De man die 30 jaar kankeronderzoek vertaalt naar hoop
In De Melkerij in Brasschaat schuift Erik Van Cutsem aan met een glas water. Geen whisky, geen wijn. “Er is zeker een relatie tussen alcohol en hoe bepaalde kankers worden veroorzaakt,“ zegt de voorzitter van Stichting Tegen Kanker en hoogleraar oncologie aan de KU Leuven. “Als Stichting Tegen Kanker en als arts moeten we het overmatig gebruik van alcohol niet stimuleren.“ Het is een kleine illustratie van een groter principe: Van Cutsem heeft zijn leven gewijd aan het begrijpen, voorkomen en behandelen van kanker. En in dat leven is consistentie key.
Wie Van Cutsem hoort praten, hoort iemand die decennia lang puzzelstukjes heeft verzameld. Van de invoering van de darmkankerscreening in Vlaanderen tot de coördinatie van internationale onderzoeksprojecten, van de raad van bestuur van de Stichting tot de behandelkamer waar hij patiënten met uitgezaaide darmkanker vertelt dat hun ziekte chronisch kan worden. Elk aspect van zijn carrière draait om dezelfde kern: elke vooruitgang kan alleen komen door investeren in onderzoek.
Hoe 50 tot 60 procent van de inkomsten uit legaten komt ▶ 4:07
Stichting Tegen Kanker bestaat dit jaar honderd jaar en dekt het volledige land. De organisatie rust op drie pijlers: onderzoek stimuleren, preventie (met tabak en UV-straling als speerpunten), en sociale ondersteuning aan patiënten. Maar het grootste deel van de 45 tot 50 miljoen euro die jaarlijks binnenkomt, vloeit naar kankeronderzoek, zowel fundamenteel in het labo als klinisch bij patiënten.
Van Cutsem legt uit waar dat geld vandaan komt: “De grootste deel van de inkomsten zijn donaties en legaten. Legaten op dit ogenblik is tussen 50 en 60 procent van de inkomsten.“ Patiënten die ziek worden, laten vaak bij de notaris vastleggen dat een deel van hun erfenis naar de ziekte gaat waar ze mee worstelen.
“Het systeem van de duo legaten in Vlaanderen, waar nakomelingen minder erfenisrechten moesten betalen, stimuleerde de donaties via legaten. Dat is nu afgeschaft in Vlaanderen, niet in Wallonië en Brussel.“
De Stichting rankt daarmee bij de top drie van goede doelen in België. Naast legaten zijn er acties zoals Levensloop, de 24-uurs wandeltochten die in verschillende steden worden georganiseerd. Overheidssteun is minimaal: enkel enkele honderdduizenden euro's voor tabakspreventie.
Wat het verschil is tussen Stichting Tegen Kanker en Kom op Tegen Kanker ▶ 7:11
De vraag ligt voor de hand: wat is het verschil met Kom op Tegen Kanker? Van Cutsem verduidelijkt: “Stichting Tegen Kanker is nationaal, is Belgisch. Kom op Tegen Kanker acteert alleen in Vlaanderen.“ De missies verschillen ook. De Stichting focuste van bij de start op kankeronderzoek, Kom op Tegen Kanker is meer een belevingsorganisatie met nadruk op patiëntgerichte projecten. Al zijn de grenzen intussen vervaagd, beide organisaties doen vandaag aan onderzoek én patiëntenzorg.
“Als onderzoeker aan de universiteit in Leuven ben ik blij dat er verschillende organisaties bestaan,“ zegt Van Cutsem pragmatisch. “Dan kun je geld proberen te verwerven via onderzoeksbeurzen van verschillende organisaties.“ Er is een gezonde concurrentie, maar ook samenwerking. Samen richtten ze bijvoorbeeld de vzw Rookvrije Generatie op.
“Als je zou zeggen we moeten Stichting Tegen Kanker en Kom op Tegen Kanker laten samengaan, dan moet 1+1 drie worden en niet 1,5.“
Van Cutsem erkent de naamsverwarring in Vlaanderen, maar benadrukt dat beide organisaties elkaar versterken. In Wallonië is er nog een derde speler: Télévie, die via één jaarlijkse tv-show rond de 10 à 12 miljoen euro binnenbrengt.
Waarom een rookvrije generatie stap voor stap wil werken ▶ 9:46
De vzw Rookvrije Generatie, een alliantie van Stichting Tegen Kanker, Kom op Tegen Kanker en onder meer de Cardiologische Liga, is vooral een lobbygroep. Het doel: zoveel mogelijk publieke plaatsen rookvrij maken en het aantal jonge rokers terugdringen. “Daar wordt de basis gelegd voor later roken,“ zegt Van Cutsem. “Veel mensen beginnen te roken op adolescente leeftijd en geraken er eind twintig niet meer vanaf.“
Waarom niet gewoon pleiten voor het illegaal maken van tabak? Van Cutsem schudt het hoofd. “Je moet realistische doelstellingen kunnen. Als je daarvoor gaat pleiten kun je daarvoor pleiten, maar je kunt beter stap voor stap proberen dat te verkrijgen.“ Hij wijst erop dat een totaalverbod andere vragen oproept: wat doen we dan met alcohol, met softdrugs? “Ik ben daar niet de grootste voorstander van, want ik denk dat het altijd goed is om een soort van common sense en vrijheid te behouden aan de burger.“
“Compleet illegaal maken van tabak is niet helemaal realistisch vandaag. Je moet realistische doelstellingen kunnen, stap voor stap proberen dat te verkrijgen.“
Hij wijst op de recente verhoging van accijnzen en de opgetrokken minimumleeftijd van 16 naar 18 jaar. België zit niet bij de hoogste accijnzen in Europa, er is nog marge. En het werkt: het percentage jongeren dat rookt, daalt. Ook vapen en e-sigaretten komen ter sprake. “Vapen en e-sigaretten zijn minder slecht dan de klassieke sigaret, maar ook niet goed. Er zijn ook schadelijke effecten aangetoond.“ De Rookvrije Alliantie neemt alle tabakgerelateerde producten mee in haar strategie.
Waarom borstkanker en darmkanker vaker voorkomen in het Westen ▶ 13:12
Is kanker een welvaartziekte? Van Cutsem nuanceert: “Kanker neemt toe. De voornaamste reden dat de kankerincidentie toeneemt is dat de bevolking ouder wordt. Kanker is en blijft een ziekte die meer frequent is bij een 70-jarige dan bij een 40-jarige.“ Maar bepaalde kankers zijn wél gekoppeld aan de westerse levensstijl.
“Borstkanker en darmkanker zijn welvaartziekten. Ze komen veel meer voor in westerse landen met de westerse levensstijl, zelfs als je het corrigeert voor leeftijd.“
Bij darmkanker zijn de oorzaken gedeeltelijk bekend: overgewicht, beperkte lichaamsbeweging, te veel dierlijk vet, te weinig vezels, te veel rood of bewerkt vlees. “Je herkent die in de westerse levensstijl,“ zegt Van Cutsem. Maar hij waarschuwt voor zwart-witdenken. Toen een journalist van de VRT hem vroeg of slachterijen dan gesloten moesten worden, antwoordde hij: “Uiteraard is dat niet zo. Het is niet omdat je alle dagen groot hoeveelheden rood vlees eet dat je darmkanker gaat krijgen. Rood vlees staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen van de WHO, maar je moet dat met gezond verstand en met common sense benaderen. Het is één van de factoren, het is multifactorieel.“
Ook kankers aan de overgang slokdarm-maag nemen toe door overgewicht, dat refluxziekte veroorzaakt. Het zuur uit de maag loopt dan gemakkelijker door naar de slokdarm, wat op termijn tot kanker kan leiden.
Niet alle kankers zijn westerse ziekten. In Azië is leverkanker veel frequenter door hepatitis B- en C-virussen. Baarmoederhalskanker komt veel meer voor in landen met slechte medische infrastructuur, veroorzaakt door bepaalde HPV-virussen. “Dat is geen beschavingsziekte,“ benadrukt Van Cutsem.
De toename van endeldarmkanker bij jongeren en de rol van antibiotica ▶ 17:01
Er is een zorgwekkende trend: in westerse landen neemt endeldarmkanker toe bij jongeren. Van Cutsem verscheen onlangs in Terzake om hierover te praten. “In de Verenigde Staten is 10 procent van alle darmkanker bij mensen jonger dan 50 jaar. In België is dat nu 6 procent, binnen enkele jaren verwachten we 10 procent.“ Er zijn zelfs gevallen bij mensen tussen 20 en 30 jaar.
Wat is de oorzaak? Weer wijst Van Cutsem naar de westerse levensstijl, maar er is meer. Er bestaat een hypothese dat veelvuldig onnodig gebruik van antibiotica op jonge leeftijd de bacteriële flora en het microbioom beïnvloedt. Het microbioom, de bacteriële gemeenschap in de darmen, wordt in onderzoek gerelateerd aan veel aandoeningen: van depressie tot ziekte van Parkinson, van kanker tot cardiale problemen.
“Er zijn veel hypotheses dat het microbioom een rol speelt. Veelvuldig gebruik van antibiotica beïnvloedt de bacteriële flora. Dat is niet allemaal bewezen, maar er zijn veel hypotheses.“
Antibiotica, vaak onnodig voorgeschreven bij virale infecties, verstoren die bacteriële flora. Gecombineerd met overgewicht en andere factoren zou dat volgens hypotheses kunnen leiden tot kanker op jonge leeftijd. “Bij virale infecties moeten we geen antibiotica gebruiken. Antibiotica hebben we nodig bij infecties, maar er zijn gradaties.“
Hoe een laryngectomie iemands stem definitief verandert ▶ 19:07
Van Cutsem wordt geconfronteerd met een specifieke vraag: wat gebeurt er met mensen die keelkanker hebben en niet meer kunnen spreken zonder op een knop op hun keel te drukken? Het is geen domme vraag, zegt hij, maar een logische. “Als je keelkanker hebt of een kanker bovenaan in de slokdarm moet je soms een laryngectomie doen. Dan wordt het strottenhoofd en de stembanden weggenomen en moet je via een opening in de hals ademen.“
De reden: wanneer een tumor in de keel of net onder de sluitspier tussen keel en slokdarm zit, moet de chirurg met voldoende marge snijden. Soms betekent dat het wegnemen van het strottenhoofd en de stembanden. Patiënten kunnen dan via logopedische technieken en een klein hulpmiddeltje opnieuw leren spreken, maar het is niet meer wat het was.
“Als je keelkanker hebt of een kanker bovenaan in de slokdarm moet je soms een laryngectomie doen. Dan wordt het strottenhoofd en de stembanden weggenomen en moet je via een opening in de hals ademen.“
Keelkanker wordt voornamelijk veroorzaakt door twee factoren: roken en alcohol. Beide verhogen de kans op kanker in de keel en het bovenste deel van de slokdarm. Van Cutsem benadrukt dat het om kansverhoging gaat. “80 tot 90 procent van alle longkanker zijn gerelateerd aan roken. Maar het is niet omdat je gerookt hebt zoals een Turk dat je longkanker gaat krijgen. En er zijn ook niet-rokers die longkanker krijgen.“
Erfelijke kanker versus genetische veranderingen: het verschil dat iedereen verwart ▶ 23:15
Hoeveel kankers zijn erfelijk? Van Cutsem legt een cruciaal onderscheid uit: erfelijke kanker versus kanker met genetische veranderingen. “Bij erfelijke kanker heb je veranderingen in bepaalde genen die overdraagbaar zijn. Maar je hebt ook kankers met genetische veranderingen die niet erfelijk overdraagbaar zijn, die waarschijnlijk door omgevingsfactoren komen.“
Bij darmkanker is 15 tot 20 procent erfelijk of familiaal voorbestemd. Bij borstkanker is dat in dezelfde grootorde. Het bekendste voorbeeld is Angelina Jolie, drager van een BRCA-mutatie.
“Angelina Jolie had een BRCA-mutatie. Vrouwen die draagster zijn laten vaak preventief borstamputatie doen of de eierstokken wegnemen om hun risico te verminderen.“
Wie drager is van het BRCA-gen heeft niet automatisch borstkanker, maar een hoge kans. Kinderen van dragers hebben één op twee kans om het gen te erven. Dan is er ook de familiale belasting, waarbij families meer kanker zien zonder dat er een specifiek gen wordt gevonden. “Van alle kankers wereldwijd is het misschien 5 à 10 procent maximum waar een erfelijke factor in zit. Omgevingsfactoren zijn meer frequent.“
Omgevingsfactoren zijn niet enkel levensstijl. Asbest is een goed gekend voorbeeld. Vroeger gebruikt in isolatiemateriaal en eternietplaten, veroorzaakt asbest longvlieskanker. “Het effect is niet na twee of drie jaar, maar na enkele decades. We verwachten de volgende jaren nog een stijging van asbestgerelateerde kanker.“ Over twintig jaar zal die dalen, omdat asbest niet meer wordt gebruikt. Ook PFOS en luchtvervuiling spelen een rol, al zijn de effecten moeilijker te kwantificeren.
Het mysterie van pancreaskanker: 95 procent niet erfelijk, geen enkele oorzaak gekend ▶ 28:18
Van alle kankers is pancreaskanker misschien wel de meest angstaanjagende. Van Cutsem, digestief oncoloog in Leuven, ziet er veel patiënten mee. “Bij pancreaskanker is ongeveer 5 procent erfelijk voorbestemd, dat wil zeggen 95 procent niet. We kennen geen enkele oorzaak en het trieste is dat we een stijging zien in het Westen.“
Elk jaar krijgen ongeveer 2.000 mensen in België pancreaskanker. Ter vergelijking: bij darmkanker zijn dat er 8.000. Maar de prognose is dramatisch verschillend. Bij borstkanker overleeft meer dan 80 procent, bij darmkanker 70 procent. Bij pancreaskanker? Minder dan 5 procent.
“Pancreaskanker wordt na longkanker de meest frequente doodsoorzaak in westerse landen. Het is borstkanker al aan het voorbijsteken.“
Waarom zo dodelijk? Van alle patiënten met pancreaskanker kunnen slechts 10 tot 15 procent geopereerd worden. De rest wordt gediagnosticeerd in een te vergevorderd stadium. En van die 15 procent die wél geopereerd kunnen worden, krijgt 80 tot 85 procent een herval. “Als je dat kijkt, 80 tot 85 procent van 15 procent, dan zit je aan minder dan 15 procent van de pancreaskankers die genezen.“
Van Cutsem benadrukt dat dit statistiek is. “Voor een individuele patiënt die die diagnose heeft moeten we ervoor gaan.“ Maar de realiteit blijft hard: pancreaskanker is een raadsel zonder oplossing. De reden dat het zo moeilijk te behandelen is: de kankercellen zitten ingebed in wat medisch het stroma genoemd wordt, bindweefsel eromheen dat therapieën blokkeert. “Die interactie tussen tumorcel en omgeving beter gaan begrijpen, dat is heel belangrijk. Als we dat beter gaan begrijpen dan gaan we zeker meer vooruitgang maken.“
Waarom de eerste chemotherapie zonder nevenwerkingen kraantjeswater is ▶ 43:47
Chemotherapie helpt tegen kanker, maar heeft ook schadelijke effecten. Van Cutsem spreekt die realiteit niet tegen. “De eerste chemotherapie die geen nevenwerkingen heeft bestaat niet. Dat is kraantjeswater, en dat zal geen werking hebben.“ De kunst is de balans vinden tussen werking en neveneffecten.
Op korte termijn zijn er nevenwerkingen zoals braken en haaruitval. “We proberen die zoveel mogelijk te minimaliseren,“ zegt Van Cutsem. Dertig jaar geleden waren er geen adequate antibraakmiddelen, vandaag wel. Bij sommige chemotherapieën die haaruitval geven, kun je die verminderen met een koelkap. Voor vermoeidheid, een veelvoorkomende nevenwerking, is er geen simpele oplossing. “Dat is multifactorieel: de tumor zelf, de behandeling, een combinatie van beide.“
Op lange termijn kunnen er ook problemen zijn: hartbeschadiging, tintelingen in vingers of tenen die levenslang blijven, of zelfs een verhoogde kans op andere kankers na dertig jaar. “Maar ge moet dat in een balans leggen,“ benadrukt Van Cutsem. “Als die patiënten die therapie niet hadden gehad, waren ze er vandaag niet meer.“
“Elke vooruitgang kan alleen komen door investeren in onderzoek. Basisonderzoek en klinisch onderzoek zijn cruciaal, dat is fundamenteel om vooruitgang te maken.“
Levenskwaliteit tijdens de behandeling is vandaag een belangrijk aandachtspunt. Veel onderzoek richt zich op het verminderen van nevenwerkingen en het helpen van patiënten omgaan met ongemakken. De Stichting Tegen Kanker financiert ook sociale projecten die daar specifiek op inzetten.
De vier soorten systeemtherapie: van klassieke chemo tot Car-T-celtherapie ▶ 46:46
Niet alle kankertherapie is hetzelfde. Van Cutsem onderscheidt vier groepen systeemtherapieën, medicijnen die via het bloed werken, intraveneus of oraal via tabletten.
De eerste groep is klassieke chemotherapie, middelen die tumorcellen doden. Zij hebben de reputatie van veel nevenwerkingen: braken, haaruitval. De tweede groep is hormonale therapie, meestal oraal, gebruikt bij borstkanker en prostaatkanker. Bij borstkanker krijgen vrouwen vaak vijf jaar lang dagelijks een tablet om de kans op herval te verminderen. “Bij borstkanker zitten op die tumorcellen bepaalde eiwitten op de celwand die gevoelig kunnen zijn aan een hormonale therapie,“ legt Van Cutsem uit.
De derde groep zijn doelgerichte middelen, een recentere ontwikkeling. Deze grijpen in op specifieke eiwitten of genen in de tumorcel. Bij borstkanker krijgen vrouwen met het HER2-eiwit trastuzumab. Bij patiënten met een BRCA-mutatie werkt olaparib, een doelgericht middel, beter. “Daarvoor is het heel belangrijk dat we een tumor zo nauwkeurig mogelijk analyseren,“ zegt Van Cutsem. Het DNA van de tumor wordt volledig ontraffeld via Next Generation Sequencing om te kijken welke genen of eiwitten afwijkend zijn.
“We gaan het DNA van de tumor helemaal ontrafelen, een volledige DNA-analyse van de tumorcel om te gaan kijken welke genen welke eiwitten zijn afwijkend en daar met één van de doelgerichte middelen op ingrijpen.“
Deze doelgerichte middelen kunnen soms alleen gebruikt worden, maar vaak in combinatie met klassieke chemotherapie. De strategie hangt af van de specifieke moleculaire kenmerken van de tumor.
De vierde en laatste groep is immuuntherapie, het hete hangijzer van het laatste decennium. “De laatste jaren is de introductie van immuuntherapie één van de belangrijkste evoluties.“ Bij huidkanker, het melanoom, was er tot tien jaar geleden geen goede therapie. Vandaag kunnen patiënten met uitgezaaid melanoom soms genezen of vele jaren langer leven. Ook bij longkanker, darmkanker en maagkanker wordt immuuntherapie ingezet.
Hoe werkt het? De kankercel schakelt het afweersysteem van de patiënt uit door T-cellen, een groep witte bloedcellen, plat te leggen. Die T-cellen zouden normaal kankercellen kunnen opruimen, zoals ze bacteriën en virussen opruimen. Immuuntherapie schakelt die blokkade uit, zodat de T-cellen de kankercel weer kunnen aanvallen.
“We zitten nu in een eerste generatie, er gaan totaal nieuwe concepten komen met vaccins en bewerkte T-cellen. Er komt Car-T-celtherapie voor bepaalde kankers.“
De volgende stap zijn kankervaccins op basis van mRNA-technieken, een technologie die door COVID-19 een enorme boost kreeg. “Men was voor COVID al aan het zoeken om mRNA-vaccins te ontwikkelen. Men vond de techniek niet goed, een virus is veel makkelijker dan kanker. Maar het heeft toegelaten die COVID-vaccins op punt te stellen.“ Nu is er geld en kennis om kankervaccins te ontwikkelen, deels met weefsel van de tumor, deels met bloed van de patiënt.
Hoe de darmkankerscreening in Vlaanderen driehonderd tot vierhonderd overlijdens vermijdt ▶ 55:03
Een van de hoogtepunten uit Van Cutsems carrière is de invoering van de darmkankerscreening in Vlaanderen. In 2003 begon hij samen met toenmalig minister Inge Vervotte aan een project dat in 2013 resulteerde in een landelijke uitrol. “Ik heb drie ministers overleefd,“ zegt hij lachend. Sinds 2013 krijgt elke Vlaming tussen 50 en 74 jaar een stoelgangtest thuisgestuurd. In 2013 was Jo Vandeurzen minister.
“Door de toegangstesten voor darmkanker gaan we driehonderd tot vierhonderd overlijdens in Vlaanderen vermijden als we voldoende participatie hebben.“ Jaarlijks sterven ongeveer 2.000 Belgen aan darmkanker. De deelname aan de screening ligt rond de 50 procent, nog eens 10 procent krijgt sowieso al een coloscopie. In totaal wordt dus 60 procent van de doelgroep bereikt. Dat is beter dan in Wallonië en Frankrijk, maar niet zo goed als in Nederland. “Er is zeker nog verbetering mogelijk,“ geeft Van Cutsem toe.
Het principe: secundaire preventie. De kanker wordt niet voorkomen, maar vroegtijdig opgespoord, voordat hij uitgezaaid is. Dat verbetert de prognose drastisch. Bij darmkanker in een vroeg stadium hervalt slechts een paar procent van de patiënten. In een gevorderd stadium ligt dat percentage veel hoger.
Primaire preventie, het zoeken naar oorzaken van kanker, is veel moeilijker.
“Het ideale scenario, de droom zou zijn dat we alle oorzaken van kanker kunnen uitschakelen, maar zolang er leven is op aarde zullen er waarschijnlijk factoren zijn die een rol spelen.“
Herval in perspectief: van lichtgrijs naar donkergrijs ▶ 38:30
Het hervalpercentage hangt sterk af van het type kanker en het stadium waarin het wordt vastgesteld. Van Cutsem geeft concrete cijfers. Bij Hodgkin-lymfoom in een vroeg stadium: 95 procent genezing, bijna geen herval. Bij teelbalkanker hetzelfde: meer dan 90 procent geneest. Bij darmkanker in een vroeg stadium hervalt slechts een paar procent. In stadium 3 ligt het hervalpercentage tussen de 40 en 60 procent.
Bij pancreaskanker is het beeld dramatisch anders. Slechts 10 tot 15 procent kan geopereerd worden, en van die groep hervalt 80 tot 85 procent. “Als je dat kijkt, 80 tot 85 procent van 15 procent, dan zit je aan minder dan 15 procent van de pancreaskankers die genezen.“
“Het is niet zwart-wit. Het is lichtgrijs donkergrijs. Je hebt minder kans om herval als je bijkomende therapie doet. Ik leg dat uit tegen de patiënten.“
Om de kans op herval te verminderen krijgen steeds meer patiënten een bijkomende behandeling na de operatie. Bij borstkanker is dat vaak vijf jaar hormonale therapie. Bij darmkanker en pancreaskanker is dat zes maanden chemotherapie. Bij slokdarmkanker en endeldarmkanker gebeurt steeds vaker een voorbehandeling met bestraling en chemotherapie voordat de operatie plaatsvindt. “Enerzijds wordt de tumor kleiner en is het werk van de chirurg makkelijker. Anderzijds weten we dat met een voorbehandeling de kans op een herval na een operatie ook kleiner is.“
Het goede nieuws: de hervalpercentages dalen, omdat meer kankers vroegtijdig worden vastgesteld en omdat bijkomende behandelingen steeds gerichter en effectiever worden.
De transformatie van darmkanker: van doodvonnis naar chronische ziekte ▶ 56:27
Van Cutsem vertelt over zijn eigen traject als digestief oncoloog. Toen hij dertig jaar geleden begon, was er voor patiënten met darmkanker niets. “Patiënten met uitzaaiingen overleden binnen drie of vier maanden.“ Wie kon geopereerd worden, werd geopereerd. Er was geen behandeling nadien.
Vandaag is het beeld totaal anders. “We kunnen een aantal mensen met uitzaaiingen genezen en bij veel anderen er een chronische ziekte van maken.“ Sommige patiënten leven vijf of tien jaar met uitgezaaide darmkanker, dankzij nieuwe chemotherapieën, doelgerichte middelen en immuuntherapie. “Voor mij heeft dat grote voldoening gegeven. Dat is niet één moment, dat is een accumulatie van verschillende factoren over dertig jaar.“
“Voor mij wat voldoening gegeven heeft is niet dat ene moment want die vooruitgang op 30 jaar dat is niet op 1 januari 2011 bijvoorbeeld dat we ineens hadden gezien maar dat is een accumulatie van verschillende factoren.“
Van Cutsem coördineerde internationale onderzoeksprojecten, zowel Europese als Amerikaanse. “Mee in de drivers seat zitten om eigenlijk te zorgen dat het onderzoek goed gebeurt en ook mee aan het onderzoek gedaan hebben, dat geeft grote voldoening.“ Het is ook de reden waarom hij zich volledig wil inzetten voor de Stichting Tegen Kanker. Hij beseft als geen ander dat elke vooruitgang voortkomt uit onderzoek. “Elke vooruitgang of elke betere prognose kan alleen komen door investeren in onderzoek. Basisch onderzoek en klinisch onderzoek, dat is fundamenteel om vooruitgang te maken.“
Hoe Van Cutsem voorzitter werd van een organisatie met twee talen ▶ 33:30
Van Cutsem kwam bij de Stichting Tegen Kanker via de wetenschappelijke jury. Die jury, samengesteld uit onderzoekers van verschillende universiteiten, beoordeelt alle onderzoeksaanvragen. “We krijgen veel meer aanvragen dan dat we grants kunnen geven.“ Elk project wordt ook beoordeeld door buitenlandse experten, om vriendjespolitiek te vermijden. “België is klein, dat moet onafhankelijk en transparant.“
Van Cutsem werd gevraagd om lid te worden van de raad van bestuur als wetenschapper. Later werd hij covoorzitter, samen met professor Pierre Coulie van de UCL, een basiswetenschapper gespecialiseerd in immunologie. De voorzitters zijn statutair altijd een Nederlandstalige en een Franstalige. “Al onze vergaderingen zijn ieder spreekt zijn eigen taal en de andere verstaat het wel.“
Geen Engels dus? “Ik persoonlijk zou dat zeker kunnen,“ zegt Van Cutsem. “Ik denk dat een aantal van onze Franstalige collega's nog altijd verkiezen dat ieder zijn eigen taal spreekt.“ Het is het Belgische compromis in een notendop, maar het werkt. De raad van bestuur bestaat uit wetenschap