvoorbeeld. Twee mensen aan een tafel, de buurman steekt een sigaret op. Niemand verbiedt mij om die schade te tolereren. Ik kan zeggen, het is eenmalig, mijn buurman is een sympathieke kerel, ik zie dat hij behoefte heeft. Tussen verbod en totale vrijheid liggen modaliteiten, vormen van zacht samenleven. Daar wijst de jurist op een blinde vlek in het klassieke economische denken: niet alle ordening hoeft van de overheid te komen, niet alle gedrag hoeft via dwang gestuurd te worden.

De Grauwe accepteert het punt maar trekt het meteen weer naar zijn vakgebied. Een derde manier, naast verbod en zacht samenleven, is de prijs. Een CO2-belasting, een kostenplaatje voor wie schade berokkent, een internalisering van externaliteiten. Maar zelfs dat is een vorm van dwang. Het werkt niet vrijwillig. Judo komt terug op de paradox. “Met het opnemen van die kosten dreig je in een situatie te komen waar enkel wie het zich kan veroorloven schade zal kunnen toebrengen.“ Een wereld waarin alleen de rijken nog mogen vervuilen, is dat een vrije wereld?

De driehoek die niet sluit ▶ 30:10

Wanneer het gesprek zich naar de democratie verplaatst, wordt Judo's terughoudendheid scherp.

“Wij verwachten ongelooflijk veel van de politiek, en tegelijkertijd vinden we dat we minder belastingen moeten betalen, en dat er minder dwang moet zijn. Dat is een driehoek die je niet samen kan realiseren.“

De Grauwe knikt instemmend, want het is hetzelfde probleem dat economen aansnijden over publieke goederen. Maar Judo gaat verder. “Ik bijvoorbeeld verwacht meer op bepaalde vlakken, maar minder op heel veel vlakken. Gewoon facilitatie, niet per se interventie.“ Dat is het kantelpunt van het gesprek. Wat is dwang en wat is facilitatie? Wanneer is overheidsinzet legitiem, wanneer paternalisme?

De Grauwe vraagt zich af, met een glimlach, wie nog gelooft dat onze democratie werkt.

“Steek de handen omhoog wie denkt dat deze democratie werkt. Het werkt duidelijk niet perfect, maar in zekere zin werkt het ook wel.“

Een meerderheid heeft niet automatisch gelijk. En precies daar maakt Judo het scherper dan zijn gesprekspartner.

Rousseau tegen Mill ▶ 25:33

De Grauwe legt het onderscheid uit dat al sinds de achttiende eeuw de Westerse politieke filosofie verdeelt. Aan de ene kant Rousseau, voor wie de meerderheid beslist en daarmee uit. Aan de andere kant de Angelsaksische visie, waarin de rule of law en fundamentele rechten boven elke meerderheid staan. De Rousseau-visie kan leiden tot dictatuur van de meerderheid.

“Die meerderheid zou kunnen zeggen, ja maar die islam, dat willen wij niet, weg ermee, iedereen die islam wil zijn, die gooien we buiten.“

De Angelsaksische visie zegt nee, sommige individuele rechten zijn onaantastbaar. Vrijheid van godsdienst, vrijheid van mening. Daar zitten beide gasten op gelijke golflengte, maar Judo schuift een term naar voren waar hij meer mee aankan dan democratie.

“Ik denk dat we het wat vaker over de Democratische rechtsstaat zouden moeten hebben.“

Voor Judo zit er een spanning tussen democratie en grondrechten. Bij voorbaat hebben we grenzen gezet aan een potentiele dictatuur van de meerderheid, en dat betekent dat het beslissingsrecht van die meerderheid niet grenzeloos speelt. Het is een imperfect maar essentieel model.

De paradox van de vrije meningsuiting ▶ 27:51

Kort intermezzo. Judo legt een vinger op een hedendaagse wonde.

“Er is iets heel paradoxaal in onze samenleving. We willen alles kunnen zeggen, maar we willen ook niet tegengesproken worden.“

Hij heeft het over mensen die opkomen voor de vrije meningsuiting maar beginnen te roepen zodra iemand het oneens is met hen. Oneens zijn is geen beperking van vrijheid. De Grauwe knikt mee, en ze stellen vast dat strafrechtelijk de Belgische marge nog ruim is. Het Grondwettelijk Hof en het Hof voor de Rechten van de Mens formuleren de grenzen duidelijk: oproepen tot haat moet voldoende concreet aanzetten tot geweld voor strafrechtelijke vervolging. Het probleem zit eerder in de maatschappelijke vervolging.

Het klimaatarrest, op een andere manier gelezen ▶ 35:34

Wanneer het over de Belgische klimaatzaak gaat, blijkt de jurist scherper dan velen hadden vermoed. Het Hof van Beroep in Brussel veroordeelde de federale en gewestelijke overheden. Het narratief: rechters dwingen via mensenrechtenverdragen aan staten op wat democratisch niet beslist is. Maar dat is volgens Judo niet wat het Hof eigenlijk zei. “De analyse die het Hof van Beroep daar heeft gemaakt is, hoe stellen jullie dat probleem voor? Jullie zeggen, een absoluut minimum is tegen dat jaar dat te realiseren. Even later zeggen jullie, we gaan dat niet halen, maar er wordt niks veranderd aan de uitgangspunten.“ De rechter hield de politiek aan haar eigen verklaringen. Dat is iets anders dan een rechter die zich in de plaats van de wetgever stelt.

Judo trekt er een politieke les uit. Misschien zit het populisme dieper en breder dan we denken. We willen ferme verklaringen horen, we willen kunnen aankondigen.

“Hebben we wat meer behoefte aan terughoudendheid, waarin we voorzichtig zeggen, misschien is dit een goede oplossing?“

Als de ene zegt misschien, kan de andere ook met misschien antwoorden. Dat geeft de politiek meer ademruimte. Het zijn juist de straffe verklaringen die tot rechterlijke veroordelingen leiden. Een conservatief argument tegen politiek activisme, niet tegen rechters.

Het rookverbod als testcase ▶ 38:36

De gastheren haken in met een eenvoudig voorbeeld. Waarom verbieden we roken in de horeca top-down, in plaats van uitbaters de keuze te laten? De Grauwe heeft het antwoord klaar.

“Voordat we die maatregelen hebben genomen, konden ze toch ook al beslissen, mijn zaak is niet voor rokers. De meeste mensen hebben dat nooit willen doen omdat ze schrik hadden klanten te verliezen.“

Die spontaneiteit was er gewoon niet. In een concurrentiele omgeving wint de aanbieder die zijn klanten niet wegjaagt. Een niet-rokerszaak verloor zaken aan een rokerszaak. Spontane mentaliteitsverandering kwam niet van de grond.

Judo nuanceert. In de jaren 60 en 70 dacht geen hond eraan dat het belangrijk was om een onderscheid te maken tussen roken en niet-roken. Er was zoveel desinformatie van tabaksmaatschappijen. Pas toen de wetenschappelijke evidentie hard werd, ontstond ook bij een meerderheid de wil om iets te doen. Hij brengt een tegenvoorbeeld mee uit eigen herinnering. “Ik herinner mij in de jaren nul, toen de Vlaamse regering van mening was dat niet-gemengd onderwijs niet meer van deze tijd was en dat men sprak over een verbod. Toen zijn ongeveer in een zomer alle scholen in Vlaanderen overstag gegaan en hebben zonder dwang die maatregel genomen. Op twee scholen na.“ De suggestie van een dreigend verbod, gecombineerd met sociale druk, volstond. Soms volstaat de schaduw van dwang waar dwang zelf niet nodig is.

“Ik geloof iets meer in opvoeding, wetende dat niks zo moeilijk is als opvoeding, dat het veel tijd vraagt en dat het vaak kan mislukken.“

De Grauwe is niet overtuigd. Bij milieuproblemen volstaat opvoeding niet. Als de helft van de ondernemers ertoe komt geen uitstoot meer te doen, gaat de andere helft hen uit de markt prijzen.

“Het brute feit is dat de andere helft daarvan zal profiteren en die eerste helft uit de markt zal prijzen.“

De overheid als consument kan via aanbestedingen wel marktstabilisatie bieden, repliceert Judo. De econoom houdt vol dat dat marginaal is.

Klimaat als testcase voor de hele dialoog ▶ 47:54

Dan komt het kernconflict, in de tweede helft van het gesprek. De klimaatcrisis. Hun verschillende invalshoeken leiden hier tot meningsverschillen, terwijl ze op hetzelfde doel uitkomen. De Grauwe is bezorgd dat we onvoldoende doen. Judo is bezorgd dat we te veel doen, of te slecht. “Voor mij is belangrijk dat die twee benaderingen minstens a priori legitiem zijn“, zegt De Grauwe. “Juist omdat je op zoek gaat naar een evenwicht.“

Maar dan komt de breuk. Judo zegt iets dat het hele gesprek herkadert.

“Ik maak mij altijd zorgen over een debat dat begint met we zijn het allemaal eens, want wie zegt we zijn het allemaal eens, die bezet het terrein en delegitimeert voor een stuk andere opvattingen.“

Een deel van de klimaatbeweging gooit haar eigen draagvlak weg, vervolgt hij. Een ander verhaal is denkbaar, een conservatiever verhaal, een minder militant verhaal, dat hetzelfde doel nastreeft.

De Grauwe trekt het scenario door tot een existentiele situatie. Als het klimaat zodanig verder degradeert dat het leven op aarde voor heel veel mensen onmogelijk wordt, wat hebben we dan nog? Op een bepaald moment houdt afwegen op. Dan is dwang het enige instrument. Het beeld dat hij oproept, is de kapitein van een zinkend schip die niet meer kan onderhandelen, maar moet beslissen.

Het gedachte-experiment van de Rode Khmer ▶ 57:17

Judo brengt een gedachte-experiment in. Stel dat we klimaatdoelen alleen kunnen halen door een totalitair regime in te voeren. Wat dan? Hij benadrukt dat het een gedachte-experiment is, en niets meer. Maar de econoom voelt zich onrechtvaardig behandeld.

“Hoeveel bedraagt de CO2-belasting vandaag? 10 of 20 euro per ton uitstoot. Als we dat naar 30 of 40 brengen, gaat de Rode Khmer dat tot gevolg hebben?“

De twee draaien even rond elkaar. Judo herhaalt dat het over een gedachte-experiment gaat, dat hij niet bepleit. “Dat is het enigste wat deze podcast goed in is, nadenken is toegestaan.“ Wat hij wil zeggen, is iets fundamentelers. Als de prijs voor klimaatactie het invoeren van een totalitair regime zou zijn, zou hij het niet evident vinden om in de ene of in de andere richting te beslissen. Hij zou allicht niet bereid zijn mensen tot een mensonwaardig leven te dwingen. Hij kan zich het omgekeerde indenken.

De Grauwe ergert zich licht aan dat extreme beeld. “Dat is helemaal niet wat er moet gebeuren.“ Wat moet gebeuren, is gewoon door belastingen de juiste prijs aanrekenen, zodat producten de echte kost van CO2-uitstoot weerspiegelen.

Prudentie als gemeenschappelijke deler ▶ 1:00:21

Wat geleidelijk duidelijk wordt, is dat de twee gasten naar elkaar toe groeien rond een woord. Prudentie. De Grauwe gebruikt het als voorzorgsbeginsel: bij grote onzekerheid voorzichtig handelen. Judo gebruikt het breder, als het vermogen om in concrete situaties juist te handelen, zonder doctrine, zonder absolutisme. Beiden komen uit op hetzelfde concept: vermijd absolute zekerheden, vermijd extreme middelen, durf experimenteel te denken.

De Grauwe verdedigt zijn methode. “Hoe kun je dat oplossen? Door experimenteel te werken. Je begint met een bepaalde belasting, je kijkt of het werkt, en als het niet voldoende is, verhoog je. Dat gaat onze democratie toch niet ondermijnen.“

Judo bevestigt. “Ik vind dat een heel conservatieve benadering, dus ik ga me daar enkel achter scharen.“ En dan, met onmiskenbare ironie: “Het is belangrijk om af en toe terug naar de gemeenschappelijke grond te gaan, want anders gaan ze denken dat we het eens zijn.“

De kapitein van het zinkende schip ▶ 1:02:38

In de afsluitende minuten vat Judo de stelling samen. In normale tijden hebben we te maken met trade-offs. We kunnen afwegen, compromissen sluiten. Dat is wat economische wetenschap voortdurend doet. Maar er zijn crisissituaties waar je dat niet meer kunt doen. Een zinkend schip verdraagt geen democratisch overleg. Daar staat de kapitein op en beslist.

De vraag, dan, is wanneer een crisis een echte crisis is. “Bij covid hebben we dat licht aangeraakt“, zegt De Grauwe voorzichtig. Hij wil er niet veel over zeggen, alleen dat we volgens hem het juiste beleid hebben gevoerd. Judo plaatst er een vraagteken bij. Was covid existentieel? Hij wil er niet dieper op ingaan, maar het illustreert het gevoeligste punt van het gesprek. Wie definieert de crisis, en wie krijgt daardoor het mandaat om vrijheden in te perken?

De Grauwe sluit zijn verhaal logisch. Als we het klimaat niet preventief aanpakken, gaan we er gedwongen toe komen. Dan worden we de kapitein. “Dan zullen we uitmonden in dictatoriale regimes, onvermijdelijk.“

Kernenergie, of waarom prudentie geen toverformule is ▶ 1:12:37

Kort voor het einde slaat het gesprek nog een onverwachte richting in. De gastheren brengen kernenergie ter sprake. Een merkwaardige paradox: als CO2-uitstoot het probleem is, waarom hebben we kernenergie ideologisch verbannen? Beide gasten zijn het opvallend genoeg roerend eens. De groene beweging heeft hier de bal volledig misgeslagen. “Lange tijd was kernenergie des duivels“, zegt De Grauwe. “In het parlement, toen ik in het parlement was, was er geen bereidheid om er maar over te praten. Dat is een historische fout geweest.“

Judo voegt er een methodologisch punt aan toe. “Je voorbeeld over kernenergie toont aan dat prudentieel ook geen toverformule is.“ Het anti-kernenergie discours valt vanuit een bepaalde interpretatie van het prudentie-beginsel te verantwoorden, maar het focuste te veel op een element en miste het hele verhaal. Zelfs prudentie kan in de val van eenzijdigheid trappen. Geen filosofisch raamwerk biedt absolute bescherming tegen verkeerde keuzes.

Wie betaalt de rekening ▶ 1:13:23

De Grauwe legt vlak voor het einde nog een verbinding tussen klimaatbeleid en politieke radicalisering. Een CO2-belasting treft lagere inkomens dubbel zo hard. Wanneer we draagvlak willen voor klimaatbeleid, moeten we die mensen compenseren. Anders gebeurt wat we vandaag al zien.

“Mensen die het moeilijk hebben, die onder druk staan, stemmen uiterst rechts, met het verhaal dat klimaatbeleid en milieu allemaal overtrokken zijn.“

Judo sluit aan vanuit een eigen accent. Het is heel makkelijk in een democratie om rekeningen door anderen te laten betalen. En zeker als het over grondrechten gaat, moeten we daar bijzonder alert voor zijn. De waarschuwing valt op meerdere niveaus uit te leggen. Bij klimaatpolitiek, bij migratie, bij economisch beleid, bij elk debat waarin een meerderheid een minderheid de prijs laat betalen.

De econoom voegt nog een laatste opmerking toe. We moeten ook eens nadenken over onze way of life. Voor heel veel uitstoot bestaat geen alternatief. Maar hij weet zelf dat preken niet werkt. Vrijwillige matiging breekt aan dezelfde concurrentielogica als waar het rookverbod aanvankelijk op stuk liep.

Epiloog. Twee benaderingen, een gemeenschappelijke prudentie ▶ 1:17:12

De gastheer probeert nog een afrondende vraag te formuleren over hoe we de dialoog over moeilijke kwesties kunnen verbeteren, maar geeft toe dat hij de vraag niet helder krijgt. Het illustreert het hele gesprek. Geen van beide gasten heeft een formule. Geen van beide claimt het ultieme antwoord. Wat ze wel hebben gegeven is een demonstratie van hoe twee verschillende invalshoeken, de econoom met zijn taal van externaliteiten en incentieven, de jurist met zijn taal van prudentie en grondrechten, kunnen samenkomen op een gedeeld terrein. Dat terrein heet, bondig samengevat, terughoudendheid.

Van beide kanten klinkt dezelfde basismelodie. Wees prudent met dwang en wees prudent met non-interventie. Vermijd absolute zekerheden. Erken dat ook de besluitnemers feilbare mensen zijn. Aanvaard dat het evenwicht kan verschuiven. Bouw draagvlak. De econoom durft te erkennen dat dwang vaak overschiet, de jurist durft te erkennen dat puur libertarisch denken praktisch onwerkbaar is.

Er is iets opvallends aan dit gesprek dat het van veel andere debatten over vrijheid onderscheidt. Geen van beide gasten valt in de val van het kortzichtige perspectief. Geen van beide vindt onze tijd uniek of het einde der tijden. Geen van beide voert een ideologisch theater op. Wat ze leveren is wat de Discours-missie samenvat met de woorden degelijkheid en dialoog. Dat zijn geen lege containerbegrippen. Het is precies wat je hier aan tafel ziet gebeuren. Twee mensen die elkaar tegenspreken zonder elkaar af te schrijven, die een ander argument durven horen zonder zich erdoor te laten overrompelen, en die aan het einde toegeven dat ze het op meer punten eens zijn dan ze hun luisteraars zouden willen toegeven.

“Klein beetje, klein beetje wel is de vrijheid“, grapt een van de gastheren in de slotsekonden, terwijl de batterij van de computer dreigt uit te vallen. Het is een sluitformule die past. Geen totaal antwoord, geen totaal akkoord, gewoon een klein beetje meer begrip dan voor het gesprek begon. Dat is precies waar de Discours-missie voor staat. Niet om gelijk halen, maar om het gesprek aan tafel beter mogelijk maken. Volgende keer, een andere gast, een andere vraag, dezelfde tafel, dezelfde Spa Blauw.