Het is een vroege avond in de Melkerij in Brasschaat als Jürgen Ingels aanschuift. Hij is twee-en-vijftig, founder van Smartfin Capital, een durfkapitaalfonds dat ondertussen zo'n zeshonderd miljoen euro beheert, en de man die in 2014 betalingstechnologiebedrijf Clear2Pay verkocht voor enkele honderden miljoenen. Hij neemt voor het eerst een whisky met honing. “Iets te zoet,“ lacht hij, voor hij even later toch besluit dat het een speciale ervaring is. De toon van het gesprek is gezet: weinig pretentie, veel ruimte voor twijfel, en een investeerder die zichzelf graag relativeert.

De vraag van de hosts is bedrieglijk eenvoudig: wat houdt iemand die ooit een paar honderd miljoen aan zijn bedrijf overhield, vandaag nog bezig? Ingels heeft het antwoord duidelijk al vaak gerepeteerd, maar hij brengt het zonder routine.

Waarom een man van 52 met genoeg geld nog elke ochtend opstaat ▶ 1:34

Ingels schetst een traject waarin de definitie van geluk telkens opschuift. Op zijn dertigste dacht hij nog dat geld het hoogste doel was. “Een beetje naïeve domme gedachten toen, maar jong zijn,“ zegt hij. Toen Clear2Pay verkocht werd, kwam de ontnuchtering. Hij organiseerde een concert, schreef een boek, opende een museum. Alles wat “de domme dingen“ waren die hij wilde uitproberen.

“Het geluk is eigenlijk gewoon leven met uw vrienden, een goed glas wijn en een goede whisky drinken from time to time, en gewoon gelukkig zijn in het moment.“

Maar daar laat hij het niet bij. Naast die luwte zit er een tweede motief, en dat klinkt bijna ouderwets idealistisch uit de mond van een durfkapitalist: een nuttige bijdrage leveren. Hij hoopt dat over vijftig jaar, als hij allang dood is, mensen kunnen zeggen dat hij “de evolutie een klein duwtje“ heeft gegeven. Het is een formulering die ergens schippert tussen ambitie en zelfspot, en ze tekent de man.

Wat een venture capital fonds nu eigenlijk doet ▶ 3:05

De hosts vragen hem het basismodel uit te leggen voor wie het niet kent. Ingels schakelt moeiteloos. Smartfin verzamelt geld bij pensioenfondsen, families en individuele investeerders, steekt dat in “de grote zak“ en investeert in bedrijven in ruil voor aandelen. Vijf tot tien jaar later wordt verkocht, de winst wordt verdeeld volgens de klassieke 80-20 verhouding: tachtig procent voor de aandeelhouders, twintig procent voor het team.

“Wij zijn niet zo de typische unicorn hunters. We zijn meer degenen die zeggen: we proberen er niet twee op de tien succesvol te maken die het verlies van de acht dekken, maar dat ze alle tien succesvol zijn.“

Daar zit het verschil. Ingels positioneert zichzelf bewust tegenover de Silicon Valley-doctrine waarbij een handvol unicorns de berg mislukkingen moet financieren. Hij is selectiever, blijft langer betrokken, en pakt het aan als ondernemer eerder dan als cijferaar. “Ik heb liever een goed team met een slecht product dan omgekeerd,“ stelt hij. “Een slecht team gaat dat goede product wel kapot maken.“ Wat zoekt hij in dat team? Het vuur in de ogen, een passie die maakt dat iemand 's avonds en 's nachts en in het weekend werkt, alles wil weten over de markt en de concurrenten.

Waarom hij liever een team kiest dan een product ▶ 5:21

De hosts laten doorvragen op het selectiecriterium. Ingels heeft daar een eigen begrip voor: tijdreductie. Een ervaren ondernemer die naast de oprichter zit en zegt “dat heb ik al eens gedaan, dat werkt niet, doe het zo“, wint tijd. En tijd, in zijn boek, is het wapen van succesvolle bedrijven.

“Je kunt niet geloven hoe archaïsch sommige bedrijven nog zijn. Als je naar de boekhoudafdeling kijkt, denk je: jezus, doen die dat nog?“

Het is een terloopse opmerking, maar ze zegt veel over hoe Ingels naar het Belgische bedrijfslandschap kijkt. De winsten zitten in operationele efficiëntie en in betere beslissingen, niet in een mythisch geniaal product. Een investeerder die ervaring brengt, kan een bedrijf jaren laten inhalen op concurrenten.

De halve ingenieur die altijd technologie bleef ▶ 7:40

Ingels noemt zichzelf een halve ingenieur. Na het tweede jaar burgerlijk ingenieur stapte hij over naar politieke en sociale wetenschappen. Filosofie en geschiedenis trokken hem. “Ik wilde eigenlijk weg van alles wat technologie en informatica en programmeren was,“ zegt hij. Het wrange is dat zijn job vandaag voor de helft over technologie gaat. Maar hij voelt zich er prima bij. “Het komt altijd wel terug, maar ik vind dat wel leuk.“

Die omweg via de politicologie kleurt zijn taal. Wanneer hij over technologie spreekt, doet hij dat zonder de heroïek van techbros. Hij praat over kwantumcomputers en over generatieve AI in dezelfde adem als over de loodgieter en de boekhouder. Het is een blik die schaalt van het abstracte naar het concrete.

“Moest een mens binnen 500 jaar terugkomen naar hier, hij gaat niet geloven wat hij ziet. We staan nog maar aan het begin, begin, begin.“

Hoe AI consultants en advocaten gaat opzij zetten ▶ 9:58

Wanneer het gesprek naar AI verschuift, wordt Ingels concreter. Hij denkt dat een fonds als Smartfin op termijn dossiers door AI kan laten lezen die met grotere zekerheid dan menselijke intuïtie kunnen zeggen wie een goede investering wordt. Maar de ontwrichting reikt veel verder.

“Waarom zou je in hemelsnaam nog een consultant nodig hebben als je gewoon de vraag kunt stellen aan de computer en je krijgt een degelijk, deftig en juist antwoord?“

Hij somt de bedreigde beroepen op: consultants, advocaten die contracten opstellen, dokters die diagnoses stellen. Tegelijk komen er nieuwe jobs. Tegen zijn zoon zegt hij dat een goede toekomstjob er een is waarbij je leert omgaan met grote hoeveelheden data, ze structureren, analyseren en interpreteren. “Dat zijn de nieuwe diploma's, de nieuwe universitaire opleidingen,“ stelt hij.

Maar achter de optimistische lectuur zit een zorg over creativiteit. Ouders moeten hun kinderen volgens hem veel meer impulsen meegeven uit verschillende sectoren, zodat hun brein verbindingen kan maken die anderen niet zien. “Door verschillende velden te combineren, ben je uniek. Binnen één veld is er veel meer concurrentie.“

Het bedrijf van de toekomst: tien ingenieurs, dertig miljoen omzet ▶ 12:18

Ingels schetst een toekomstbeeld dat haaks staat op het klassieke groeibedrijf. Vroeger had je een rijke vader of een goed netwerk nodig om succesvol te worden. Vandaag, zegt hij, kan iemand met vijfhonderd euro cloudcapaciteit kopen en als zijn idee voldoende creatief is, verkoopt het zichzelf.

“De moderne bedrijven van de toekomst, en vandaag al, zijn degenen die maar met tien man werken. Ze doen 30, 40 miljoen omzet en zijn met tien man.“

Het zijn tien ingenieurs die volledig gefocust zijn op één oplossing, één product. Geen verkoopapparaat, geen HR-afdeling, geen marketingteam, geen website. Hoe vinden klanten hen dan? Mond-tot-mondreclame en organische community-bouw. “Een goed product verkoopt zichzelf,“ stelt Ingels.

Hij geeft twee Belgische voorbeelden uit zijn eigen portefeuille. Een Waals bedrijf dat met twaalf ingenieurs reverse engineering doet van legacy code wereldwijd. En Crazy Games, het Belgische platform voor de gaming-industrie dat als brug fungeert tussen game-ontwikkelaars en adverteerders, en dat met ongeveer vijfentwintig man wereldwijd opereert. “Allebei fantastische bedrijven, weinig zichtbaar, gigantisch winstgevend.“

“Er zijn heel veel mensen die in een bedrijf werken en die maar 30 procent van hun tijd echt voor dat bedrijf gebruiken. De andere 70 procent is gewoon niet nuttig bezig zijn.“

De hosts duwen daar terug. Niet iedereen kan ingenieur zijn, en de samenleving heeft handenarbeid nodig: loodgieters, elektriciens, mensen die hun handen kunnen gebruiken. Een van de hosts wijst op de scheve beeldvorming, waarin het loodgieterschap geen status heeft terwijl iedereen een startup wil opzetten. Ingels geeft toe dat het beroepsbeeld scheefgetrokken zit, maar pareert: ook de loodgieter krijgt door technologie een eigen platform, een Uber-achtig model dat hem zelfstandiger maakt.

De minister van Financiën die hij nooit zal worden ▶ 18:28

De hosts halen zijn studieachtergrond aan: Pol & Soc. Of hij ooit de stap naar de politiek heeft overwogen? “Mijn vrouw heeft gezegd: als je dat ooit doet, scheidt ze van mij,“ lacht hij. Maar hij geeft toe dat hij minister van Financiën zou willen zijn, gewoon om “een keer een opkuis“ te doen in de staatsfinanciën.

“Belgen klagen altijd, maar wij leven in een fantastisch land. We betalen veel belasting, absoluut, maar de kwaliteit van leven is goed, de gezondheidszorg is nog goed, scholing was goed.“

Wat Ingels echt mist is een staatssecretaris voor digitalisering met inhoudelijke competentie. Iemand die durft kiezen waar Vlaanderen op inzet en waar niet. Hij linkt het aan een verloren kans. De coronavaccins werden grotendeels in Puurs gemaakt. Als België dat slimmer had aangepakt, had het volgens hem een groot stuk van zijn staatsschuld kunnen aflossen via die productie. Het is een speculatieve gedachte, maar tekenend voor zijn frustratie: de talenten zitten er, het ontbreekt aan strategie.

Waarom Clear2Pay geen gelukstreffer was ▶ 20:45

Clear2Pay ontstond uit een ergernis. Ingels werkte bij een bank, moest geld tussen België en Amerika overschrijven, en zag dat het traag en duur was. “Geen rocket science“ om dat beter te doen, zegt hij. In 2000 zette hij het bedrijf op, en in 2014 verkocht hij het in een van de grootste Belgische tech-exits van dat decennium.

“Veel mensen zeiden achteraf: je hebt toch wel chance gehad. En ik heb ongelooflijk veel chance gehad, granted. Maar dan dacht ik: is dat nu eigenlijk chance, of kunnen we dat nog een keer doen?“

Die vraag werd Smartfin. Het fonds is volgens Ingels een uit de hand gelopen bewijsdrang. “Ik kan dat nog,“ en dan op een verstandige manier. Onder de vleugels van Smartfin werd Silverfin opgezet, dat enkele maanden voor de opname werd verkocht voor een bedrag in dezelfde orde als Clear2Pay destijds. Daarnaast bouwde hij Guard Square mee uit, vandaag een wereldspeler in mobiele software-security met dertig nationaliteiten in zijn Leuvense kantoren. Het is dat soort bedrijven dat hem het meeste plezier geeft.

“Eigenlijk is dat het mooiste, dat je iets dat in je hoofd zit, achteraf gerealiseerd ziet.“

Hoe een Excel-grafiekje van het kassaldo nooit liegt ▶ 42:08

De hosts halen zijn boek aan: vijftig lessen voor ondernemers. Welke les onderschatten mensen het vaakst? Het antwoord is verrassend onromantisch: cashflow.

“Je kunt perfect rendabel zijn en toch technisch failliet gaan.“

Ingels heeft daar een methode voor die hij in al zijn bedrijven oplegt. Geen ingewikkelde balans, geen profit-and-loss-statement. Wel: elke maandagochtend vraagt de CEO of zijn secretaris hoeveel geld er op de rekening staat. Dat getal komt in een Excel-grafiek. Week na week. Als de curve naar boven gaat, genereer je cash. Als ze naar beneden gaat, verlies je het. Klaar.

“Een PNL of een balans kan ik manipuleren met boekingen die exact correct zijn. Maar mijn dom Excel-grafiekje liegt nooit, want alles vloeit op het einde door cash.“

Het is een verbluffend simpele gedachte, maar Ingels meent dat veel ondernemers die feeling verliezen wanneer hun bedrijf groeit en zij beginnen te investeren. Tegen de tijd dat de boekhouder zes maanden later komt vertellen dat het niet zo goed gaat, is het te laat. Voor wie zich daarover wil bezinnen geeft hij nog een rekenregel mee: bij een rendementsmarge van tien procent moet je voor elke uitgegeven euro tien euro extra omzet maken om hem terug te verdienen. Ondernemers die zich daarvan rekenschap geven, springen een stuk strenger om met hun uitgaven.

Wat "je zijt zot" eigenlijk betekent ▶ 45:11

Naast het team is er nog een tweede signaal waarop Ingels zijn gevoel baseert. Wanneer mensen rond hem zeggen dat het idee onmogelijk is.

“Als ze tegen mij zeggen 'je zijt zot', dan triggert mij dat. Veel mensen zeggen dat ik zot ben over iets wat ik wil doen, en dan is het meestal wel oké.“

Hij vertelt hoe hij zelf vaak “zot“ werd genoemd. Toen hij na het tweede jaar burgerlijk ingenieur stopte. Toen hij Pol & Soc volgde. Toen hij vanuit een goed betaalde bankjob ontslag nam om Clear2Pay op te zetten. Telkens werd het hem afgeraden, en telkens vond hij precies in die afkeuring de bevestiging. “Een mislukking is geen failure,“ stelt hij. “Wie een keer faalt, is heel waardevol. Bedrijven pikken die mensen op omdat zij precies weten wat niet werkt.“

Het einde van het vaste loon, de opkomst van de freelancer ▶ 35:19

Ingels denkt dat jongere generaties veel minder voor één werkgever zullen werken. De maandag voor bedrijf A, de dinsdag voor bedrijf B, de woensdag voor bedrijf C. Telkens vanuit één specifieke vaardigheid. “De overheid en RSZ zijn daar niet in mee, maar dat gaat wel de toekomst zijn.“

“Mensen jongeren gaan een soort freelancer zijn. 'Ik heb nu geen goesting, ik heb nu wel goesting'. Ze gaan hun leven veel meer in handen hebben en hun kwaliteit en talent beter kunnen spenderen.“

De hosts spelen advocaat van de duivel. Niet iedereen heeft het profiel om freelancer te zijn. Veel mensen vinden het bangelijk dat zeventig procent van hun tijd minder productief ingevuld zou worden. Ingels erkent dat zijn beeld misschien overdreven scherp is, maar de richting wijst volgens hem onmiskenbaar naar kleinere bedrijven met meer outsourcing. PowerPoints worden niet meer in-house gemaakt door één werknemer, maar gekocht bij iemand die zich erin specialiseert en het ook voor de concurrent doet.

Waar de volgende golf zit: HR ▶ 49:01

De hosts vragen waar de volgende grote technologiegolf zit. Bij Clear2Pay was het payments. Daarna was het accounting, met bedrijven als Silverfin en Bright Analytics in zijn portefeuille. Wat is de volgende?

“De next wave gaat HR zijn. De HR-afdeling van bedrijven is nog altijd het minst ge-disrupt. Sommige werken nog met Excel, kunnen je niet zeggen hoeveel man ze in dienst hebben.“

Hij beschrijft het ideaal: één platform waar al je werknemersgegevens in zitten. Groepsverzekering, hospitalisatieverzekering, pensioenspaarpot, vakantiedagen, evolutie van het loon, stockopties, evaluaties uit het verleden. Op het moment dat een werknemer naar een nieuwe werkgever gaat, kan die met de toestemming van de werknemer aan al die data, zonder dat alles opnieuw moet worden ingegeven. “Het verdienmodel is een paar honderdste cent per consultatie. Het is een platform met API's, zoals Silverfin een platform is en Deliveroo voor de restaurantbusiness.“

De grappige imposter ▶ 52:07

Wanneer hij na zijn studies bij een bank ging werken, was Ingels overtuigd dat hij niets kon. “Holy [bleep], ik moet gaan werken in een bank en ik kan eigenlijk niks. Ze gaan zien dat ik de grootste dommerik ben.“ Na een maand zag hij dat de mensen rondom hem ook niet veel meer wisten.

“Als je twee jaar focust op iets, behoor je tot de top 3 procent van die sector. Soms zelfs top 1 procent, afhankelijk van hoe je dingen merged.“

Het is een advies dat hij ook teruggeeft aan jonge mensen die overweldigd raken. Lifelong learning is volgens hem geen modewoord meer, maar een noodzaak. Wie twee jaar niet meevolgt in een snel evoluerende sector, is gewoon oud, stelt hij. Hij vertelt over zijn eigen “Schumacher van Excel“-moment, toen hij zichzelf nog een ster vond in spreadsheets en een stagiair hem nuchter liet zien dat een macro het werk in vijf minuten deed waar Ingels een halfuur over had gedaan. “Ik was echt in shock.“

De sociale revolutie die wacht ▶ 54:25

Wanneer het gesprek terug naar de bredere maatschappij draait, slaat de toon om. Ingels ziet een groot risico dat een deel van de bevolking niet zal kunnen volgen.

“De kans is groot dat we tussen de 20 en de 50 jaar echt een sociale revolutie krijgen. Mensen gaan op straat komen omdat ze niet meer genoeg verdienen, omdat ze werkloos zijn en hun kinderen geen toekomst kunnen geven.“

De overheden zullen volgens hem reageren met meer taxatie van de “sterkste schouders“, maar dat lost de fundamentele verschuiving niet op. Hij ziet drie scenario's: ofwel een grondige aanpassing van het economisch systeem, ofwel een variant van het basisinkomen, ofwel een sociale revolutie. De hosts halen het Brusselse voorbeeld aan van zelfscan-kassa's die belast werden alsof het werknemers waren. Een interessant precedent, maar Ingels is voorzichtig. Het gevaar van Belgische reflex is dat we automatisering zelf gaan belasten in plaats van de koek groter te maken.

“Belgen zijn meesters in het vinden van belastingen. Maar de vraag is of een maatschappij beter af is met alle initiatief weg te belasten, of dat ze niet beter zorgt dat de koek groter wordt.“

Waarom hij geen CEO wil zijn ▶ 59:49

Na Clear2Pay had Ingels opnieuw iets willen opzetten, maar dan multilineair: niet één bedrijf vijftien jaar lang, maar meerdere bedrijven tegelijk. Smartfin werd het instrument. Hij is bewust geen CEO van zijn portefeuillebedrijven.

“Als je CEO bent, verwacht iedereen dat je 100 procent met dat bedrijf bezig bent, en dat is ook zo. Maar als founder, als CFO of als chief no R car, kun je nog andere dingen doen.“

Het zijn die kruisbestuivingen die volgens hem de meeste vooruitgang opleveren. De farma-sector loopt qua logistiek tien jaar voor op de rest. Wie in een ander veld actief is en die inzichten meeneemt, krijgt automatisch een voorsprong. Mensen verwarren ervaring met intelligentie, zegt hij. “Je bent niet slimmer geworden, je hebt gewoon meer ervaring. En door die ervaring doe je dingen rapper, beter en efficiënter.“

Het volgende grote bedrijf: Bright Analytics ▶ 1:03:39

De hosts vragen welk Belgisch bedrijf hij ziet doorgroeien tot een verkoop in dezelfde grootteorde als Clear2Pay of Silverfin. Ingels zet er een fles whisky op: Bright Analytics. Drie West-Vlaamse oprichters, software die budgetten en boekhouding visueel verbindt voor KMO's, en die je laat doorklikken tot op de factuur waar een afwijking ontstaat.

“Dat is software die echt geschreven is op een manier dat ik er al veel gezien heb, maar dit is echt top, echt top. Vlaams bedrijf, niemand kent het.“

Hij gokt op vijf jaar voor de exit. Het is een persoonlijk weddenschapje aan een tafel in Brasschaat, maar voor wie het Vlaamse tech-ecosysteem volgt, is het een vingerwijzing naar een naam die nog onder de radar blijft.

Een investeerder die graag verzeilt in zijn eigen domheid

Wat blijft hangen van een uur in gesprek met Jürgen Ingels, is niet de durfkapitalist die op zoek is naar het volgende monster van een rendement. Het is iemand die graag dingen koopt waar geen verdienmodel achter zit. Replica's van ruimtetoestellen, een cockpit van een Challenger, een tentoonstelling die hij in Antwerpen organiseerde. “Domme leuke dingen moet je doen, dat is het leven.“ Het zijn de zinnen die het verschil maken tussen een investeerder die alleen maar in spreadsheets denkt en iemand die zichzelf niet te serieus neemt.

Die zelfrelativering tekent ook het inhoudelijke gesprek. Ingels is geen techno-optimist die elk probleem met een algoritme oplost. Hij waarschuwt voor de sociale revolutie die kan komen als de samenleving geen antwoord vindt op AI-gestuurde uitval. Hij erkent dat zijn beeld van de freelancer mogelijk overdreven scherp is. Hij geeft toe dat handenarbeid wordt onderschat in een tijd waarin iedereen ondernemer wil zijn.

Wat hem onderscheidt, is een mengsel van overtuigde nuchterheid en een kinderlijke lust om iets te bouwen. “Je zijt zot,“ is voor hem nog steeds een aanmoediging. Het bewijst dat een Belgische tech-exit geen geluksshot was, en dat er ergens in een West-Vlaams kantoor een team van drie ingenieurs zit dat over vijf jaar de volgende grote naam wordt.

Dat is precies waar Discours voor staat: een gesprek dat niet alleen vertelt wat de gast wist, maar dat de luisteraar ook iets meegeeft over hoe de wereld werkt. Bij Ingels is dat een blauwdruk voor een ondernemerschap dat nog plaats heeft voor twijfel, voor de ongepoetste maandagochtend-grafiek, en voor het besef dat “je zijt zot“ misschien wel de meest gemeende waardering is die een durfkapitalist op een avond in Brasschaat kan krijgen.