In De Melkerij Met Geert Van Rampelberg: "Wij Zijn Allemaal Debielen Die In Het Donker Aan Het Tasten Zijn"
In de gemoedelijke schemer van De Melkerij in Brasschaat, met een glas Jack Daniels Honey op tafel, schuift Geert Van Rampelberg aan voor een gesprek dat hij eigenlijk zelden voert. De achtenveertigjarige acteur, gekend van Knokke Off, Red Lights, De Zaak Alzheimer en de musical Red Star Line, draagt zijn ambacht licht: een grappige opmerking, een schouderophalen, een gulle slok. Maar onder die luchtigheid schuilt iemand die al decennia het Vlaamse theater- en filmlandschap van binnenuit ziet kreunen. Een acteur die zichzelf, en zijn collega's, met een ontwapenende eerlijkheid omschrijft.
“Tussen twee takes moet ik kunnen iets totaal anders doen,“ begint hij meteen, voordat de gastheer goed en wel zijn eerste vraag heeft afgevuurd. “Een paar flauwe moppen tappen en de ezel uithangen. Dat is een ontlading om dan terug naar die concentratie te gaan, echt in die emoties.“ En dan, alsof hij het zelf voor het eerst hoort: “Het is schizofreen soms wat we doen. Maar het is het liefste wat ik doe.“
“Wij zijn allemaal gewoon debielen die in de donkeren aan het tasten zijn. Maar dat is wel heel veel waard, wat wij hier hebben. Dat is echt wat telt.“
Het is de zin waarmee de aflevering opent en die je over alles wat erna komt voelt vibreren: over de subsidies, het MeToo-stilzwijgen op de set, de musicalmachine van Studio 100, de Argentijnse psychopaat, de coronakrater in zijn boekhouding en het verboden Claus-stuk dat in Kinshasa wel mocht spelen.
Het meisje uit de KVS dat alles veranderde ▶ 5:00
Voor wie hem op tv kent als de getormenteerde flik of de gekwetste gescheiden man, klinkt de oorsprong van Geert Van Rampelberg verrassend ouderwets. Geen jeugdtrauma, geen jongensdroom, geen casting-bureau dat aan de bel trok. Wel een toneelvereniging in een dorp, ouders die acteerden in het amateurcircuit en een kleuter die in de coulissen rondliep voordat hij zijn schoenveters kon strikken.
Het kantelmoment kwam in de KVS, halverwege de jaren negentig, met een Romeo en Julia van Dirk Tanghe die het Vlaamse theaterlandschap een schop onder de kont gaf. “Heel jonge mensen op dat podium,“ herinnert Van Rampelberg zich, ogen even afgewend. “Dat was rock-'n-roll. Dat was niet braaf in de zaal blijven zitten.“
“Iedereen stond recht. Dat was een feest, dat was een viering. Mijn hart ging tekeer, ik stond in vuur en vlam. Ik dacht: als dat kan, dan is dat misschien wat ik wil doen.“
Het is een romantische oorsprongsmythe die hij niet lief opklopt, hij vertelt het droog, met een lichte verontschuldiging in zijn stem. Maar de opwinding van die avond hoort er nog in. Hij volgde Studio Herman Teirlinck, kwam terecht bij Olympique Dramatique met Ben Segers, Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal, en bouwde langzaam een carrière in een land waar dat helemaal niet evident is.
De paradox van een wereldwijd geprezen theater dat niemand bezoekt ▶ 6:20
Hier komt de eerste schok in het gesprek. Van Rampelberg blijkt namelijk een onverwachte cijferaar.
“Het Belgische theater heeft wereldwijd een enorm hoog aanzien. Maar het aantal mensen dat naar het theater gaat kijken is bijzonder klein. Ik geloof dat dat 0,1 procent van de Belgische bevolking is.“
Eén op duizend, met andere woorden. Terwijl gezelschappen als TG Stan jaren door Frankrijk toeren met klassiekers waar Franse acteurs niet aan durven raken. “De Fransen en Engelsen hebben zo'n connectie met de taal dat ze geen woord durven schrappen in een Shakespeare of een Molière. Wij durven daar gemakkelijker tegenin te gaan.“ Hij klinkt er bijna verlegen om: “In het buitenland wordt naar ons gekeken met grote ogen.“
Hetzelfde voor film en tv. Vlaamse regisseurs worden internationaal gevraagd niet ondanks, maar dankzij hun karige budgetten. “Wij doen dat hier in Vlaanderen met veel kleinere budgetten dan in Hollywood, Engeland, Frankrijk of Duitsland. Maar we doen dat wel heel goed. Het bedrag om één aflevering te maken is daar dertig keer hoger.“ Een feit dat hij vermeldt zonder bitterheid, maar het hangt zwaar in de Brasschaatse lucht.
Hoe de cloud de acteur leegmolk ▶ 9:46
De economische realiteit achter het ambacht is een rode draad. Van Rampelberg is daar nuchter in. Vroeger zat in elke dvd-speler een klein bedrag dat doorvloeide naar acteursrechten. “Maar nu alles in de cloud zit, zeggen die grote spelers: ja, maar dat zijn geen dragers meer. Dus wij moeten meer afstaan.“ Spanje heeft die discussie inmiddels gewonnen, vertelt hij, en in België zijn Joan Vermassen en Michael Pas samen met de Acteursgilde aan dezelfde kar aan het trekken.
“Een film kostte vroeger tien of twintig euro op dvd, en nu krijg je voor die prijs een maand onbeperkte content. Maar het cinematicket, dat blijft als enige stijgen. Klopt, dat wordt vooral duurder voor de snoep en de chipjes.“
Een grap, en toch een diagnose. De democratisering van content, met Netflix en kompanen, drukt de prijs voor wat acteurs verdienen, terwijl de bioscoopzaal als laatste fysieke verzamelplaats steeds duurder wordt. SABAM stuurt hem trouwens jaarlijks anderhalve euro aan rechten voor iets wat hij ooit ergens heeft ingezongen. “Ik weet zelf niet meer wat.“
De school die niemand meer durft te buizen ▶ 11:34
De competitiviteit van de sector is intussen explosief gestegen. Steeds meer scholen leiden steeds meer acteurs op, en daar zit volgens Van Rampelberg een schaduwzijde aan.
“Op het Conservatorium van Antwerpen werden ze er een tijd geleden om bekend dat ze een volledig jaar konden buizen. Die lagen allemaal buiten, dat was niet goed genoeg, dat was heel streng. Nu krijgen veel scholen subsidies door het aantal leerlingen dat ze moeten aantrekken.“
De druk op het kwaliteitsfilter is verzwakt door de financieringsformule, lijkt zijn impliciete aanklacht. Tegelijk zijn er voor jonge acteurs voor camerawerk meer kansen dan ooit, en voor theater veel minder. Hij maakt zich zorgen om de generatie die nu afstudeert: “Mensen die echt pas afstuderen, goesting hebben om iets te doen, maar gewoon geen steun krijgen om ergens iets te spelen waar ze van kunnen leven, dat is toch eerder zeldzaam dan andersom.“
“Hoeveel mensen er effectief van kunnen leven, ik denk dat dat zeer beperkt is. Dat zijn ook gesprekken die je niet zo vlot voert met elkaar. Pas na de nasleep van Corona zijn we daarover beginnen openen, onder vrienden en collega's.“
Het is een zin die blijft hangen. Een hele beroepsgroep die pas na een wereldwijde pandemie in de eigen vriendenkring durft toe te geven dat het geld niet binnenkomt.
Waarom hij dan toch in een Studio 100 musical sprong ▶ 13:24
Het verhaal van Red Star Line, de musical waarin hij Peter Van den Begin verving voor zes weken, is symptomatisch voor zijn aanpak. Geen heilige principes, geen artistieke schimscherming.
“Ik ben sowieso niemand met zware principes van: ik heb ooit gezegd dat ik dat nooit zou doen. Zonder disrespect naar de musical van Studio 100, maar als ik werk had gehad, had ik dat waarschijnlijk niet gedaan. Het was de moment dat het op mijn pad kwam.“
De wintermaanden, geeft hij toe, zijn de laatste jaren rustig geworden voor de Vlaamse acteur. “Je hebt maar een aantal opdrachten per jaar en daarmee moet je het vinden. Je moet reclames gaan doen, of spotjes inspreken voor de radio.“ Het cliché van de gevierde acteur is in Vlaanderen een gevierde uitvoerend zelfstandige, met een kasboek dat niet altijd vrolijk is.
Toch was Red Star Line voor hem ook een verbazing. “Dat is zo'n gigantische machine waarin je valt. Zonder het negatief te willen zeggen, maar dat zit zo ongelooflijk goed in elkaar. De bewegende tribunes, mensen vliegen vanuit de hele wereld over om te kijken hoe dat in elkaar zit.“ Twee voorstellingen per dag, zeventienhonderd man per zaal. Het is een wereld die hij niet kende. “Kunnen wij dat ook? Ja, tuurlijk, dat is een fijn onderzoek.“
Aflevering 1 en aflevering 9 op dezelfde dag ▶ 14:59
Voor wie zich afvraagt hoe een seizoen van Knokke Off er werkelijk uitziet, doet Van Rampelberg de gordijnen open. Negen draaidagen voor zijn personage, gespreid over weken, in vier of vijf locaties. “Ze huren een villa en draaien daar drie of vier weken alles. Daarna naar de strandcabine, dan de andere villa.“
“Je draait aflevering 1 en diezelfde dag draai je ook scènes uit aflevering 9. Je moet zelf heel goed je chronologie in je hoofd hebben.“
De fascinatie van het vak zit voor hem precies daar: een emotionele toestand vinden, die in vijf minuten kunnen wisselen, en je toch geloofwaardig houden. “Daar zijn we voor getraind, dat is ook waar we naar op zoek gaan en wat we onderzoeken.“ Met collega's, met de regisseur, met de scriptmeisjes die fluisteren “vergeet niet, je komt nu van daar juist.“ Het werk dat de kijker nooit ziet.
Drie en een halve maand met een psychopaat in de Argentijnse jungle ▶ 19:16
En dan komt het verhaal dat het gesprek even uit de gemoedelijkheid trekt.
“Tien jaar geleden ben ik in Argentinië een film gaan draaien in het Spaans. Ik had twee maanden een spoedcursus Spaans gekregen. Maar de hoofdacteur was weggevallen, het was SOS, en op de rand met Brazilië spraken die mensen alleen portuñol. Echt lost in een jungle.“
De film, La Tierra Roja, ging over ontbossing, Monsanto en het gebruik van Roundup. “In de rivieren zie je heel veel mensen met misvormingen, baby's met waterhoofden en gespleten lippen, heel veel kankers. Het idee was een aanklacht.“ Maar het idee bleek nobeler dan de mens erachter.
“Het was een Argentijnse regisseur die hier in België woonde. Maar dat was een totale psychopaat, dat was echt een hele gevaarlijke mens. Fysiek gevaarlijk ook. Drie maanden en half heb ik daar mijn dubbel gevoel rondgelopen.“
Hij vertelt het zonder sensatiezucht, met een soort verwondering over zijn eigen jongere ik. Wel hartstochtelijk over de ploeg en de Argentijnse mensen die hij leerde kennen. Het zijn die nuances die maken dat het verhaal blijft hangen, niet als anekdote maar als een trauma in de wandelgangen van zijn cv.
Wat hij van MeToo op de set zag, en niet zag ▶ 21:00
De gastheer trekt het door naar #MeToo. Hoe was dat in Vlaanderen? Van Rampelberg is daar verrassend nuchter over.
“Ik heb dat zelf op de set nooit meegemaakt en ik heb het ook nooit gezien op een set. Maar hoe meer je ronddraait, het is zeker gebeurd.“ Hij wijst naar het tijdelijke karakter van de stilte: “Tot we morgen in de krant lezen, ze mogen zoeken.“
“Vooral mannen die misbruik maken op zo'n moment, dat is enorm zielig. Je zet daar voor je werk je seksualiteit op tafel, je speelt zeer intieme scènes. Dan is het normaal dat je vooraf een goed gesprek hebt met de partner waarmee je moet spelen.“
Tegenwoordig zitten er intimiteitscoördinatoren op de set, en hij vindt dat goed. Een sector die beseft dat “goed gesprek vooraf“ niet mag worden uitbesteed aan de hoop dat alles wel meevalt.
Waarom een Vlaamse set kwalitatiever is dan een Hollywood-set ▶ 23:19
Het Vlaamse landschap is volgens Van Rampelberg gemoedelijk in een unieke zin van het woord.
“Hier is het een mindset van om de kerktoren, heel gemoedelijk. Daar in Amerika is alles glamour, iedereen heeft vijf personal assistants per genre van wat hij moet doen. Wij hebben een heel goede relatie met de mensen van licht, met de mensen achter de camera. Ik denk dat dat één van de key components is van het kwalitatieve resultaat dat België levert.“
Hij vertelt over Argentinië, waar de technische ploeg in shock was toen hij in het begin gewoon bij hen ging zitten om een biertje te drinken. “Die hadden zoiets: moet die niet in zijn hotelkamer gaan zitten?“ In het Vlaamse model is dat hiërarchische denken eenvoudig nooit ingeburgerd. Cast en crew werken voor hetzelfde resultaat, en dat heeft een effect.
Een klas van twintig die met acht eindigde ▶ 26:21
Het verhaal van Olympique Dramatique is het verhaal van een hele generatie die niet wachtte tot iemand belde.
“Ik heb van mijn vier tot mijn achtennegentig gestudeerd. Wij zaten met acht in de klas, met twintig begonnen, met acht geëindigd. En dan studeer je af en is iedereen werkloos, zoals dat gaat.“
Met Ben Segers, Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal deed hij toen audities voor een jeugdvoorstelling die ze tegen hun goesting negenentachtig keer voor scholen moesten spelen. Vanuit die onvrede ontstond Olympique. “Je eerste voorstelling zit daar maximum vijftien man in de zaal. Maar je moet wel zo klein beginnen om dan iets te maken dat ineens vol komt en groeit.“
Het is de mantra die hij later teruggeeft aan de jongste lichting: niet wachten op een casting, maar zelf bouwen. Want het is voor hen brutaler dan het ooit was.
“Mensen studeren nu af en hebben gewoon geen kans om iets te laten zien. De afgestudeerden tussen Corona hebben zelfs hun eindwerk niet kunnen tonen aan publiek, dat moest online. Maar de andere kant is: pak het zelf vast, maak een kortfilm, pak wat maten bijeen, jullie hebben allemaal de school gedaan.“
Hoe hij ontsnapte aan de getormenteerde flik ▶ 33:42
Typecasting is een sluipgevaar in een klein landschap. Iemand wordt eenmaal de getormenteerde rechercheur, en dan rolt het zo door.
“Een paar jaren geleden was ik vaak de getormenteerde flik of de gekwetste gescheiden man. Dat heb ik breder kunnen trekken doordat ze me ineens tegen casten. In Studio Tarara mocht ik een publieksopwarmer spelen, een triestige fantastische heerlijke figuur, helemaal niet de stoere kerel.“
“Mensen worden zo vast in een self-fulfilling prophecy, getypecast na een bepaalde tijd. Je moet dan durven nee zeggen, anders wordt dat heel beperkt. Het is zo mogelijk palet spelen, dat is het heerste wat er is voor een acteur.“
Het is, en hier wordt het bijna technisch, het hart van zijn beroepsethos. Niet bekend zijn als één type, maar zoveel mogelijk personages durven proberen. Zelfs als je daarvoor een vriendelijke nee moet leren.
De smeekbede om intelligente humor ▶ 35:01
Wat Van Rampelberg op tv mist, is luchtigheid. Geen platte luchtigheid, maar slim opgebouwde komedie.
“In topseries die wij maken zit allemaal misdaad, drugs en drama. Op tv heel veel drama. Vroeger had je al die sketches en humor, maar de laatste tijd precies wat weinig. Ik merk aan mijn eigen kijkgedrag dat ik op zoek ben naar luchtigheid, naar intelligente humor.“
Hij wil zelf misschien stand-up proberen, geeft hij toe als de hosts polsen. “Ik wil echt wat meer humor doen.“ Het is zelden dat een acteur die dertig jaar lang het ernstige genre heeft uitgediept zo openlijk de grappenmaker in zichzelf opzoekt. En hij voegt eraan toe dat hij dystopie en virusscenario's even niet meer wil schrijven of zien. “Het mag terug wat luchtiger.“
"Het moet gewoon de beste voor de rol zijn" ▶ 37:27
De gastheer brengt het woke debat ter sprake. Van Rampelberg laveert behoedzaam, maar laat zich niet verleiden tot diplomatieke oneliners.
“Disney en de andere platformen gaan heel hard mee in het woke verhaal, en dan slaat de klepel soms te ver naar de andere kant. Het moet gewoon de beste voor de rol zijn, het maakt niet uit hoe die eruit ziet. De creatie moet juist zitten, niet de quota.“
Hij houdt het hier kort en duidelijk: een sector die representatie pas serieus neemt vanuit verplichting in plaats van vanuit verhaal, raakt het verhaal kwijt. Geen aanval op inclusiviteit, wel een verdediging van het ambachtelijke uitgangspunt.
Waarom hij geen schrijver wordt, ondanks twintig jaar pogingen ▶ 39:00
Een acteur die twintig jaar in het vak zit, hoort vroeg of laat de vraag: ga je zelf nog eens iets schrijven?
“Ik heb dat al vaker geprobeerd, twintig jaar geleden zoals: ik ga een theaterstuk schrijven. Ik wist alles. Na een half blad zie je: vergrendeld.“
“Ik ben een hele wispelturige mens, typisch acteur. Ik vind het zo fijn om twee maanden daar te werken, dan drie daar. Een eigen stuk schrijven betekent vier jaar in een lange periode niet spelen. Ik heb een noodzaak om te spelen, niet om te schrijven.“
Het is geen verontschuldiging, het is een doorzichtige zelfanalyse. Tijdens corona heeft hij het opnieuw geprobeerd, samen met half het Vlaamse acteurslandschap. “Iedereen dacht: dan schrijf ik het zelf. Ik heb dat ook geprobeerd en ben erachter gekomen: ik speel veel te graag.“ Goede schrijvers, zegt hij, zijn dertig jaar bezig met die noodzaak. Bij hem is die noodzaak ergens anders gaan zitten.
De krater in zijn boekhouding na corona ▶ 41:56
Wanneer corona ter sprake komt, schakelt het gesprek naar een ander register. Twee jaar lang vrijwel niets, behalve een paar dagen op een Franse productie die in België draaide maar onder Franse wetgeving viel. “Daar kwam toen een dokter naar het centraal station in Antwerpen, die stak iets in je neus en pakte de trein terug. Hier in België waren we op de testers.“
“De cultuursector is de laatste die terug opgestart is. Dat heeft lang geduurd. Ik kreeg eventjes een klein beetje steun, maar dat hebben we het jaar nadien met mijn personenbelasting meer dan dubbel terugbetaald. Voor veel mensen is dat een knak geweest.“
Hij vertelt het droog, zonder klaagzang. Maar de impact zit in de cijfers: zelfstandigen die hun spaarpotje volledig hebben opgesoupeerd en helemaal van nul moesten herbeginnen.
“Buiten de enkeling ga je echt rijk niet worden van het acteren in België. Dat kan niet hier. Allez, de kost meeverdienen en rondkomen, dat wel.“
En dan, met een zekere bewondering: “Matthijs Schepens, een zeer goede acteur en theatermaker, bedacht tijdens Corona een soort WhatsApp-voorstelling. Mensen volgden gedurende een dag een sms-briefwisseling tussen twee personages, geconnecteerd met beeld. Ik kijk met grote ogen naar mensen die zo denken: ik ga dat hier anders aanpakken. Ik was vooral platgeslagen.“
Het is de eerlijkheid die Vlaamse interviews zelden brengen. Niet alle acteurs schreven zich uit corona terug naar relevantie. Sommigen, zoals Van Rampelberg, lagen op het canvas.
Waarom cultuur altijd eerst sneuvelt ▶ 46:13
Toch lijkt hij zonder rancune. Hij begrijpt waarom.
“Cultuur, ondanks dat het effectief essentieel is, is geen directe noodzaak die je nodig hebt. Geen water, geen elektriciteit. Het is wel een emotionele noodzaak voor heel veel mensen, maar als ze ergens moeten knippen, is het wel logisch dat dat het eerste is wat eruit valt.“
Een uitspraak die paradoxaal is voor een vakbondsvakman. Een acteur die zelf erkent dat zijn sector als eerste het mes krijgt, en die het bovendien als logisch ziet.
De Hollywood-set die op luxe draait, en de Vlaamse die op vertrouwen draait ▶ 47:09
Een van de mooiste vergelijkingen in het gesprek gaat over hoe Hollywood en Vlaanderen verschillen in werkmethode.
“Bij ons doen acteurs ook de testen. Wij repeteren al. Acteurs in Hollywood zitten in hun trailer met een coach, mensen even groot als zij, met dezelfde huid, doen de lichttest. De acteur komt op de set, doet twee takes, boenk op, klaar. Dat is een totaal andere manier van werken.“
Voor Van Rampelberg is dat geen kwestie van smaak maar van vakmanschap. Hij vindt dat hij in zijn eigen werk door de jaren heen vrijer is geworden, kalmer, soberder.
“Vroeger was ik me heel bewust van iedereen rond mij, van camera's, van alles. Nu ik speel kan ik alles en iedereen vergeten. Dat is een gêne die weggevallen is.“
Het rijpen van een acteur, in twee zinnen. Hij heeft iets in zichzelf opgegeven om iets in het personage terug te kunnen vinden.
De stand-up-bekentenis van een trillende man ▶ 49:55
En toch blijft hij bibberen. Niet voor camera's, maar voor podiums waar hij eigen woorden spreekt.
“Vorige week stond ik met Gwen Cresens en Reumon van het Groenewoud in Merksem voor iets eenmaligs, en daar schijt ik in mijn broek. Dat is angst, dat is trillende knieën, en dat gaat niet weg. Het is dat directe contact, en dat zijn zelfgekozen woorden, dus daar voel ik mij heel verantwoordelijk voor.“
Een acteur die in een musical voor zeventienhonderd man twee voorstellingen per dag draait, maar bibbert voor een eenmalig dichtersmoment. Het illustreert iets diepers: dat het rolspel hem net beschermt tegen de naakte zelf.
Het pad naar Europa, niet naar Hollywood ▶ 53:31
Wanneer de hosts hem polsen over Matthias Schoenaerts, antwoordt hij met onverdunde bewondering. “Wat Matthias in het buitenland doet, dat is fenomenaal. Dat is omdat Matthias gewoon echt heel straf is. Ik ken die al sinds ik in Antwerpen studeerde, eind jaren nul. Die had toen al een attractief aura dat je fascineert.“
Maar voor hemzelf? Geen Hollywood-droom.
“Vlaanderen is zeker geen goede doorstroomstart naar Hollywood. Dat is waarschijnlijk ook niet altijd ambitie, hè. Dat wordt zo allemaal op een hoop gegooid alsof dat de ambitie moet zijn. Ik heb die niet. Europese cinema wel.“
Hij is voorzichtig begonnen met Franstalige kortfilms om zich klaar te stomen voor Frans werk. “Ze hadden mij een paar jaren geleden al gevraagd voor een grotere reeks in het Frans, en dat heb ik afgehouden omdat ik dacht: daar ben ik niet zeker genoeg voor.“ Zijn vriendin is Franstalig, dus de afgelopen acht jaar is dat steeds dichter komen te liggen. Een acteur die de carrière niet forceert, maar laat rijpen.
Berlijn, en de mannen die kwamen huilen ▶ 56:55
Het mooiste verhaal van het gesprek gaat over een rolprent die hij vorig jaar in Wetteren draaide met regisseur Anthony Schatteman. “Anthony wou de film maken die hij als jonge homoseksuele jongen zelf had willen zien op jonge leeftijd. Een positieve boodschap, niet altijd drama en vaders die hun zonen slaan, niet altijd zelfmoord of Close van Lukas Dhont.“
“Na de vertoning op de Berlinale waren er huilende mannen die rond die regisseur kwamen hangen, die bij ons kwamen uithuilen omdat het iets positiefs had losgebracht. Dat was een fantastisch gevoel.“
Geen stoere uitspraak, geen marketingtaal. Een acteur die in het zien van zijn werk ergens een echo terugvindt van waarom hij dit doet. “Laat dat zijn werk maar doen op scholen overal ter wereld, ook in landen waar het verboden is.“
Het Claus-stuk dat de koning verbood ▶ 59:34
Hier komt een verhaal dat zelfs de beste Belgenkenner waarschijnlijk niet kent. In de KVS speelde Van Rampelberg ooit Het Leven en de Werken van Leopold I, een stuk dat Hugo Claus in 1978 schreef.
“Die voorstelling heeft hier in België twee keer gespeeld en is dan verboden door Koninklijk Besluit. Daar gingen we het niet over hebben.“
Een aanklacht tegen het koloniale verleden, met Clausiaanse humor. Een stuk dat in eigen land werd verboden. Maar in Kinshasa, twaalf dagen lang, op de universiteit en in de straten, vond het wel een publiek.
“Dat was een moment dat je dacht: amai, dit slaat hier aan, hoe wij ons komen belachelijk maken maar toch dat geschiedkundig verhaal vertellen. De studenten zijn nadien uren bij ons gebleven om te zeggen: vertel, vertel, vertel.“
Het verboden Belgische stuk dat in Congo de gasten urenlang vasthield met vragen.
Wanneer de klepel zelf de andere kant op slaat ▶ 1:01:14
En toch eindigde het stuk pijnlijk. Acht jaar geleden, na het laatste applaus.
“Een zwarte man is na het applaus op het podium gesprongen, heeft het woord gevraagd, en sindsdien heeft de KVS gezegd: we gaan dat stuk niet meer spelen, omdat wij een soort blackface deden. Het was met kurk, en wij zaten met een zwarte acteur op de scène die dat in whiteface speelde. Dat is een omgekeerde vorm van racisme, een kritiek op racisme die wij zelf op theater speelden.“
De man in de zaal was Engelstalig en de voorstelling werd in het Nederlands gespeeld met Franse boventiteling. “Die heeft zich gebaseerd op het beeld, niet op het stuk gehoord, niet lang genoeg geluisterd.“ Een Claus-aanklacht tegen kolonialisme die zelf werd afgerekend op het beeld.
Van Rampelberg vertelt het zonder verongelijktheid, met de soort vermoeidheid van iemand die het deuntje al kent. “De klepel slaat te ver door, naar de andere kant. Stel: dit is zo. En dan is het na die gebeurtenis dat dat helemaal stopt.“
Maakt zoveel mogelijk categorieën ▶ 1:03:44
Op de Ensors-discussie over man- en vrouwcategorieën heeft hij een eenvoudige oplossing.
“Maakt zoveel mogelijk categorieën, echt waar. Als ik naar The Deer Hunter kijk en ik zie De Niro en Meryl Streep allebei spelen, fenomenaal, dan wil ik die alle twee een prijs geven. Ik zou niet op geslacht willen doen maar op soort prestatie.“
Een nuchter antwoord op een gepolariseerd debat. Geef meer prijzen, beoordeel op het werk, niet op de demografie. En, durft hij niet expliciet zeggen, vermijd dat de prijs zelf het verhaal wordt.
“Het resultaat is altijd dat je tegen elkaar wordt opgezet, en dat vind ik heel vervelend in zoveel dingen de laatste tijd. Alles is gepolariseerd en alles wat je doet is sowieso slecht, altijd vanuit een andere hoek.“
Een vakman die de discussie in de marge ziet woekeren terwijl het werk zelf op de zijlijn komt te staan.
Het advies van de man die niet meer wil zenuwachtig zijn ▶ 1:06:52
Op het einde geeft hij de jongste lichting wat ze al van duizend andere monden hadden kunnen horen, maar uit zijn mond klinkt het alsof het pas vandaag bedacht is.
“Voor jonge acteurs: theater spelen, zoveel je kunt. Elke avond bijschaven, veranderen wat gisteren niet werkte. Als je niet speelt, ga kijken, volg repetities, volg lessen mee. Misschien zelfs eens schminken, geen verdiensten aan, gewoon doen.“
Niet wachten op een agent. Niet wachten op een casting. Spelen. En dan nog eens spelen.
Het licht dat uitgaat als de oudste roes ▶ 1:08:36
Het gesprek loopt naar zijn natuurlijke einde, en Van Rampelberg laat een laatste, bijna religieuze, bekentenis vallen over waarom hij dit alles doet.
“Theater blijft echt de oervorm van vertelling. Het is wat ons als mensheid al vijfduizend jaar bezighoudt, sinds de oude Grieken. Ik heb dat nog altijd: als ik naar de cinema of naar het theater ga en het licht gaat uit en de mensen stoppen met praten, dat ik dat een machtig gevoel vind.“
Een man die schermen heeft gezien, sets heeft overleefd, regisseurs heeft afgekraakt en producties heeft zien stoppen, vindt nog steeds in dat ene moment, het licht dat uitgaat in een zaal, de essentie van zijn beroep.
Wat er nu in stilte ligt te wachten ▶ 1:09:50
Wanneer de hosts vragen wat eraan zit te komen, lijkt hij even te aarzelen. “Knokke Off seizoen twee komt eraan, ja. Release date? Geen idee.“
“Ik ben twee dingen in stilte aan het voorbereiden. Twee series. Het tweede gaan we drama-comedy noemen. En het eerste, dat is Agatha Christie.“
Een knipoog, een laatste slok Honey, een geslaagde aflevering. Geert Van Rampelberg verlaat De Melkerij zoals hij is binnengekomen: niet met fanfares, maar met de bedaarde overtuiging van iemand die zijn vak en zijn beperkingen even goed kent als zijn liefde voor het ambacht. Een acteur die niet de Hollywood-droom verkoopt, maar de soberheid van het Vlaamse vakmanschap. Die de getormenteerde flik kon spelen omdat hij zelf de getormenteerde acteur was, en die nu, met het advies aan de jongste lichting in zijn zak, wil leren wat humor ermee maakt.
In een tijd waarin elke acteur een merk wil zijn, blijft Van Rampelberg een ambachtsman die liever in stilte twee series voorbereidt dan in luidkeels zijn ego ten dienste van een algoritme stelt. Discours kreeg een gast die de schermen liet vallen, niet om zichzelf te etaleren, maar om eerlijk te zijn over wat het kost en wat het betekent om in Vlaanderen acteur te zijn anno vandaag. Precies waarom de podcast bestaat: een acteur in zijn vak, zonder filter, in dialoog.