Tussen rum en regelgeving: de man die België competitief wil houden

Het chingetje rum staat al klaar als Bart Steukers binnenstapt in De Melkerij. Geen gewone whiskey, waarschuwt hij, maar Jack Daniel's Honey, “officieel een likeur.“ De algemeen directeur van Agoria, de werkgeversorganisatie die 330.000 werknemers in de technologische industrie vertegenwoordigt, is niet iemand die graag in vakjes blijft zitten. Dat blijkt al snel als het gesprek zich ontvouwt tussen de hoop op economische heropleving en de vrees voor Belgische reflexen die hervormingen telkens weer blokkeren.

Steukers heeft de uitstraling van iemand die dagelijks tussen twee werelden pendelt: die van de CEO's die hij vertegenwoordigt en die van de politici met wie hij onderhandelt. “Wij zijn allemaal gewoon de bielen die in de donker aan het tasten zijn,“ zegt hij op een moment van zelfreflectie. Maar die tastende bielen hebben wel een duidelijke missie: ervoor zorgen dat België relevant blijft in een wereld waar technologie de lakens uitdeelt.

De drie kerntaken van een middenveldsorganisatie ▶ 3:33

Agoria is voor velen een bekende naam, maar wat doen ze nu eigenlijk? Steukers somt het zakelijk op: “Drie dingen. Eén: wij zorgen ervoor dat wat die bedrijven nodig hebben om goed te kunnen werken, dat we dat ook waarmaken. Dat is belangenbehartiging met overheden. Twee: wij antwoorden op alle vragen die die bedrijven hebben, van HR tot energie. En drie: wij gaan wereldwijd op zoek naar business opportuniteiten.“

Het klinkt als lobbywerk, diplomatiewerk en consultancy ineen. Steukers knikt. “Het slechtste antwoord dat wij moeten kunnen geven is: dat doen we niet zelf, maar we kennen wel iemand die u kan helpen.“ De organisatie vertegenwoordigt een brede familie: van Audi tot telecomoperatoren, van machinebouwers tot de defensie-industrie, van digitale start-ups tot producenten van warmtepompen. Samen draaien ze 175 miljard euro omzet, plus nog eens evenveel via consultants en contractors.

“Wij proberen de waardeketen van de Belgische bedrijven naar voren te duwen. We hebben zeer goede bedrijven.“

Het voorbeeld dat hij geeft is veelzeggend: tien jaar voor de Olympische Spelen in Parijs was Agoria al bezig om Belgische bedrijven kansen te geven bij de bouw van stadia. “EVS, dat Belgische bedrijf dat verantwoordelijk is voor die fantastische vertragingsbeelden die je op tv ziet tijdens sportwedstrijden, dat is van hier.“

Waar België goed in is (en waar niet) ▶ 7:13

De vraag ligt voor de hand: wat doet België eigenlijk goed om een landschap te creëren waarin technologiebedrijven kunnen gedijen? Steukers heeft het antwoord in drie families verdeeld. “Eerste: je moet ervoor zorgen dat een bedrijf competitief kan zijn. Dat gaat niet alleen over automatische loonindexatie, maar ook: is het makkelijk om een vergunning te krijgen als je wilt bouwen?“

Hij pauzeert even. “Dat is niet ons sterkste punt, om het zachtjes uit te drukken.“

De tweede familie draait om talent. “Is het makkelijk om het beste talent naar België aan te trekken en hier te houden?“ Ook daar hapert het. “Wij zijn daar heel defensief in. We redeneren vanuit: eerst kijken naar onze behoeften, dan Vlamingen, dan Waalse of Brusselse talenten, dan de buurlanden, en als dat niet genoeg is, dan India of Mexico. Dat is niet wat we moeten doen.“

“We hebben zo'n gebrek aan trotsheid. Ik zou veel liever hebben dat onze kinderen in Silicon Valley gaan studeren maar hun vriendjes van Amerika naar België brengen.“

Steukers wordt gepassioneerd. “Als ouder zijn wij daar even schuldig aan. We vinden het prestige als onze kinderen in Silicon Valley gaan werken. Maar ik vind het veel beter als ze daar gaan studeren en hun Amerikaanse vrienden meebrengen naar België. Dat is een gebrek aan trotsheid en een gebrek aan durf om te zeggen: hier in België kunnen we ook dingen wereldklasse hebben.“

Maar er is ook goed nieuws. “De derde component, en daar zijn we echt goed in, is innovatie dicht bij het bedrijf: onderzoek en ontwikkeling. Dat doen we goed in België. We hebben een fiscaliteit die daarvoor geschikt is, goede universiteiten die dicht bij bedrijven staan, goede ecosystemen met kenniscentra. En we weten: als die innovatie dicht bij het bedrijf is, blijft dat bedrijf hier.“

Elke euro subsidie creëert er twee extra ▶ 11:46

Het gesprek kantelt naar een gevoelig onderwerp: subsidies en resultaatgerichtheid. In de huidige regeringsonderhandelingen ligt dat op tafel. Moet de overheid méér eisen van bedrijven die steun krijgen?

Steukers heeft daar cijfers voor. “Elke euro die een overheid via onderzoek en ontwikkeling in een technologisch bedrijf steekt, steekt dat bedrijf er twee bij. Elke euro creëert er al zeker twee extra. En als het gevolg is dat dat bedrijf ook hier in België blijft, dan zijn dat altijd gewonnen euro's, want de waarde wordt hier gecreëerd, de tewerkstelling, de koopkracht.“

“We moeten niet alles op subsidies leggen. Het eerste is: je moet zorgen dat die bedrijven competitief zijn. Daar kan de overheid wel iets aan doen.“

Maar hij nuanceert meteen. “Je moet ook durven als overheid keuzes maken: wat zijn de belangrijke sectoren waarin je wil investeren? En die fiscaliteit rond onderzoek is maar één elementje. Het belangrijkste is: zorg dat bedrijven competitief zijn, zorg voor talent, zorg voor een goede omgeving.“

De uitdaging zit 'm ook in de vraag of de innovatie in België blijft. “Als je te veel van je middelen in fundamenteel onderzoek zet, wordt de onzekerheid groter. Je riskeert dat je een zaadje plant dat later in China of de Verenigde Staten terechtkomt. Daarom moet onderzoek dicht bij het bedrijf gebeuren.“

Het grote verschil tussen Europa en Amerika ▶ 17:08

De vergelijking met de Verenigde Staten dringt zich op. Europa heeft naar verluidt evenveel geld uitgetrokken voor groene transitie als Biden met zijn Inflation Reduction Act, maar de resultaten blijven achter. Waarom?

“Er is een enorm groot verschil in attitude,“ zegt Steukers. “Ik ben er ooit een keer mee uitgelachen geweest door de CD&V toen ik een presentatie gaf.“ Hij lacht zelf. “Ik zei: je kunt niet alles oplossen met regelgeving. Een beetje liefde, dat helpt ook af en toe.“

“Het grote verschil tussen de Verenigde Staten en Europa is attitude. In Amerika belt iedereen: kunnen we nog helpen, hebben we iets nodig? In Europa belasten we bedrijven nog een keer extra.“

Hij heeft het van CEO's van Europese bedrijven gehoord die ook in de VS actief zijn. “Die zeggen: in Amerika staat mijn telefoon niet stil met mensen die vragen of ze kunnen helpen. Is er nog iets dat we kunnen doen? Hebben we genoeg talent? Die attitude hebben wij onvoldoende in Europa. Wij vinden het evident dat er bedrijven zijn. In tegendeel, we gaan ze nog een keer overbelasten.“

Binnen Europa is er nog een ander probleem. “Wij hebben de mond vol van strategische autonomie, maar wij stelen bij de buren. Mijn grootste concurrent is misschien niet eens de Verenigde Staten of China, maar Frankrijk of Duitsland. Iedereen begint vanuit zijn nationaal territorium bedrijven aan te trekken, en dan heeft België niet de beste positie.“

Waarom artificiële intelligentie anders is ▶ 25:26

Het gesprek schuift naar AI, een technologie waar Europa net een indrukwekkende AI Act voor heeft goedgekeurd. Steukers is voorzichtig positief. “Er is behoorlijk wat regelgeving. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen wat harmful is en wat niet. Maar het nadeel van regelgeving is: artificiële intelligentie evolueert zo snel dat wat vandaag geregeld wordt, technologisch misschien al achterhaald is.“

Hij maakt zich vooral zorgen over KMO's. “Ik heb geen schrik dat je Google of Meta gaat beteugelen, die hebben middelen genoeg. Maar we moeten ervoor zorgen dat onze KMO's die met AI bezig zijn, niet ondergesneeuwd worden.“

Maar dan volgt een opvallende stelling. Terwijl velen zich zorgen maken over jobs die verdwijnen door AI, heeft Steukers daar een andere kijk op.

“Voor elke job die verdwijnt door digitalisering worden er drie nieuwe jobs gecreëerd. Het slechtste resultaat dat ik ooit heb gehad was 2,8.“

Hij verwijst naar een studie die Agoria jaarlijks update. “We rekenen uit: hoeveel jobs verdwijnen, hoeveel komen erbij, hoeveel studenten komen op de markt. En telkens blijkt: voor elke job die verdwijnt, worden er minstens 2,8 nieuwe gecreëerd. Ik ga ervan uit dat dat met AI ook zo zal zijn.“

“Artificiële intelligentie is voor het eerst een technologie die zeer laagdrempelig is. Je EQ gaat belangrijker worden dan je IQ.“

Een van de gesprekspartners werpt tegen dat er wel degelijk een IQ-drempel is, dat niet iedereen mee zal kunnen in die nieuwe wereld. Steukers blijft optimistisch. “Voor het eerst heb je een technologie die laagdrempelig is. Om met ChatGPT aan de slag te gaan, dat kan bijna iedereen. Je hebt mensen die eigenlijk niet door de klassieke opleidingscycli geraken, die nu wel potentieel hebben.“

Maar hij geeft ook toe: “ChatGPT is een spectaculaire technologie, maar eigenlijk waardeloos. Wat interessant wordt, is als je tegen je computer kunt spreken en hij acties kan uitvoeren. Microsoft Copilot die je operating system is, dat wordt pas echt interessant.“

"Onze grootste bedreiging is onze goesting om mee te blijven evolueren" ▶ 35:29

Het debat over AI leidt onvermijdelijk naar de vraag over de arbeidsmarkt. Wat met mensen die het niet bijbenen? Steukers haalt het historische voorbeeld van de telefooncentrale aan. “De pinnekes die verstopt waren, die jobs zijn er niet meer. Mensen zijn meegeëvolueerd.“

“Onze grootste bedreiging is niet of je laag of hoog geschoold bent. De grootste bedreiging is onze goesting om mee te blijven evolueren.“

Hij erkent dat België een van de meest herverdelende landen ter wereld is, met een enorm sociaal vangnet. “Als je daar wat stringenter in wordt, is dat op zich niet zo'n ramp. Zolang je maar zorgt dat je die goesting creëert om te blijven evolueren.“

De vraag of die goesting uit noodzaak moet komen, wuift hij niet weg. “Elke goesting is wat mij betreft oké. Weet je wat de slechtste goesting is? Degene die er intern in je lichaam zat maar die je er niet hebt laten uitkomen omdat alles te gemakkelijk was. Dat vind ik erger, voor de maatschappij en voor jezelf.“

Maar de kern van zijn betoog ligt elders. “De vraag gaat zijn: lukken we erin in België en Europa voldoende toegevoegde waarde te genereren zodanig dat onze koopkracht kan gewaarborgd worden? En die kan niet gewaarborgd worden door publieke middelen nog weg te gooien.“

De droom van een nieuw sociaal overlegmodel ▶ 41:26

Als CEO van Agoria zit Steukers midden in het Belgische socio-economische overleg. Hij is er niet onverdeeld gelukkig mee. “Vandaag heb je een vrij gepolariseerde discussie tussen vakbonden en werkgevers. Eigenlijk hebben we allebei hetzelfde doel, en toch bruton-netto aan het discussiëren.“

“Ik droom ervan om een nieuw of beter sociaal overlegmodel te creëren. We hebben hetzelfde doel, en toch bruton netto dingen.“

Hij kijkt met enige jaloezie naar de Noordse landen. “In de Nordics heb je die spanning veel minder omdat het is alsof je met één team naar dezelfde problematiek kijkt. Dat is hoe het zou moeten zijn.“

Hoe zou hij dat willen veranderen? “Misschien moeten we er toch eens over nadenken met werkgevers, jonge werknemers en bedrijfsleiders door een burgerpanel te gaan? Van een wit blad papier vertrekken? Niet dat we alles op een hoop gooien, maar gewoon durven zeggen: als we die gelegenheid zouden hebben, wat zouden we dan anders doen?“

“In de Noordics heb je die spanning veel minder omdat het is alsof je met één team naar dezelfde problematiek kijkt.“

Het klinkt idealistisch, en hij weet het. “Ik weet dat ik ondertussen ook zelf al door een aantal sectoriële overeenkomsten heb moeten gaan, en dat is echt hard werken. Maar als we een stap verder willen zetten, is dat wel iets dat goed zou zijn. Terug wat meer vertrekken vanuit je common ground.“

Het probleem van de menselijke authenticiteit ▶ 46:47

Steukers maakt zich ook zorgen over iets abstracter: de verdwijning van menselijke authenticiteit in grote organisaties. “Het is altijd makkelijker voor een bedrijf om competitief te zijn in een KMO-sfeer. Daar verloopt alles vrij goed omdat je altijd nog steeds met mensen zit. Eenmaal mensen gereduceerd worden naar een nummer, ontstaan andere dynamieken.“

Hij geeft het voorbeeld van een vijfsterrenhotel. “Als je daar 's ochtends bij naam genoemd wordt, ook al weet je dat het ingeoefend is, het werkt nog steeds. Maar menselijke authenticiteit verdwijnt als je alleen nog met nummers zit.“

“Menselijke authenticiteit verdwijnt als je alleen nog met nummers zit. In een groot vijfsterrenhotel word je bij naam genoemd, ook al weet je dat het ingeoefend is, het werkt nog steeds.“

Technologie kan daarbij helpen, maar het blijft een uitdaging. “De kunst van mails schrijven is ook met de jaren geëvolueerd. Maar ik denk wel: hoe langer hoe meer gaan we dat menselijke nodig hebben. Na de pandemie, al die online meetings, iedereen is het kotsbeu. Je wil elkaar gewoon echt zien. Wat we wel hebben geleerd is: waar gebruik je het en waar niet?“

De Belgische defensiviteit op de arbeidsmarkt ▶ 8:17

Een terugkerend thema in het gesprek is hoe defensief België omgaat met talent. Steukers ergert zich daar zichtbaar aan. “Wij zijn defensief. We gaan eens kijken hoeveel Vlamingen we hebben, dan Waalse of Brusselse talenten, dan de buurlanden, en als dat niet genoeg is dan India of Mexico. Dat is niet wat we moeten doen.“

“Wij redeneren vanuit: eerst kijken naar onze behoeften, dan Vlamingen, dan Walloniërs, dan buurlanden, dan India of Mexico. Dat is niet wat we moeten doen.“

Wat hij wil is een radicaal andere houding. “Op die domeinen waar we echt het allerbeste talent willen hebben, moeten wij gewoon volop durven inzetten en zeggen: het beste talent, kom maar naar België. Omdat talent talent aantrekt. Je ziet dat ook bij Imec. Daar ga je burgerlijk ingenieurs vinden, en de allerbesten, omdat die mensen weten: wauw, dat is hier een wereldfabriek.“

De ironie is dat veel Belgische bedrijven het wél goed doen. “We hebben goede bedrijven. Het probleem is dat we daar te weinig op inzetten. We zijn er als ouder even schuldig aan. Als onze kinderen in Silicon Valley gaan werken, vinden we dat prestige. Maar we zouden veel blijer moeten zijn als jonge mensen van het buitenland zeggen: in België, daar moet ik zijn.“

Europa's groene paradox ▶ 18:08

Het gesprek over Europa's economische positie wordt scherper als het over de groene transitie gaat. “Tot twee jaar geleden had Europa de mond vol van de groene transformatie,“ zegt Steukers. “Maar niemand sprak ervan: wat hebben we daar van industrie voor nodig?“

“Tot twee jaar geleden had Europa de mond vol van de groene transformatie, maar niemand sprak ervan: wat hebben we daar van industrie voor nodig?“

Hij was eigenlijk blij toen de Verenigde Staten met de Inflation Reduction Act kwamen. “Dat heeft ons in Europa wakker geschud. Want het is niet zo dat Europa niet dezelfde hoeveelheid middelen ertegen smijt. We hebben al op zijn minst hetzelfde bedrag uitgegeven als Biden, maar er zitten wel verschillen.“

Het grootste verschil? “Binnen Europa stelen we bij de buren. Mijn grootste competitor is misschien niet eens de Verenigde Staten of China, maar Frankrijk of Duitsland. Iedereen begint vanuit zijn nationaal territorium bedrijven aan te trekken.“

“Binnen Europa stelen we bij de buren. Mijn grootste competitor is misschien niet eens de Verenigde Staten of China, maar Frankrijk of Duitsland.“

Zijn pleidooi is helder. “Moeten we oppassen dat we niet het groter geheel blijven snappen in plaats van altijd het nu te willen corrigeren. Laten we ambitieus zijn over zaken die niet enkel klimaat georiënteerd zijn.“

"Weet je wat het beste is? Niks doen buiten wat Europa u vraagt" ▶ 1:00:43

Als het gesprek naar concrete beleidsmaatregelen gaat, heeft Steukers een verrassend antwoord. Wat zou hij graag in een regeerakkoord zien? “Weet je wat het beste is? Niks doen buiten wat Europa u vraagt.“

“Weet je wat het beste is? Niks doen buiten wat Europa u vraagt. We hebben de neiging: we zijn nog slimmer, we gaan nog beter doen, we gaan daar nog iets aan toevoegen.“

Hij legt uit: “Europa heeft al behoorlijk wat regelgeving die ze vraagt aan België om te zetten. En wij hebben dan zo de neiging: we zijn nog slimmer dan dat, we gaan nog beter doen, we gaan daar nog iets aan toevoegen. Het is al moeilijk genoeg. Doe een keer gewoon wat Europa ons vraagt om te doen. Maak het niet nog moeilijker.“

Het is een betoog dat hij zelf ook nuanceert. “Dat wil niet zeggen dat je dat niet kritisch moet bekijken. Maar als het volstaat om wat Europa vraagt te doen, doe dat dan gewoon.“

Andere prioriteiten? “De automatische loonindexering en de combinatie met de loonnorm, daar moeten we zeker iets mee doen.“ Maar, hij benadrukt, “dat is maar één component van het verhaal.“

De schrik van de mondige burger ▶ 1:03:23

Waarom blijft België wetgeving creëren terwijl zoveel mensen pleiten voor minder? Steukers denkt daar hardop over na. “Veel wetgeving dient twee doeleinden: ofwel fiscaliteit om geld in het laatje te krijgen, ofwel heeft men zo'n schrik van korte termijn issues met burgers dat men voor elke issue oplossingen bedenkt.“

“Veel wetgeving dient twee doeleinden: ofwel fiscaliteit om geld in het laatje te krijgen, ofwel heeft men zo'n schrik van korte termijn issues met burgers dat men voor elke issue oplossingen bedenkt.“

Hij ziet een patroon. “De burger wil interventie, de indruk dat er via wetgeving oplossingen bedacht worden. En dat is makkelijker geworden omdat de burger mondiger is. Technologie speelt daar een rol in. Dat verplicht politici om daar elke keer opnieuw op te antwoorden, en dat creëert een zondvloed van maatregelen.“

Het gevolg? “Die zijn niet altijd goed doordacht, juridische problemen ontstaan, die moet je corrigeren, en zo ben je een cascade aan het creëren.“

“We hebben zo'n schrik van de mondige burger dat we bijna in een soort angstgevoel leven.“

Zijn pleidooi voor kerntaken wordt hier het scherpst. “Als je minder grote prioriteiten hebt, ga je ook niet zo'n massa creëren. Laat een aantal dingen over aan bedrijven, en probeer die dingen goed te doen die echt essentieel zijn. Een maatschappij heeft een infrastructuur nodig, veiligheid, een eerlijke fiscaliteit zodanig dat de zwakken beschermd zijn. Maar overdrijf ook niet.“

Teleurstelling van een optimist ▶ 59:45

Tegen het einde van het gesprek wordt gevraagd wanneer zijn optimisme wordt uitgedaagd. “Gisteren bijvoorbeeld,“ zegt Steukers zonder aarzelen. Dit interview werd opgenomen tijdens de moeizame regeringsonderhandelingen. “Ik was echt teleurgesteld. Dat is het nadeel aan optimist zijn: vaak veel teleurstelling.“

“Ik was echt teleurgesteld gisteren. Dat is het nadeel aan optimist zijn: vaak veel teleurstelling.“

Toch blijft hij erin geloven. “Ik geloof er wel in. Ik hoop dat mensen appreciatie hebben als er echte hervormingen op arbeidsmarkt, pensioenen, andere domeinen door een regering worden op tafel gelegd en uitgevoerd. Dat mensen daar verder gaan dan te zeggen: ze zijn weer bezig om belastingen uit mijn zak te halen.“

Over de formatie zelf is hij voorzichtig. “Als de nood het hoogst is, ga ik ervan uit dat... maar ik zou graag willen dat we verder kijken na crisis. Onderschat niet wat Europa ons vraagt op termijn.“

“Als de nood het hoogst is ga ik ervan uit dat... maar ik zou graag willen dat we verder kijken na crisis. Onderschat niet wat Europa ons vraagt op termijn.“

Hij erkent de kwaliteit van de huidige formateur. “Bart De Wever is wel een van intellectueel niveau, een van de laatsten helaas. Een zeer goede formateur. Maar dan kun je de vraag stellen: als het hem niet lukt, wie gaat het dan lukken?“

Waar Steukers de meeste impact mee maakt ▶ 1:02:11

Als hij wordt gevraagd wat hij concreet wil bereiken voor de technologische sector, wordt Steukers even stil. Dan: “Weet je wat ik nog denk dat, zeker in mijn job, dat ik eigenlijk nog het meeste impact mee kan maken? Verhalen vertellen over grote successen van bedrijven.“

“Waar ik de meeste impact mee kan maken is verhalen vertellen over grote successen van bedrijven. Je kunt niet geloven hoe desperate je kunt zijn en toch een mooi verhaal kunt vertellen.“

Het is een opvallend antwoord van iemand die dagelijks met politici en CEO's aan tafel zit. “Pas op, dat is je kunt niet geloven hoe desperate je kunt zijn en toch een mooi verhaal kunt vertellen. Maar die verhalen, die successen, dat is wat telt.“

Hij noemt EVS, het Belgische bedrijf achter de sportbeelden. Hij zou er tientallen kunnen noemen, bedrijven die wereldspelers zijn maar waar Belgen zelf amper van weten. “We hebben zo'n gebrek aan trotsheid. Dat is wel heel veel waard wat wij hier hebben. Dat is echt wat telt.“

*

De rum is op, het gesprek loopt ten einde. Bart Steukers blijft de optimist die teleurgesteld wordt, de lobbyist die van diplomatie houdt, de technologie-evangelist die het liefst minder regelgeving ziet. Zijn verhaal is er een van een land dat innovatie goed kan maar zichzelf te weinig durft te verkopen, dat talent heeft maar het defensief beheert, dat hervormingen nodig heeft maar ze decennialang uitstelt.

“Solidariteit is belangrijk,“ zei hij aan het begin. “Hoe verbinden we al die individuen nog tot een groter geheel? Daar zie ik dat onze samenleving voor een stuk een beetje in vast zit. En dat is een probleem.“ Of België daaruit geraakt, hangt af van wat hij “goesting“ noemt: de wil om mee te blijven evolueren. En misschien, heel misschien, van een beetje liefde in plaats van alleen maar regelgeving.