Bram Bombeek: "De boer voelt zich de crimineel tot bewijs van het tegendeel"

Bram Bombeek schuift aan met een glas whiskey – Jack Daniels met honing, geen wijntje vandaag. Hij is woordvoerder van Jo Brouns, Vlaams minister van Landbouw en Economie, maar zijn verhaal begint elders: op de boerderij in Denderleeuw, tussen de koeien van zijn ouders en zijn eigen project met wijde kippen. Een traject van boerenzoon naar NVA-communicatiemedewerker, naar korte-ketenboer, naar landbouwjournalist bij Vilt, en nu terug naar de politiek. Maar met de modder van het land nog vers onder de nagels.

Het gesprek start met een simpele vraag: waarom staan de boeren vandaag op straat? Het antwoord is complex, maar de kern is helder. “Het is eigenlijk in alle Europese landen een andere druppel die de emmer doet overlopen,“ zegt Bombeek. “De cumulatie van regeldruk jaagt de boeren vandaag op straat. Zij hebben echt het gevoel: de bak zit overvol, er kan niks meer bij. Die kar is zo volgeladen, ieder strootje dat er nu nog bijkomt gaat de as breken.“ De hosts knikken. Dit is geen protest van syndicaten, dit is wanhoop die via WhatsApp-groepen de straat op trekt.

Toen twee jaar korte keten botsten op de realiteit ▶ 2:30

Bombeek spreekt vanuit ervaring. Twee jaar lang probeerde hij op het ouderlijk bedrijf de transitie naar korte keten te maken. Wijde kippen, rechtstreekse verkoop aan de consument, het regeneratieve landbouwmodel van Joel Salatin als leidraad. Het klonk als de toekomst. Maar de praktijk was weerbarstiger.

“De arbeid die bij de korte keten komt kijken wordt altijd heel fors onderschat. Het is niet zo moeilijk om voor uzelf een inkomen te creëren, maar het is wel moeilijk om voldoende inkomen te genereren om ook op een geloofwaardige manier het bedrijf te kunnen overnemen.“

En dan was er de menselijke factor. Zijn ouders zaten klem tussen de zorg voor zijn grootouders en zijn eigen experiment, dat voor hen vooral extra werk betekende. “Mijn ouders werden op een manier ook geplet tussen de zorg die voor mijn grootouders moest gebeuren en ik die dan mijn eigen project had en eigenlijk voor hun ook extra werk kwam creëren.“ Het project stopte. Niet alleen omdat de familie het moeilijk had, maar ook omdat Bombeek eerlijk erkende: hij was technisch gezien nog niet klaar.

Hij had nooit de ambitie gehad om traditionele boer te worden – geschiedenis en rechten gestudeerd, geen landbouwervaring. Zijn ouders zeiden het terecht: jij bent geen boerenzoon die vanaf zijn achtste op de tractor zit. “Die hebben van dat kaasgeten, dat is voor mij niet.“ De productiekant alleen was voor hem niet interessant. Het waren de boeken van Salatin die hem op andere gedachten brachten.

Bombeek graaft dieper in het model van Salatin. De Amerikaanse boer die niet alleen produceert, maar ook verwerkt, distribueert en vermarkt. “De euro van uw voedsel is eigenlijk een pot met vier stoelpoten: productie, verwerking, distributie en marketing. De boer klaagt altijd dat de andere schakels in de keten veel geld verdienen, dus ik ga gewoon ondernemen op alle schakels.“ Het klonk perfect voor iemand met een marketingachtergrond die bij de slager had leren verwerken. Maar de realiteit van compliance kostte hem uiteindelijk de moed.

Corona: de twee gouden jaren van de korte keten ▶ 8:47

Corona was een keerpunt, althans tijdelijk. “Ik heb eigenlijk twee gouden jaren voor de korte keten meegedraaid. Dat was in de volle coronacrisis, de restaurants zijn gesloten, dus een deel van het budget dat mensen hadden om te gaan eten was toen ook georiënteerd naar iets kwalitatievere producten bij de boer.“ De boerderij was een toevluchtsoord in lockdown. Geen mondmasker, altijd buitenlucht, en klanten die nergens anders naartoe konden. “Ik denk dat ik heel depressief geweest zou zijn als je hele dagen achter uw scherm zit en geen contact hebt. De boerderij was eigenlijk een plek waar dat ge altijd in open lucht kon zijn.“

Maar toen de horeca heropende, keerde de harde realiteit terug. Bombeek werd landbouwjournalist, net op het moment dat de sector in brand stond. Stikstof, inflatie, de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. “Als het slecht gaat voor de boeren is het voor de journalisten juist de goede tijd want dan is er veel om over te schrijven.“ Anderhalf jaar lang schreef hij over een sector die langzaam stikte in regelgeving. Negen jaar had hij gewerkt als communicatiemedewerker voor de NVA – van medewerker van Siegfried Bracke naar communicatiefuncties. Maar na al die jaren vroeg hij zich af: wat nu? De boerderij was een antwoord geweest, de journalistiek ook. Tot Jo Brouns belde.

Verschillende druppels, dezelfde overvolle emmer ▶ 11:01

De boerenprotesten verschillen per land, maar de onderliggende dynamiek is overal dezelfde. In Duitsland draait het om de rode diesel. “Vanuit het perspectief van de overheid is dat een subsidie, maar vanuit het perspectief van die boer is dat een belasting. Het is niet omdat wij minder betalen dan een andere sector dat dat geen belastingen zijn.“ In Frankrijk gaat het over vrijhandel en Mercosur, over het feit dat Europese boeren aan strengere eisen moeten voldoen terwijl import uit Zuid-Amerika gewoon doorgaat. In Vlaanderen en Nederland is het stikstof.

Bombeek schetst de frustratie met chirurgische precisie. “Het sentiment is: Brussel is bezig met klimaatdoelstellingen op te leggen, maar uit onze gereedschapskist verdwijnen alleen maar dingen. Wij worden geconfronteerd met extreme weersomstandigheden en wij mogen ons gewassen niet meer beschermen.“ De hosts vragen door: is het niet gewoon een kwestie van aanpassen? Bombeek schudt zijn hoofd.

“Vroeger waren wij onderhevig aan de grillen van het weer. Nu zijn de grillen van de wereldmarkt bijgekomen. En nu is er een derde druk bij gekomen: de onzekerheid van de overheid. Dat is die rechtsonzekerheid.“

Hij geeft een voorbeeld. Een melkveehouder wil zijn mest uitrijden op het bedrijf van Bombeeks ouders. Geen probleem, zou je denken. Maar dan komt de brief van de mestbank. “Als zij hun mest op ons bedrijf willen uitrijden worden zij met GPS gevolgd. En dan stuurt de overheid, de mestbank stuurt ze dan een brief waarin dat ze zeggen: beste boer, vanaf dit jaar is er een regeling in voege dat je moet GPS-tracked zijn als de burenregeling geldt en als je daar niet aan voldoet heb je zoveel duizend euro boete. Dus dat soort communicaties zijn er constant vanuit de overheid en daardoor voelt de boer zich de crimineel tot bewijs van het tegendeel.“

Wantrouwen als uitgangspunt van beleid ▶ 17:41

De omgekeerde bewijslast zit overal in de regelgeving. Bombeek wijst op het psychologische effect. Hij haalt een experiment uit de sociale psychologie aan: mensen worden betaald om een LEGO-techniek in elkaar te steken, zetten het op het bureau van de observator, en die haalt het dan meteen weer uit elkaar. “De boer heeft echt zo dat gevoel van: wij doen hier al die inspanningen en er wordt alleen maar gezegd dat het niet goed genoeg is.“

Hij schetst de evolutie. Vroeger, begin jaren 2000, werd varkensmest uit West-Vlaanderen massaal over de Vlaamse akkers gereden. Bombeek herinnert zich de stank in Denderleeuw nog. “Ik herinner ook dat inderdaad onze kouter gigantisch stonk als die West-Vlaamse varkensmest daar geïnjecteerd werd. Ik herinner mij als kindje, ik was zo 9, 10 jaar, dat ik bij mijn grootouders op bezoek ging en dat ik aan het Fillebeluik, dus aan den Dender, de Dender zag en dat daar zo van dat bruin stinkend schuim op stond.“

Maar door technologische vooruitgang en grotere verwerkingscapaciteit is dat probleem grotendeels opgelost. “Vandaag kun je daar eigenlijk kanoën, dus de waterkwaliteit is geweldig in de juiste richting opgeschoven.“ Maar ondertussen is er die hele regeldruk waarbij de boer nog altijd wordt bekeken als 30 jaar geleden, als een halve fraudeur die van die mest wil afgeraken.

“Vandaag zijn boeren door het feit dat het mestbeleid zoveel strenger is geworden veel bewuster bezig met wat goede mest is en dat je dat circulair eigenlijk op uw bedrijf moet houden. Maar ondertussen is er die hele regeldruk waarbij de boer nog altijd wordt bekeken als 30 jaar geleden.“

Boeren zijn hun mest gaan zien als grondstof, niet als afval. Maar de communicatie blijft negatief. “Er wordt altijd zo'n sfeertje gecreëerd van: ja het is echt niet goed en er is nog niks gebeurd. Maar er is op vlak van bemesting al enorm veel gebeurd, enorm veel vooruitgang.“

Waterkwaliteit: de onmogelijke checklist ▶ 19:49

Bombeek groeit op aan de Dender. Als kind zag hij bruin schuim drijven op het water bij het Fillebeluik. Vandaag kun je er kanoën. Hij ziet blauwe reigers, uilskampen, de terugkeer van de vos. De waterkwaliteit is enorm verbeterd. Maar volgens de officiële cijfers is één op 195 waterlopen in Vlaanderen in goede staat. Hoe kan dat?

“Eén op 195 waterlopen in Vlaanderen is in goede staat. Het is een soort van checklist: van zodra dat je op één vak faalt, ben je slecht. Het zijn geen gradaties ABC, het is slecht of het is goed. Er zijn 15 vakken en van zodra dat je op één vak faalt zijn je gebuis voor uw jaar.“

De boer ervaart vooruitgang. De krant meldt achteruitgang. “Een boer denkt: ik zie hier opeens terug een blauwe reiger, ik zag hier een uil in dat bos zitten, de vos komt terug, de wolf komt terug, ik heb een kamsalamander gevonden in mijn poel. Dus die boer ervaart eigenlijk van: het gaat een goede richting uit met de natuur. Maar als je in de krant leest gaat het altijd slecht met de natuur.“

Het probleem is de methodologie. Als je op één parameter niet voldoet – PFAS, nitraat, of wat dan ook – dan is de waterloop slecht. Geen nuance, geen context, geen erkenning van de vooruitgang die wel geboekt is. Bombeek benadrukt wel dat er reële problemen zijn: in gebieden met intensieve varkenshouderij of aardappelteelt is er uitspoeling van nitraten naar het grondwater. “Dat is een reëel probleem, dat moeten we niet ontkennen, dat is gewoon zo.“ Maar de algemene communicatie is zo negatief dat boeren het gevoel hebben dat al hun inspanningen onzichtbaar blijven.

Hoe regelgeving kleinschaligheid doodknijpt ▶ 23:41

Het gesprek verschuift naar compliance kosten. Bombeek vertelt over zijn kleinschalig slachthuis in Kluisbergen, waar hij zijn kippen liet slachten. Vijf, zes koeien op een goede dag. Maar door nieuwe dierenwelzijnswetgeving moest er plots een tweede controleur aanwezig zijn, naast de bestaande controleur van het voedselagentschap. “Vijf of zes boeren moeten samen het loon van die tweede controleur betalen, terwijl in een slachthuis met 1000 koeien dat veel gemakkelijker is om die extra compliance kost over die 1000 koeien te verdelen zonder dat je dat voelt eigenlijk.“

De paradox is scherp: kleinschalig slachten is waarschijnlijk beter voor het dier – de boer doet zijn eigen koe weg, er zijn ambachtslieden, er is minder stress. Maar de regelgeving die bedoeld is om dierenwelzijn te verbeteren maakt juist dit kleinschalige model onrendabel.

“In dat kleinschalig slachthuis waar die boer zelf zijn koe weg doet en je daar eigenlijk ambachtslieden hebt die die slacht moeten doen gaat dat dier veel beter af zijn. Maar door het feit dat je al die regulering hebt wordt het leven van het kleinschalige moeilijk gemaakt en zijn we eigenlijk bezig met die druk naar gigantisme, steeds grotere bedrijven die mensen in dienst kunnen nemen om al die compliance kost op te vangen.“

Kleine spelers worden geplet tussen globalisering en regeldruk. Grote bedrijven kunnen consultancybureaus inhuren, compliance-afdelingen oprichten. Een boer moet het zelf doen. “Eén van onze ambtenaren heeft dat eens nagerekend: als je als boer met alles in orde wilt zijn heb je eigenlijk 80 checklists nodig.“ Bombeek was zelf jurist, maar zelfs hij kon de wet niet meer kennen. “Je zit vandaag met 120.000 pagina's aan staatsblad die per jaar gepubliceerd worden. Het is onmogelijk zelfs voor superspecialisten om de wet te kennen.“

Hij geeft een concreet voorbeeld uit zijn kippenperiode. Het voedselagentschap had drie specialisten nodig: één voor vleeskippen, één voor leghennen, één voor eieren. “Ik als boer werd wel geacht om al die regelgeving te kennen terwijl zij daar drie specialisten voor hadden. Dan denk ik tegen hen soms van: goed, ik wil dat zo of zo doen, kunnen we daar een afspraak over maken, is dat goed voor jullie? En dan is het antwoord van: ja maar meneer wij moeten nu controleren, ik ben hier niet om te zeggen hoe gij het moet doen, je moet maar zien dat je uit de regels kunt afleiden wat er moet gebeuren.“

Het voedselagentschap zelf erkent de spanning. “Als ik in discussie zit met FAVV, dan zeggen die heel terecht tegen mij: ja de korte keten is maar 1% van de 'bewegingen' zoals dat ze noemen, 1% van onze business is de korte keten. Maar als kleine speler die op alle schakels van de keten wil ondernemen wordt je wel constant geconfronteerd met een enorme compliance kost.“

Stikstof: de crisis die op niemands agenda stond ▶ 35:46

Stikstof is het symbool geworden van regelgevende onvoorspelbaarheid. Bombeek legt uit dat het nergens in een verkiezingsprogramma stond. “Stikstof stond in geen enkel verkiezingsprogramma, stond niet in het regeerakkoord, niemand van de partijen in de Vlaamse regering heeft daar één woord over gezegd. Maar opeens worden we daar wel mee geconfronteerd.“

Hoe kan dat? Europa heeft richtlijnen over natuurbescherming, maar die zijn vaag. Vlaanderen en Nederland interpreteerden die streng: stikstof is een druk op natuur, dus moet elke vergunning dat onderzoeken. Wallonië doet dat niet. “Een boer in Wallonië en een boer in Vlaanderen die aan hetzelfde bos op de taalgrens boeren: die boer in Vlaanderen zit volledig op slot door stikstof want hij heeft uitstoot van stikstof op dat bos, en die boer in Wallonië heeft daar geen enkel probleem mee. Hij moet dat zelfs niet onderzoeken, hij kan nog altijd perfect uitbreiden als hij wilt.“

Louise Fresco, voormalig rector van Wageningen University, zei in een uitzending van Ter Zake dat Vlaanderen en Nederland zich het stikstofprobleem volledig zelf hebben aangedaan. Het is een politiek-juridisch probleem, geen puur milieuprobleem. Bombeek stemt daarmee in, maar voegt toe: “Het is niet omdat het een politiek-juridisch probleem is dat het geen probleem is en dat het niet moet opgelost geraken.“

“Al drie jaar zat alles vast op vlak van vergunningen voor landbouwers. Er kon geen enkele nieuwe stal gebouwd worden die veel minder stikstof zou uitstoten. Pocketvergisters werden niet geïnstalleerd. Heel die sector zat op slot, die was langzaam aan het leegbloeden.“

De N-VA stemde uiteindelijk mee met het stikstofdecreet. Niet omdat ze enthousiast waren, maar omdat de sector anders zou sterven. Bombeek vertelt over een varkensboer in De Zevende Dag. Twee oude stallen, klaar voor vernieuwing. Drie jaar geblokkeerd. Door het decreet kan hij nu eindelijk bouwen, met steun. Individueel gezien zou hij moeten zeggen: prima, ik ga ervoor.

Maar hij is ongerust. “Hij zei: als het gewoon stikstof is, is er voor mij eigenlijk geen probleem, ik krijg er eigenlijk steun bij om dat te doen. Maar ik ben ongerust dat je tegen mij gaat zeggen van: ja goed, je nieuwe stal staat er nu maar er is ook nog fosfaat, er wordt teveel water gepompt in uw gebied en de klimaatdoelstellingen zijn ook nog niet gehaald dus je moet nu 20% van uw varkens weg doen.“

Rechtsonzekerheid verlamt ondernemerschap. En niet alleen in de landbouw. “Ik denk dat dat de kern van het probleem is, ondernemerschap op welk vlak ook. Het is centrale planning die ertoe leidt dat mensen niet meer durven en eigenlijk ook risico's naar de overheid willen doorschuiven want als als gij de spelregels gaat veranderen, daar kun je even goed er zelf ook voor betalen is de lering van heel veel mensen.“

Bombeek spreekt ook met industriëlen als woordvoerder van minister Brouns, en die hebben exact dezelfde klacht. “Europa is zichzelf de das aan het omdoen met zijn regelgeving. We zijn op vlak van energie totaal niet meer competitief. We zijn bezig met regelgeving in plaats van zelf technologie te ontwikkelen. Het is Europees al super moeilijk, we zijn totaal nummer competitief qua lonen qua energieprijzen en dan is er ook nog die rechtsonzekerheid in Vlaanderen dat je geen kader hebt voor energiebeleid en dat je eigenlijk ook van uw vergunning een totaal onzeker ding maakt.“

Drie visies op duurzame landbouw die elkaar uitsluiten ▶ 40:50

De hosts vragen: maar is de landbouw niet verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot? Bombeek knikt. Over de precieze cijfers kan discussie zijn – ongeveer 13% globaal – maar het is zeker een aanzienlijk deel. Toch, zegt hij, is het probleem dat we niet eens weten wat duurzame landbouw is.

Hij schetst drie visies die lijnrecht tegenover elkaar staan. De regeneratieve landbouw van Joel Salatin: maximaal grazen met herkauwers, minimale inputs, de zon als motor. “Ik ben een fan van regeneratieve landbouw en dat betekent dat je maximaal gaat inzetten op herkauwers. Dat is eigenlijk de basis van uw systeem en zij zijn in staat om grassen en grasklaver om te zetten in melk, in vlees en in zeer kwalitatieve mest. Dat is een heel duurzame vorm van landbouw omdat je eigenlijk gewoon de zon zit aan het oogsten en je hebt voor de rest heel weinig inputs nodig. Dat is perfect allemaal rendabel.“

Maar dan komen de ecomodernisten. “Die zeggen: ja maar al die koeien en al die methaan die ze produceren, grasland, dat is totaal niet goed. Eigenlijk hebben we een landbouw nodig die zo weinig mogelijk oppervlak gebruikt.“ Als je daarop doorredenert is de landbouw van de ecomodernisten de Westvlaamse groenten- en aardappelindustrie, maximaal efficiënt, minimaal ruimtebeslag. De weiden waar nu koeien grazen moeten dan bos of andere natuur worden. “De rest van Vlaanderen, al die weiden, dat moet eigenlijk een bos zijn of een andere vorm van natuur.“

En dan is er de derde stroming: de klassieke groenen, die dromen van biolandbouw. Europa moet zoveel mogelijk via biolandbouw zelfvoorzienend zijn. “Maar dat is eigenlijk ook niet goed. Dat is het pad dat Europa uit wou met de Farm to Fork strategie waarbij men bijvoorbeeld de doelstelling had om 25% biolandbouw in Europa te hebben. Maar dan was het allemaal nagerekend door de studiedienst van de Europese Commissie en dan bleek eigenlijk van: dit gaat het eten veel duurder maken en dat gaat ook voor een stuk, als ons gedrag niet verandert, dan gaan we heel veel moeten importeren uit het buitenland en het gevolg daarvan zal juist zijn dat er ontbost wordt in het buitenland om Europa te kunnen voeden.“

Bombeek wijst op een verrassend cijfer: Europa bosst aan. “Op 100 jaar is er een gebied zo groot als Polen bijgekomen in bebossing in Europa. Het feit dat wij geen hout niet meer verbranden voor onze energie en een intensieve landbouw hebben wil zeggen dat de marginale gronden, de minst productieve gronden, dat die allemaal uit gebruik gaan.“

Het beleid worstelt tussen deze drie visies, zegt Bombeek, zonder duidelijk te kiezen. “Weet het beleid het volgens mij? Hier en daar regelgeving, daar regelgeving daar. Het lijkt een beetje vanuit de losse pols. Hebben zij eigenlijk een duidelijk beeld van waar dat ze naartoe willen of is het maar elke keer de pleister op de wonden eigenlijk?“

Van abstract naar voelbaar: klimaat op het veld ▶ 47:49

Tien jaar geleden zou een boer gezegd hebben: klimaatverandering, wat is dat? Vandaag niet meer. “Tien jaar geleden zou een boer gezegd hebben: die klimaatverandering, wat is dat allemaal, die klimaatverandering waar zijn ze in Brussel mee bezig, die klimaatverandering heel abstract. Vandaag zal geen enkele boer u vertellen dat de klimaatverandering niet echt is of zich niet voordoet.“ Een fruitteler wist vroeger: twee op tien jaar extreme omstandigheden. Vandaag zeggen ze: het is acht op tien.

De natte zomer van dit jaar vernietigde graan. Aardappelen zitten nog in de grond. Intensieve groententeelt lijdt onder droogte. “De droogte, de droogte, dus de intensieve groententeelt bijvoorbeeld die heeft het extreem lastig in die droge jaren dus men heeft het wel degelijk heel zwaar. De patatten, 10, 20% van de oogst zit nog in de grond omdat het gewoon zo nat is.“ De boer ziet dit niet als abstract debat, maar als dagelijkse bedreiging.

Bombeek is wel voorzichtig met de interpretatie. “Dat is heel moeilijk te destilleren. Wat is klimaatverandering en wat is de gebruikelijke variatie? Twee van die tien jaar zijn zo gezegd extreme jaren. Die zes andere, dat is dan de extreme?“ Hij gaat ervan uit dat de extreme weerpatronen een nieuwe realiteit zijn, maar erkent dat er nuance nodig is. “Ik ga ervanuit van niet, ik ga ervanuit dat die extreme weerpatronen een nieuwe realiteit zijn.“

Maar dan komt de frustratie: gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen uit de gereedschapskist, terwijl de plaagdruk toeneemt. “Wij worden geconfronteerd met extreme weersomstandigheden, er is een verhoogde plaagdruk en wij mogen ons gewassen niet meer beschermen.“ Dat is de kern: niet het ontkennen van klimaat, maar het ontbreken van gereedschap om ermee om te gaan.

Waarom niemand tegen natuurherstel kan zijn (en toch tegen stemt) ▶ 38:01

De N-VA stemde tegen de Europese natuurherstelwet. Bombeek legt uit waarom. “Niemand is tegen natuurherstel, niemand is tegen dierenwelzijn. Dus politiek is het al bijzonder moeilijk om te zeggen: ik ben voor meer dierenwelzijn maar ik ga niet stemmen voor een wet. Onze morele waarden zijn allemaal top vandaag.“

Maar de bak was vol. De boeren hadden het gevoel: er kan echt niks meer bij. De N-VA voelde dat aan en koos voor unpopulariteit. “De N-VA heeft dat gedaan, verdienstelijk, omdat ze voelden dat die bak vol was, dat die boeren zeiden: er kan hier echt niks meer bij alstublieft, het zit ons tot hier. Maar het is natuurlijk niet gemakkelijk om tegen natuurherstel te zijn dus als wij dat zeiden dan begint iedereen van: ja en ge loopt aan het handje van de Boerenbond en we zijn toch geen klimaatontkenners.“

Het kerntakendebat komt terug. Wat kan regelgeving? Wat niet? “Het is eigenlijk het kerntakendebat en weten wat regulering kan doen en wat niet. Vroeger werd aan mij als jurist altijd verteld: de wet moet kenbaar zijn, ge wordt geacht de wet te kennen. Je zit vandaag met 120.000 pagina's aan staatsblad die per jaar gepubliceerd worden. Het is onmogelijk zelfs voor superspecialisten om de wet te kennen.“

Export, import en wat een kip werkelijk kost ▶ 52:02

De slogan “zonder boeren geen eten“ is populair, maar klopt hij? Bombeek nuanceert met een voorbeeld uit zijn eigen sector. België produceert 250% van zijn kippenverbruik. Dus exporteren we massaal? Niet helemaal. “Wij produceren drie keer zoveel kip als dat we zelf opeten, maar 80% van de consumenten die in het versschap kopen, kopen alleen de filets. De filet is 13% van de kip. Dus die billen, hartjes, niertjes, vleugels moeten geëxporteerd worden want er zijn veel meer billen dan consumenten.“

De economische waarde zit voor driekwart in de filet. De rest gaat naar China, waar varkenspoten en kippenvleugels gewoon onderdeel zijn van de culinaire cultuur. “Bij varkens kun je hetzelfde zien. Het vijfde kwartier, de kop, de poten, de huid, wordt naar China gestuurd waar men daar wel nog een voorliefde voor heeft. Dus die oren, die gaan daar dan in de soep, van die poten wordt bouillon getrokken, dus daar zijn ze daar gelukkig mee en wij moeten het niet hebben.“

Export is dus geen luxe, maar een noodzaak om het hele dier te valoriseren. “Je kunt niet alleen de filet van een kip produceren. Natuurlijk eet ge het hele dier, maar de economische waarde van het karkas van een kip is voor driekwart die filet. Dus een derde van die kip is driekwart van de waarde.“ Wat in het versschap van de Colruyt verkocht wordt is bijna 100% Belgisch. Maar in verwerkte producten – gerechten op basis van kippengehakt – kan het wel Poolse of Braziliaanse kip zijn, omdat dat prijsvoordeel oplevert.

Voor melk is het nog anders. “Voor melk hebben wij een zelfvoorzieningsgraad van 100%. Dus wij produceren eigenlijk evenveel melk als dat we zelf consumeren. Maar voor melk voeren wij wel melk uit en importeren wij melk. Wij maken zelf kaas en voeren die uit en we importeren kaas die we niet zelf maken. Dus daar speelt eigenlijk gewoon die klassieke dynamiek van de comparatieve voordelen: gij specialiseert u in mozzarella of gij specialiseert u