Een premier die nog altijd verbaasd is dat hij het geworden is

In De Melkerij te Brasschaat schenkt Alexander De Croo een glas Jack Daniel's Honey in. “Ik ben absoluut een social drinker,“ zegt hij terwijl hij het glas opheft. “Het gebeurt nooit dat ik thuiskom en denk: nu heb ik mijn drink nodig.“ Voor de premier van België is dit zeldzame moment van ontspanning welkom. Over een uur zal hij weer terug zijn in de hectiek van het Wetstraat 16. Maar nu, met een chingetje whiskey en de microfoons van Discours Met De Boys voor hem, neemt hij even de tijd om na te denken over democratie, macht en de vraag of politiek eigenlijk wel een beroep zou moeten zijn.

“Ik vind het nog een luchtelijk voorrecht om het te mogen doen en gemiddeld neem ik 6 van de zeven dagen op een week vind ik het echt super en gemiddeld is er één dag per week waar ik denk dat was een beugelijke nacht.“

"Ik had er eigenlijk niet op verwacht en ook niet echt gewild" ▶ 3:06

Van meet af aan is De Croo verrassend openhartig over zijn onwaarschijnlijke pad naar het premierschap. “Ik ben van mijn eigen nog altijd een beetje verbaasd dat ik hier in zit,“ bekent hij. De regering-De Croo kwam er na maandenlange onderhandelingen waarin verschillende formateurs faalden.

“Ik had er eigenlijk niet op verwacht en ook niet echt gewild. Ik heb daar niet totaal niet op gerekend maar op een bepaald moment ja zit je in een zaal waar mensen rond de tafel zeggen we vertrouwen nu jou, je moet dat doen.“

Die lange formatieperiodes zijn volgens De Croo “een beetje het verrotte van de democratie.“ Het probleem is niet zozeer de tijd die het kost, maar wel het signaal naar de kiezer: “Dat is de scepter van verkiezingen gehad, mensen geven hun mening en had geen namen van ons verwacht is oké mannen komt overeen.“

Toen Covid-19 toesloeg, was het momentum er plots wel. “Op 5 dagen was geklonken,“ herinnert De Croo zich. “De goede kant was: oké kom aan vooruit niet teveel problemen maken en Let's Go. Anders uit ja Bo hebben op die vijf dagen alles uitgeklaard waar dat we vandaag mee bezig zijn.“

De populariteitscontest die het niet is ▶ 6:18

Wanneer de hosts hem confronteren met de kritiek dat democratie te vaak een populariteitscontest wordt, reageert De Croo genuanceerd. “Tuurlijk gaat democratie over populariteit, maar de vraag is: gebruik je die populariteit omdat je graag in het centrum van de belangstelling staat of gebruik je die populariteit om voor u ideeën en om mensen mee te pakken?“

Voor hemzelf is het antwoord duidelijk. Zijn voldoening haalt hij niet uit macht op zich, maar uit overtuigen:

“Voor mij is in een zaal staan, mij voor mij mag het op een bak bier zijn, mensen mij vragen laten stellen en te zien in de zaal dat er een paar mensen zijn die mijn hoofd knikken, dat is het voor mij.“

Die meningsverschillen die de media zo graag uitvergroten? Daar heeft De Croo weinig mee. “Gelukkig dat we meningsverschillen mogen hebben,“ stelt hij vast, om meteen de vergelijking te maken met autocratiën.

“Er zijn ook modellen waar dat je minder meningsverschil hebt. In Rusland als men een referendum organiseert heb je één stukje onzekerheid namelijk is het 90%, 95% of 98% die het eens is.“

Waarom sterke leiders eigenlijk zwakke democratieën maken ▶ 10:10

De roep om “sterke leiders“ die tijdens Covid overal opklonk, ziet De Croo als een misverstand. Zijn ervaring tijdens die periode - het moeilijkste dossier met zeven partijen én alle deelstaatniveaus - overtuigde hem van het tegendeel.

“Die roep die vandaag vaak hoort waarom hij zegt jammer we hebben nood aan sterke leiders en democratie paste eigenlijk niet in dat verhaal,“ zegt hij beslist. Zijn analyse is scherper dan verwacht:

“Wat je nodig hebt is een sterke samenleving en een sterke leider die gaat er alles aan doen om geen sterke samenleving te hebben. Een sterke leider die wil eigenlijk dat er geen tegenspraak is.“

China en Rusland, vaak aangehaald als voorbeelden van daadkrachtige besluitvorming? “China heeft veel langer problemen gehad met Covid dan ons en Rusland is in mijn ogen absoluut geen voorbeeld geweest.“

“Ik verdedig democratie niet omdat het perfect is. Democratie is per definitie imperfect en is iets waar dat je volgens mij af en toe wel een beetje geduld moet mee nemen.“

België dat zichzelf onderschat ▶ 14:26

Het klassieke beeld van België als log en status-quo-gericht land, daar heeft De Croo het helemaal niet mee. Hij ramt een reeks cijfers af die een ander verhaal vertellen:

“We zijn één van de meest talentrijke landen ter wereld. We zijn één van de landen met één van de meest innoverende landen ter wereld. Hier in Gent zijn we, Gent is één van de meest innovatieve steden in Europa.“

Die Vlaming-Waal-tegenstelling waar de politiek zo graag op surft? “Ik vind dat mijn de politiek heeft een neiging om de verschillen tussen Vlamingen en Waal uit te vergroten omdat dat politiek interessant is,“ stelt hij. Het culturele verschil tussen Belgen en Nederlanders is volgens hem veel groter dan dat tussen Vlamingen en Walen.

Ook de complexiteit van het federale systeem ziet hij genuanceerder: “Federale landen zijn altijd een beetje complexer maar hebben wel het voordeel dat je iets beter kunt inspelen op de eigen Eden.“

De meertaligheid die vaak als probleem wordt gezien, zou net een troef moeten zijn:

“Wij zijn al zelfs als geen Gent rondloopt gaat je ongelooflijk veel talen horen, als je in Brussel rondloopt. We zijn hier van de meest internationale plaatsen ter wereld en dus wij zouden eigenlijk die klik moeten maken.“

"Af en toe ga ik eens zeggen tegen Van Quickenborne dat gaan we niet doen" ▶ 21:31

Over zijn rol als premier is De Croo verrassend concreet. Het is geen allesbeheersende positie, maar eerder die van dirigent en bruggenbouwer.

“Mijn rol is twee dingen: eerste de richting aangeven en wat het land nodig heeft, en het tweede ding is ik zorg ervoor dat mensen naar elkaar luisteren.“

Die consensus waar de regering om bekend staat, ontstaat niet vanzelf. De Croo geeft een inkijk in hoe dat werkt: “Proberen te begrijpen ja als we nu dit en dit en dit en dit samen brengen hoe zorg ik ervoor dat dat niet een verwaterd afkooksel is dan zorg ervoor dat eigenlijk die som van die meningen eigenlijk iets sterker hoort.“

Soms betekent dat confrontatie binnen zijn eigen familie:

“Af en toe ga ik eens zeggen tegen Van Quickenborne dat gaan we niet doen, alhoewel dat mocht ik regering doen enkel van Sonic dat ik zou zeggen dat gaat wel doen. Maar zo werkt het compromis.“

Het meest concrete voorbeeld van die methode waren de kernenergie. “We hadden gezegd kerncentrale sluiten, een jaar later hebben gezegd van oké dat is goed we hadden die mening maar de situatie veranderd ja dan moeten we wel van gedacht veranderen.“

Vijf jaar is genoeg (als je ze effectief krijgt) ▶ 37:48

Over de regeringstermijn is De Croo duidelijk: vijf jaar zou moeten volstaan. Het probleem is dat hij er door de lange formatie maar drie effectief zal hebben gehad.

“Ik vind dat 5 jaar genoeg is maar mocht er regeringsvorming minder lang duren dan zou je dat echt vijf jaar hebben. Vandaag is het 5 jaar maar eigenlijk zal ik iets meer dan 3 jaar gehad hebben.“

De kritiek dat je in vijf jaar geen moeilijke beslissingen kunt nemen, weerlegt hij: “Je moet de kiezer niet onderschatten want de gemiddelde kiezer die begrijpt wel dat je af en toe een keer iets moet doen dat niet per se het leukste is.“

Referenda ziet hij niet als oplossing: “Voor mij zijn referenda eigenlijk niet zo overtuigend omdat referenda zitten heel vaak met binaire vragen ja/nee terwijl dat de wereld vandaag soms iets complexer is dan dat.“

Zijn eigen vorm van burgerdemocratie is directer: “Ik ga gewoon op heel veel plaats en gaan spreken en het liefst dan mensen mijn vragen stellen.“

Het Cordon Sanitaire dat geen discussie is ▶ 2:23:32

Wanneer het gesprek op het cordon sanitaire komt, is De Croo glashelder:

“Ik ga nooit met Vlaams Belang in een regering gaan. Ik ga dat niet doen. Ik wil daar heel duidelijk over zijn. Ik ben daar altijd heel duidelijk over geweest.“

Maar hij weigert “politiek tegen“ extreme partijen te voeren. “Als extreem links of extreem rechts groot wordt ja dan vind ik dat wij als partij vooral naar onze eigen moeten kijken moeten zeggen ja wat hebben verkeerd gedaan.“

De kunst van het fouten toegeven ▶ 48:06

Een van de opmerkelijkste momenten in het gesprek is wanneer De Croo openlijk spreekt over eigen falen. Over de begroting, een van zijn moeilijkste dossiers, zegt hij:

“In begroting ben ik daar onvoldoende in geslaagd omdat mijn Eva te doen en eigenlijk neem ik dat mezelf kwalijk. Eigenlijk is dat mijn fout geweest.“

Die eerlijkheid komt met een prijs: “Politiek is zeer slecht in fouten toegeven. Als je dat doet dan krijg je de volle laag want natuurlijk in de politiek betekent fouten toegeven dat je fout bent.“

Het voorbeeld van de cultuursector die tijdens Covid gesloten bleef toen dat achteraf niet meer nodig was, illustreert zijn punt: “Ik heb dat hun een parlement gezegd van kijk weet je ik heb toen een keuze gemaakt gebaseerd op het gedacht toen west maar achteraf gezien was dat fout. En als je dat doet dan krijg je de volle laag.“

Wanneer hij wordt geconfronteerd met zijn emoties, is hij opvallend open:

“Als ik mijn dag in het parlement stevig op mijn doos heb gehad dan ga ik proberen dan niet te tonen maar natuurlijk raakt mij dat. Natuurlijk kom ik soms thuis en denk ik shit want dat was niet goed.“

"Ik heb het één keer geprobeerd en I didn't like it" ▶ 2:09:14

Wanneer het gesprek onverwacht op cannabislegalisering komt, toont De Croo zich verrassend openhartig over zijn eigen ervaring - en zijn onzekerheid.

“Ik heb heel veel marijuana zien gebruiken en ik heb het één keer geprobeerd en I didn't like it dus ik heb één keer en toen was de wetenschap klaar.“

Maar zijn politieke positie is genuanceerder geworden: “Ik moet eigenlijk zeggen ik ken de feiten onvoldoende. Ik heb mijn gevoel maar ik heb de feiten onvoldoende om daar een mening over te vormen rond legalisering van marijuana.“

De ververwenheidscultuur die te ver ging ▶ 2:07:04

Een van de meest opvallende uitspraken komt wanneer De Croo gevraagd wordt naar controversiële standpunten. Zijn antwoord legt een filosofische visie bloot die verder gaat dan standaard liberale talking points:

“Ik vind dat we in een soort van extreme verworven heidscultuur leven waarin dat mensen terug wat meer zelfverantwoordelijkheid mogen opnemen. Ook dat impliceert dat meer lijden want lijden brengt uiteindelijk verlossing.“

Die gedachte werkt hij verder uit: “Iedereen zoals ze zeggen iedereen die poten en oren heeft moet bijdragen en je hebt een deel mensen dat niet kan en dat is ook goed, dan moeten we die volledige steunen.“

Vooral over hoe we onze kinderen opvoeden, is hij duidelijk:

“Als er één ding is dat we onze kinderen moeten leren is gewoon omgaan met tegenslag, omgaan met adversiteit, met dingen die niet lukken. En daar en dat, we zitten bijna voor een stukje in de cultuur van nee het mag niet fout lopen.“

De jarenlange voorbereidng die niemand zag ▶ 2:16:52

Tegen het einde van het gesprek komt zijn ervaring als minister van Ontwikkelingssamenwerking ter sprake - een functie die hem meer heeft gevormd dan zijn huidige positie.

“Als ik het nu waarbij 14 jaar neem het ging naar mij als persoon het meeste veranderd heeft is minister van ontwikkelingsaanwerking,“ bekent hij. Die job confronteerde hem met extreme armoede maar ook met ongelofelijke veerkracht.

Het leidde tot een fundamentele herbezinning: “Die dualiteit heeft voor een stukje wat mijn oogkleppen weggehaald en heeft mij langzienen kant mij geloof in wij mensen wij kunnen eigenlijk ongelooflijk veel.“

Maar ook tot frustratie over de Belgische politieke cultuur. Wanneer hij op vrijdag terugkeerde uit vluchtelingenkampen in Zuid-Sudan en door een muur van camera's moest die vroegen naar de laatste politieke scheermutserij: “Ik was echt zo van soms moest ik zo echt op mijn tong bijten om te zeggen ja mannen waar gaten erover.“

Rotatie als democratische noodzaak ▶ 2:28:58

Zijn grootste conclusie na veertien jaar politiek? Dat iedereen het goedmeent, maar dat niemand te lang mag blijven.

“Elke politicus die ik tegengekomen heb die meent het goed. Ik heb er geen enkele gezien voorbij 14 jaar en iedereen die ik tegenkomen zijn mensen die het echt menen, die het echt doen en die erin gaan voor de juiste reden.“

Maar net daarom moet er rotatie zijn: “In het bestuurder van u samenleving moet je rotatie hebben en niemand is onvervangbaar.“

Zijn grootste zorg voor België? Talenteverspilling:

“Er loopt in ons land zoveel talent rond en als er één ding is waar we slecht in doen is: wij spillen met ons talent. Veel te veel mensen in ons land die echt talent hebben maar die niet de kans krijgen om naar boven te gaan.“

---

Wanneer het gesprek afloopt en De Croo zijn glas leegt, blijft de indruk achter van een politicus die de paradoxen van zijn functie begrijpt. Iemand die premier werd zonder het te willen, die democratie verdedigt ondanks haar gebreken, en die na veertien jaar politiek nog altijd gelooft in het goede van mensen - maar ook weet wanneer het tijd is om te gaan.

In een tijd waarin democratie onder druk staat en politici steeds vaker als vijanden van het volk worden weggezet, biedt De Croo een andere kijk: die van iemand die elke dag opnieuw probeert mensen te overtuigen, compromissen te sluiten en - zes van de zeven dagen - gelukkig is met wat hij doet. Het is misschien niet de perfecte democratie, maar het is wel die van ons.