Jan Verheyen over politieke correctheid, subsidies en het verlangen naar fun

In de vertrouwde setting van De Melkerij in Brasschaat, met een glas water binnen handbereik en een indrukwekkende dvd-collectie als decor, ontvangt Jan Verheyen ons voor een uitgebreid gesprek. De 60-jarige regisseur, verantwoordelijk voor twintig films waarvan de meeste succesvol waren, ziet er ontspannen uit. Het vorige decennium, tussen zijn vijftigste en zestigste, noemt hij achteraf zijn fijnste. “Er is een stukje druk van de ketel.“

"Die hele generatie is ontsnapt aan het hokjesdenken" ▶ 4:00

Verheyen observeert een fundamentele verschuiving in hoe jongeren naar media kijken. Zijn 18-jarige dochter maakt geen onderscheid tussen een Marvel-film in Kinepolis, series op een iPad, YouTube op de trein, of TikTok op haar gsm.

“Voor haar is dat allemaal content en zij ziet technisch wel het verschil maar voor haar is geen van die dingen minder waardig.“

Deze generatie heeft zich bevrijd van het hokjesdenken dat Verheyen in zijn jeugd “verschrikkelijk vond“. Dezelfde jongeren die naar The Cure luisteren en via de Stranger Things-soundtrack Creedence Clearwater Revival ontdekken, gaan ook naar shows van Dimitri Vegas en Like Mike. “Die zijn ontsnapt aan het hokjesdenken,“ zegt hij met bewondering. “De smaakpolitie heeft toch wat van zijn invloed verloren.“

Me Too versus woke: "Dat is een soort fundamentalisme" ▶ 6:15

Toch waarschuwt Verheyen voor een nieuw soort hokjesdenken. Hij maakt een onderscheid tussen de Me Too-beweging, die hij “een misschien wel nodige evolutie“ noemt, en wat hij woke-ideologie noemt.

“Woke is iets anders - dat is een soort fundamentalisme.“

Dit fundamentalisme ziet hij doorwerken in de filmsector, waar productiehuizen en fondsen vervallen in “zelfcensuur“ om subsidies te krijgen. “Als je een film maakt over een sympathieke vluchteling en zijn relatie met een truckchauffeur, dat weten mensen van: nee, dat is geen film, dat is een statement.“

Waarom Vlaamse cinema subsidies nodig heeft ▶ 7:40

De discussie over filmsubsidies noemt Verheyen “per definitie altijd controversieel“, maar hij verdedigt het systeem met overtuiging. In een kleine regio met een kwetsbare taal kan de audiovisuele industrie niet concurreren op dezelfde leest als Duitsland of Amerika.

“Als we het belangrijk vinden dat er films worden gemaakt in onze eigen taal met onze eigen culturele achtergronden, dan zal je onvermijdelijk in een systeem met subsidies terecht komen.“

Hij wijst naar Frankrijk, dat “ontzettend protectionistisch“ is wat hun taal betreft. De Amerikaanse film heeft terecht de wereld veroverd, erkent hij, maar zolang de resterende plaatsen in de internationale top 20 worden ingenomen door lokale films, “is er niks aan de hand.“

"In 90% van de gevallen kun je voorspellen dat niemand dat gaat willen zien" ▶ 10:10

Verheyen spreekt uit ervaring. Als voormalig distributeur heeft hij de beruchte flater gemaakt van Dirty Dancing af te wijzen na een voorvertoning. “Wij kijken naar elkaar en zeggen: dat is veel te naïef, Europeanen gaan dat nooit slikken.“ William Goldman had gelijk met zijn uitspraak “Nobody knows anything“, maar van veel films kun je wel degelijk voorspellen dat ze zullen floppen.

Het publiek beslist op basis van drie elementen, legt hij uit: waarover gaat het, wie speelt erin mee, en wie heeft het geregisseerd. Vroeger kon je soms met één van de drie wegkomen, nu moet het volledige plaatje kloppen.

“Wij hebben geen sterren, dus niemand in dit land waarvan je kunt zeggen: die steken we erin en dan komen ze wel.“

Het probleem met prijzen: "Zoals een soort personeelsfeestje" ▶ 16:10

Verheyen hekelt de behoefte van de filmsector om zichzelf “bloemetjes toe te strooien“. Hij vergelijkt filmfestivals met personeelsfeestjes en noemt het “echt pijnlijk“ als op een dvd staat “winnaar van drie Enzo's“.

“Het filmvak heeft een ongelooflijke behoefte om zichzelf bloemetjes toe te strooien.“

Ondertussen heeft de Vlaamse film sinds 2000 een mooie evolutie doorgemaakt. “We hadden elk jaar minstens één en vaak twee of drie films met een zeer groot publieksbereik.“ Die successen zijn de zichtbare top van de ijsberg, maar daaronder zit “een enorme klomp ellende“ van films die voorspelbaar zouden floppen.

"Ik heb nog nooit iets tegen mijn goesting gemaakt" ▶ 19:16

Verheyen heeft altijd geprobeerd affiniteit te hebben met zijn projecten. Hij ontwikkelt zelf verhalen als Rundskop en Red Sandra, maar staat ook open voor opdrachten uit nieuwsgierigheid. “Ik ben geen auteur,“ verduidelijkt hij. “Ik ben het soort regisseur dat zich ten dienste stelt van het verhaal.“

Film vindt hij “een veel te duur medium“ om te blijven hangen in narcisme of elitisme.

“Ik vind het te verdomd belangrijk om ook te zoeken naar de vorm die een zo breed mogelijk publiek kan bereiken.“

Zijn norm is duidelijk: minder dan 50.000 bezoekers vindt hij onaanvaardbaar. Dan staan kostprijs en inspanningen niet meer in verhouding tot het resultaat.

Red Sandra en het Corona-effect: "Mensen kozen voor James Bond" ▶ 25:00

Twee recente films stellen Verheyen voor raadsels: Red Sandra en Bittersweet Sixteen werden de films die hij wilde maken, maar haalden zijn publieksnorm niet. Corona speelde een rol - Red Sandra ging over ouders die hun doodsziek kind proberen te redden.

“Na die donkere Corona-tunnel versta ik dat mensen voor James Bond hebben gekozen in plaats van Red Sandra.“

Maar Verheyen weigert enkel externe factoren de schuld te geven. “Als dat mijn mening is, dan geldt dat ook voor mijn eigen films. Dan moet je jezelf die vraag stellen: where did we go wrong?“

Amerika: "Er is een andere Jan teruggekomen" ▶ 28:07

Op 27-jarige leeftijd waagde Verheyen zich aan een Amerikaanse film - “veel te vroeg“, erkent hij nu. Het werd een verschrikkelijk jaar waarin hij zichzelf “heel hard tegenkwam“. Van overmoedig en “tikkeltje arrogant“ belandde hij in een context waar niemand zich iets van hem aantrok.

“Op dag één begin je met het idee van 'dit wordt mijn masterpiece', tegen dag drie zit je in overlevingsmodus - het is gewoon afwerken.“

Achteraf was het “een geweldig nuttig jaar“. Zijn filmpartner bij Independent Films zei altijd: “Er is een andere Jan teruggekomen dan degene die vertrokken is - een mildere Jan die dingen beter kon relativeren.“

Zestig worden: "Mijn fijnste decennium" ▶ 33:45

Het voorbije decennium noemt Verheyen zijn beste. De geldingsdrang is verdwenen, financieel zit hij goed. “Er is een stukje druk van de ketel.“ Hij realiseert zich dat op 60-jarige leeftijd twee derde van zijn leven achter de rug is.

“Ik vind het nu nog belangrijker om na te denken: wil ik dit doen in de jaren die me resten?“

Hij kan het zich permitteren kieskeuriger te zijn. Een film betekent anderhalf jaar van zijn leven - “dan moet het nu echt wel de moeite gaan zijn.“ Zijn bewondering voor Clint Eastwood is oneindig, maar zichzelf ziet hij niet op 90-jarige leeftijd nog films maken.

Fun als criterium: "Ik kan me niet voorstellen dat ik om de brood iets zou doen" ▶ 41:52

Verheyen citeert de Amerikaanse grondwet: “Everybody has the right to pursuit happiness.“ Hij is slechts twee periodes in zijn leven ongelukkig geweest: tijdens de humaniora en dat ene jaar in Amerika. Bij belangrijke beslissingen stelt zijn gezin altijd dezelfde vraag:

“Denk je dat je daar gelukkig van wordt?“

Fun vindt hij een cruciaal criterium geworden. Hij schrijft graag, maakt radio voor Radio 1, en plant een boek over “de 50 beste slechtste films aller tijden“. “Ik steek daar veel meer tijd in dan wat het op het einde van de rit factureert, but I don't care omdat ik dat super plezant vind.“

Politiek: "We hebben gekozen voor onze levenskwaliteit" ▶ 43:43

Verheyen heeft “een bloedhekel aan het legertje roeptoeteraars en opiniemaken“ - de stukjesschrijvers in zelfuitgeroepen kwaliteitskranten. Toch worstelt hij met zijn eigen rol. Hij heeft maatschappelijke opinies maar koos bewust tegen een politieke carrière.

“We hebben gekozen voor onze levenskwaliteit en niet voor het nemen van verantwoordelijkheid - ik vind dat eigenlijk een vorm van ontlopen van verantwoordelijkheid.“

De antipolitieke sfeer in de media vindt hij zorgwekkend. “Als we op deze manier blijven omgaan met politici gaan we echt in een situatie terecht komen waarbij niemand het nog wil doen.“ Hij pleit voor fatsoenlijke verloning voor politici, vergelijkbaar met CEO's van beursgenoteerde bedrijven.

Representativiteit: "Als het ten koste gaat van de geloofwaardigheid" ▶ 55:37

Over diversiteit in films is Verheyen genuanceerd. Voor hedendaagse, realistische films in stedelijke context vindt hij diversiteit logisch. Maar historische accuratesse blijft belangrijk: “Of wel maak je een film over een historisch gegeven of wel maak je een statement.“

Het probleem ontstaat wanneer fondsen diversiteit gaan afdwingen met de apothekersweegschaal. “Dan weten mensen: ah ja, het zal van de fondsen zijn.“ Bij Amerikaanse studio's is het cynische berekening - twee derde van hun inkomsten komt uit de wereldmarkt.

“Ik heb er alleen een probleem mee als het ten koste gaat van de gelofwaardigheid van het verhaal dat je wil vertellen.“

Boodschappen versus entertainment: "Boodschappen doe je bij Albert Heijn" ▶ 48:48

Verheyen citeert collega-regisseur Dick Maas: “Boodschappen doe je bij Albert Heijn.“ Entertainment vindt hij “zeker in deze roerige donkere tijden super belangrijk“ en verkiest het boven boodschapfilms “die hun doel meestal compleet voorbijschieten.“

“Ik verkies entertainment boven boodschapfilms met een hamer die hun doel meestal compleet voorbijschieten.“

Hij erkent dat zijn eigen films als Het Vonnis meer “vlees“ hebben dan Het Geheugenspel, maar ziet ook boodschappen in het Marvel Universe die anderen misschien ontgaan. Toen hij naast een vriend naar Avengers: Endgame keek en die begon te wenen bij het sterven van een personage, had hij daar “heel veel respect voor.“

De slechte films zijn verdwenen: "50 jaar teruggedraaid qua censuur" ▶ 39:34

Verheyen's cultshow De Nacht van de Wansmaak kwam in 2014 ten einde omdat er geen echt slechte films meer gemaakt worden. “Vanaf de late jaren 80 zijn er door de technische evolutie geen slechte films meer gemaakt waarom je moet lachen omdat het zo knudde is.“

Tegelijk constateert hij een merkwaardige parallel met de jaren 70: “Van alles wat er gemaakt is in de jaren 70 denk ik dat de helft nu niet meer zou kunnen - de klok is eigenlijk 50 jaar teruggedraaid wat censuur betreft.“

Referentiekaders en filmcultuur: "300 films per jaar sinds mijn 15e" ▶ 59:53

Verheyen's eigen filmeducatie was intensief: sinds zijn vijftiende zag hij gemiddeld 300 films per jaar. “Dat is een taal die geabsorbeerd wordt.“ Die referenties zitten allemaal opgeslagen en komen onbewust terug in zijn eigen werk.

Het internet heeft de filmgeschiedenis ontsloten - vroeger moest hij naar de Cinematek in Brussel om The Birds van Hitchcock te zien, nu is bijna alles instant beschikbaar. “Het internet is een bibliotheek,“ zegt hij. “Nu is letterlijk the world your oyster.“

Elke generatie heeft zijn vormende films. Verheyen behoort tot de generatie van de intelligente Amerikaanse cinema uit de jaren 70: Scorsese, Spielberg, Lucas, Friedkin. “The Exorcist, Rosemary's Baby, Jaws, Taxi Driver - dat zijn mijn vormende jaren.“

Tot slot: de balans tussen verantwoordelijkheid en plezier

Verheyen blijft worstelen met de balans tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en persoonlijke geluk. Hij erkent hypocrisie in zijn eigen denken - milieuproblematiek vindt hij belangrijk, maar consequent is hij er niet in. “Ik heb een bloedhekel aan de meeste opiniemaken, maar heb zelf ook wel eens een mening.“

Na twintig films, waarvan bijna alle succesvol waren, kan hij zich permitteren te kiezen voor plezier. “Ik ben verwend,“ geeft hij toe. “Ik heb alleen maar dingen gedaan die heel tof waren.“

In deze fase van zijn carrière zoekt hij die balans tussen degelijkheid en dialoog - precies wat Discours Met De Boys probeert te realiseren. In een tijd van polarisatie en hokjesdenken blijft Verheyen pleiten voor nuance, voor het recht op fun, en voor verhalen die een zo breed mogelijk publiek kunnen raken. Entertainment is geen mindere kunstvorm, maar een noodzaak in donkere tijden.