De man die dialoog zocht in het land van de boze buren

De late namiddagzon valt door de ramen van De Melkerij in Brasschaat wanneer Ludo Abicht zijn glas whiskey oppakt. Op zijn 87ste heeft de filosoof en auteur nog altijd de scherpe blik van iemand die decennia lang naar complexe vraagstukken heeft gekeken zonder simpele antwoorden te zoeken. Vandaag komt hij praten over zijn meest controversiële boek, een dialoog over Israël-Palestina die geen dialoog werd.

“Solidariteit is belangrijk,“ zegt Abicht, terwijl hij bedachtzaam aan zijn glas nipt. “Hoe verbinden we al die individuen nog tot een groter geheel? Daar zie ik dat onze samenleving voor een stuk een beetje vastzit.“

Het is een terugkerend thema in het werk van de Antwerpse denker: hoe praat je met mensen die fundamenteel anders denken? Hoe vind je gemeenschappelijke grond in een wereld die steeds meer verdeeld lijkt? Zijn laatste boek over het Israël-Palestina conflict werd een pijnlijke illustratie van precies die uitdaging.

"Don't feed the animals", Een eerste confrontatie met de realiteit ▶ 0:30

Het boek ontstond uit frustratie. Jarenlang gaf Abicht lezingen over het Jodendom, vooral de geschiedenis en cultuur. Maar steevast kreeg hij dezelfde vraag: “Wat doen ze daar met de Palestijnen?“ Zijn eerlijke antwoord, “Daar weet ik echt heel weinig van“, zat hem dwars.

“Dat klopt niet,“ dacht hij. “Ik moet dat gaan onderzoeken.“

Dus reisde hij af naar Israël en Palestina. 25 keer in totaal, soms voor een half jaar. Hij sprak met Joden in kibboetsen, met Holocaust-overlevenden, met zijn eigen familie die daar woont. En toen deed hij iets wat hij “niet mocht doen.“

“Ik ging dan ook gaan praten in de kampen van de Palestijnen. Ze hadden mij gezegd: pas op, het is gevaarlijk. Zoals als je naar een Nationaal Park gaat in Amerika: don't feed the animals.“

Die waarschuwing, vergelijk Palestijnen met wilde dieren, schokte hem. “Dat was bijna zo van: op uw eigen risico. Maar ik dacht: nee, ik wil die mensen ook horen.“

Hoe een beweging van atheïsten God ging gebruiken ▶ 9:30

Om het huidige conflict te begrijpen, neemt Abicht zijn gesprekspartners mee naar de 19e eeuw. Het zionisme, legt hij uit, ontstond niet uit religieuze overtuiging maar uit praktische problemen. Joden kregen wel burgerrechten in Europa, maar bleven kwetsbaar.

“Het zijn twee categorieën die de gewone mensen wantrouwen,“ zegt Abicht. “De heel rijken en de Jood als intellectueel die kritisch tegenover de situatie staat.“

De ironie was dat de eerste zionisten, mannen zoals Theodor Herzl, bijna atheïsten waren. Ze gebruikten het religieuze verlangen van vrome Joden naar het Beloofde Land voor hun seculiere doel: een eigen staat.

“Voor veel Joden waren die zionisten eigenlijk godslasteraars. Ze gebruikten het verlangen van de vrome Joden terwijl ze zelf bijna atheïsten waren.“

De meeste Joden waren aanvankelijk tegen het zionisme. Sommigen omdat ze zich eindelijk thuis voelden in Europa, anderen omdat ze geloofden dat alleen God kon beslissen over een terugkeer naar Jeruzalem. Pas na de Holocaust veranderde die houding massaal.

Een land dat al bewoond was ▶ 29:14

Abicht heeft een heldere analyse van waarom het conflict zo hardnekkig is: beide partijen hebben gelijk.

“Ze allebei hebben van grond van de zaak gelijk. De Palestijnen zeggen: wij wonen hier al eeuwen. De Joden zeggen: wij waren hier eerst.“

Maar er is een cruciaal detail dat vaak over het hoofd wordt gezien. Palestina was in de vroege 20ste eeuw geen lege woestijn die wachtte op kolonisatie.

“Het was een land dat redelijk welvarend was. Het land met het hoogste aantal diploma's en mensen met educatie, nog voor die Joden kwamen.“

De Palestijnen exporteerden citrusvruchten, wijn en olie. Ze stuurden hun kinderen naar buitenlandse universiteiten. Het was een samenleving in volle ontwikkeling, tot de eerste zionistische kolonisten arriveerden.

Britse spelletjes in de woestijn ▶ 33:39

Achter de colonisatie zat een grotere geopolitieke strategie. De Britten geloofden in “settler colonies“, zij stuurden loyale onderdanen naar strategische gebieden om die te controleren. Ze hadden het gedaan in Australië, Zuid-Afrika en Rhodesië. Nu zochten ze een groep voor het Midden-Oosten.

“De Engelsen zochten eigenlijk een groep mensen die bereid was om voor hen te koloniseren,“ verklaart Abicht.

Maar de Britten speelden een dubbel spel. Via Lawrence of Arabia beloofden ze de Arabieren een groot rijk met hoofdstad Jeruzalem als ze meevochten tegen de Turken. Tegelijkertijd beloofden ze de zionisten via de Balfour Declaratie een “Homeland“ in hetzelfde gebied.

“Ze hebben achter de rug van die twee groepen een andere deal gesloten met de Fransen. Dat is typisch Engelse diplomatie.“

“De Engelsen waren verschrikkelijk pro-Engels. Die hebben gewoon hun eigen belang verdedigd. Soms was het met de ene, soms met de andere.“

De stilte tijdens de Holocaust ▶ 39:31

Abichts familiegeschiedenis kleurt zijn perspectief. Zijn tante trouwde met een Jood uit Parijs, een man wiens familie oorspronkelijk uit Spanje was verdreven in 1492. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdween de helft van die Parijse familie.

Als zesjarige jongen hoorde Abicht gesprekken die hij niet mocht horen. Hij las als tiener alles over de Holocaust wat hij kon vinden, “eigenlijk te veel voor een manneke van 10, 12 jaar.“

Maar hij kwam ook pijnlijke waarheden tegen over de oorlog. De geallieerden wisten waar de vernietigingskampen lagen. Ze hadden luchtfoto's. Ze konden de treinsporen bombarderen.

“Men wist precies waar die kampen waren, men wist ook min of meer wat er gebeurde. Maar als je laat blijken dat je dat weet, dan verzwak je je oorlogspotentieel.“

Na de oorlog voelde iedereen zich schuldig. Europa had gefaald in het beschermen van de Joden. De oplossing? Een eigen Joodse staat.

“Iedereen voelde zich schuldig en dan moesten ze maar eens een gebaar doen. Die gebaar was dan het toelaten van de stichting van staat Israël, zonder één moment na te denken over de rechten van de andere mensen.“

"Een klein beetje gevoel voor die andere mensen" ▶ 41:36

Abichts Joodse familie begrijpt zijn kritiek niet. Ze hebben het recht om veilig te leven, zeggen ze. Ze verdienen compensatie voor wat hen is aangedaan. Dat is allemaal waar, geeft Abicht toe. Maar dan wijst hij op de prijs die anderen betalen.

“Hele steden werden gewoon geleegd. Letterlijk etnische zuivering. Als ik dat zeg tegen mijn familie en neven: kun je niet een klein beetje gevoel hebben voor die andere mensen?“

Het antwoord frustreert hem: “Dan kijken ze u zo aan van: waarmee ben je nu bezig? Dat is gewoon een ander verhaal.“

Abicht ziet parallellen met zijn ervaring in het Amerikaanse Zuiden in de jaren 60. Blanke families toonden hem vol trots foto's van slavinnen die hun voorouders hadden “gekocht.“ In hun salon hing een geweer met “niger killer“ erop. Ze beweerden dat “hun“ zwarten tevreden waren.

“Die woede van generatie op generatie wordt doorgegeven. Dat is normaal. De ellende wordt ook doorgegeven.“

De dialoog die geen dialoog werd ▶ 3:38

Voor zijn boek probeerde Abicht een echte dialoog te organiseren met André Gantman, een uitgesproken zionist uit Antwerpen. Maandenlang zaten ze samen, bij Gantman thuis, bij Abicht thuis, om elke kwestie te bespreken.

“De poging was een dialoog, maar dat is niet gelukt. We zullen samen whiskey drinken, we kennen elkaar goed, maar als het erop aankomt zegt hij wat hij denkt en ik ook.“

Geen van beide mannen was bereid zijn standpunt te wijzigen. Het werd een boek van twee parallelle monologen, lezers konden zelf oordelen welke argumenten hen overtuigden.

Het illustreert de diepere uitdaging waar Abicht zijn hele leven mee worstelt: hoe voer je een echte dialoog met mensen die fundamenteel andere overtuigingen hebben?

Waarom Hamas de kindsoldaten van morgen creëert ▶ 45:12

De recente escalatie na 7 oktober schokte Israël, vertelt Abicht. Ze dachten dat ze de situatie onder controle hadden. Na elke raketaanval bombardeerden ze Gaza plat, probleem opgelost.

“Ze hebben zich rot geschrokken,“ zegt hij. “Ze hadden nooit gedacht dat die zouden... Ze proberen het nu helemaal plat te leggen.“

Maar de strategie is contraproductief:

“Ze denken dat daar geen kinderen zijn die nu 14, 12, 13 jaar zijn en die worden binnen vier jaar de strijders. Ideologie krijg je niet kapot als je niet probeert te ontmijnen.“

Abicht ziet hoe Palestijnse jongeren naar het nieuws kijken en Europese hypocrisie waarnemen. Ursula von der Leyen zwaait met de Oekraïense vlag en roept op tot verzet tegen bezetting. Tegelijkertijd steunt ze Israëls bezetting van Palestijns gebied.

“Ze zien Ursula van der Leyen met de grote vlag van Oekraïne zwaaien en zeggen: we moeten absoluut vechten tegen volkeren die bezetten. Nu is het omgedraaid.“

Europa betaalt, Amerika speelt ▶ 48:51

De geopolitieke realiteit is cynisch, legt Abicht uit. Amerika speelt het spel, Europa betaalt de rekening.

“Europa zal meer betalen voor de heropbouw, voor nieuwe waterzuivering, voor de huizen. We are the players, zeggen de Amerikanen. Wij spelen het spel, Europa zal betalen.“

Het herinnert hem aan zijn jeugdidealen. In de jaren 50 was hij actief bij de Europese federalistische jeugd. Ze zaagden grenspalen door en maakten er kampvuren van, droomden van een Europa zonder grenzen.

“Wij waren jongeren die wilden samenkomen met jongeren van andere landen. We gingen die houten grenspalen in stukken zagen en dan een groot kampvuur maken.“

Dat Europa had nog visie, nog idealisme. Het huidige Europa dient vooral grote bedrijven, vindt hij.

Het gif van het eeuwige slachtofferschap ▶ 52:03

Een van de pijnlijkste aspecten van het conflict is hoe trauma wordt doorgegeven. Abicht beschrijft hoe Joodse kinderen elke sabbat te horen krijgen dat ze vervolgd worden, dat iedereen tegen hen is.

“Bij de Joden op sabbat krijgen de kindjes mee: wij zijn Joden, men heeft ons altijd vervolgd. Ze krijgen elke week een voorbeeld van hoe Joden behandeld zijn.“

Hij herinnert zich zijn Joodse studenten in Amerika die leerden: “Never trust a goy“, vertrouw nooit een niet-Jood.

Dat eeuwige slachtofferschap wordt een gevangenis. Het voorkomt empathie voor andere slachtoffers, zoals de Palestijnen die nu verdreven worden zoals de Joden ooit verdreven werden.

Kunnen aartsvijanden vrienden worden? ▶ 50:58

Is er hoop? Abicht wijst op de geschiedenis tussen Frankrijk en Duitsland. Eeuwenlang waren het aartsvijanden. Nu zijn ze bondgenoten.

“Ik denk dat kan,“ zegt hij. Maar het wordt steeds moeilijker naarmate er meer oorlogen komen, meer trauma wordt opgestapeld.

De oplossing ligt niet in het ontkennen van rechten van de ene of andere kant, maar in het erkennen van wederzijdse waardigheid. Beide volkeren hebben recht op een toekomst.

Maar daar is moed voor nodig, de moed om voorbij je eigen verhaal te kijken en te erkennen dat ook de ander pijn heeft geleden.

"Ik heb geen god nodig, ik heb ook geen baas nodig" ▶ 55:29

Het gesprek verschuift naar Abichts andere grote passie: het anarchisme. Niet het anarchisme van brandende auto's, maar van mensen die hun leven zelf in handen willen nemen.

“Anarchisme betekent eigenlijk: ik heb geen god nodig, ik heb ook geen baas nodig. Geen geloof, geen staat, geen vakbondsmilitant die u zegt wat je moet doen.“

Hij ziet overal ter wereld “commons“ ontstaan, mensen die zeggen: “We gaan het zelf doen.“ Van volkstuinen in Berlijn tot coöperatieven die multinationals buitenspelen.

“Ik zie nu overal in de wereld commons: mensen die zeggen we gaan het zelf doen. Dat duurt langer, het is moeilijker, maar het is stabieler en echter.“

Te soft, te lui, te weinig verantwoordelijkheid ▶ 56:14

Op 87-jarige leeftijd is Abicht nog altijd ontevreden over de wereld om hem heen. Niet omdat die te hard is, maar omdat die te zacht is geworden.

“Voor mij is het het opgeven van je eigen... Je moet gaan tot zover jezelf kan. Mensen geven te veel op, vind ik. We zijn veel te soft geworden.“

Hij ergert zich aan zijn kleindochter die hem verbetert als hij het “verkeerde“ woord gebruikt. Hij ergert zich aan een maatschappij die individuen ontmoedigt om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven.

“Mensen geven te veel op,“ zegt hij. “We zijn veel te soft geworden.“

De zoektocht naar het nieuwe ▶ 1:02:32

Als de avond valt in De Melkerij, reflecteert Abicht op de uitdagingen van onze tijd. We leven in een overgangsperiode, tussen een oude wereld waarin we niet meer geloven en een nieuwe die we nog niet kunnen zien.

“We geloven niet meer in het oude, maar we weten nog niet goed hoe het nieuwe eruit moet zien.“

Op zijn 87ste heeft hij nog plannen. Een dichtbundel schrijven. Een tijdje wonen in een anarchistische commune om te zien hoe dat werkt. Nog altijd nieuwsgierig, nog altijd zoekend naar antwoorden op vragen die geen simpele oplossingen hebben.

Het is misschien de belangrijkste les uit zijn verhaal: echte wijsheid begint met het erkennen dat de wereld complex is, dat beide kanten vaak gelijk hebben, en dat echte dialoog begint met luisteren, zelfs naar stemmen die we liever niet horen.

In een tijd waarin iedereen direct een mening heeft over complexe conflicten, pleit Abicht voor nederigheid. Voor de moed om te zeggen: “Daar weet ik te weinig van“, en vervolgens de moeite te nemen om het echt te onderzoeken.

Het is een boodschap die past bij de missie van Discours: degelijkheid boven oppervlakkigheid, dialoog boven dogma, en de moed om moeilijke vragen te blijven stellen, zelfs als de antwoorden ons niet bevallen.